S M

Hét informatiepunt voor professionals
op het gebied van wonen, welzijn en zorg

Wonen en zorg: belangrijke trends en ontwikkelingen

Begin juni verscheen het rapport Staat van de Volkshuisvesting 2017 met interessante trends en ontwikkelingen in de woningcorporatiesector. Daar aan gekoppeld is ook de nieuwe Monitor Investeren in de Toekomst (MIT) gepubliceerd, die zich specifiek richt op ouderen en langer zelfstandig wonen. Hieronder de belangrijkste bevindingen uit beide rapporten.

Belangrijke trends in wonen en zorg

Staat van de Volkshuisvesting

Het rapport geeft een beeld van de algemene ontwikkelingen op de woningmarkt en de prestaties die woningcorporaties hebben geleverd. Corporaties bouwen steeds meer nieuwe sociale huurwoningen. In 2018 komen er naar verwachting 32.000 bij. De nieuwe woningen hebben steeds vaker een huurprijs onder de aftoppingsgrens en zijn daarom gemiddeld kleiner. Corporaties hebben hun huurstijgingen verder gematigd en de huurniveaus aangepast om voldoende woningen beschikbaar te hebben voor huishoudens met recht op huurtoeslag. Ook zijn de huurachterstanden en huisuitzettingen verder afgenomen. Corporaties investeren meer in duurzaamheid, maar de doelstellingen van het Convenant Energiebesparing Huursector worden niet overal gehaald. De financiële positie van corporaties is verder verbeterd in 2015, mede doordat ze er in slagen de bedrijfslasten te verlagen.

De opvallendste trends en ontwikkelingen van wonen en zorg:

Vergrijzing versus beschikbaarheid
Omvangrijke nieuwbouw of renovatie van woningen voor ouderen lijkt in de toekomst niet nodig. Het aandeel ouderen dat zelfstandig woont is de afgelopen jaren toegenomen. Ouderen blijken zich vaak goed te kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden. Jaarlijks komen meer woningen beschikbaar door sterfte dan door nieuwbouw. In 2015 kwamen er 18.000 woningen vrij door sterfte en in 2050 is dit 50.000 per jaar. Wel zijn er lokale knelpunten zoals over zorg en ondersteuning aan huis op het platteland of passende portiekwoningen voor ouderen in de steden. Corporaties investeerden in 2015 minder in aanpassingen voor ouderen in woningen (investering >€2.500) dan in 2014. Tegelijk is in zowel de woonvisies van gemeenten als in de prestatieafspraken tussen corporaties, gemeenten en huurdersorganisaties in 2016 veel meer aandacht voor het aanbrengen van aanpassingen in woningen voor ouderen. ‘Wonen en zorg’ wordt in 71% van de gemeentelijke woonvisies een gemeentelijke prioriteit genoemd.

Eigen initiatieven wonen en zorg blijven groeien
In toenemende mate denken burgers na over hoe ze wonen en zorg willen regelen in hun eigen buurt of dorp en komen in actie. De diversiteit van de initiatieven is groot. Daarnaast houdt driekwart van de corporaties in haar strategische plannen rekening met de veranderingen bij haar doelgroep en investeert 71% de komende jaren fors in de toekomstbestendigheid van het woningbezit. Woningcorporaties zullen meer in gesprek gaan met bewoners om vanuit alle nieuwe mogelijkheden en initiatieven van elkaar te leren.

Monitor Investeren in de Toekomst

In 2012 is in opdracht van de minister van Wonen en Rijksdienst de Monitor ‘Investeren voor de Toekomst’ (MIT) opgesteld. Deze moet inzicht geven welke opgaven het meer zelfstandig wonen van ouderen en mensen met beperkingen oplevert voor het woonbeleid. Uit de ‘MIT-2012’ bleek dat het beleid ten aanzien van extramuraliseren en het langer thuis wonen een versterkend effect heeft op de vraag naar ‘verzorgd wonen’ en andere specifieke woonvormen voor ouderen. In 2014 is een ‘Herziening MIT-2014’ uitgebracht en een nieuwe raming opgesteld van de vraag naar ‘verzorgd wonen’. Hierin is de 50% extramuralisering voor ZZP4 vanaf 2016 verwerkt (volgens het Zorgakkoord).

Nieuwe aanpak monitor

De MIT-2017 heeft een nieuwe aanpak. In de oude MIT werd de opgave puur geconcretiseerd in fysieke opgaven: de (noodzakelijke) aanpassingen van de woningvoorraad (en woonomgeving). Met als gevolg een vaak omvangrijke investeringsopgave om nultredenwoningen en verzorgd wonen te realiseren. Dit bleek niet goed aan te sluiten op de lokale beleidspraktijk. In de nieuwe MIT ligt de nadruk meer op observatie, mede omdat er nog veel onbekend is over het verhuisgedrag van ouderen (en de rol van gezondheidsproblemen daarbij).

Grote regionale verschillen

Het aandeel ouderen dat in een zorginstelling woont is de afgelopen jaren afgenomen waarbij het aantal problematische situaties (ouderen met mobiliteitsbeperkingen in ongeschikte woningen) sinds 2003 nagenoeg constant gebleven is. Wel zijn er grote regionale verschillen. Vooral in de grote steden wonen relatief veel ouderen met beperkingen in woningen die eigenlijk ongeschikt zijn. In landelijke gebieden komt dit soort situaties minder vaak voor. Daar is de (mobiliteit binnen de) woning vaak niet het probleem. Uit ander onderzoek blijkt dat het in landelijke gebieden meer de uitdaging is om zorg en ondersteuning (aan huis) goed te regelen.

Ruim 40.000 ouderenhuishoudens in ongeschikte woning

Uit de huidige verkenning blijkt dat de knelpunten (ouderen met een grote kans op beperkingen in ongeschikte woningen) sinds 2003 in omvang ongeveer gelijk zijn gebleven. Ruim 40.000 ouderenhuishoudens waarvan minimaal een lid een grote kans heeft op beperkingen, wonen in een woning die niet toe- en doorgankelijk is zonder traplopen en dat ook niet tegen acceptabele kosten gemaakt kan worden. Die problematische situaties concentreren zich vooral in oudere huurappartementen in stedelijke gebieden en gelden vooral voor de lagere welvaartsgroepen.

Ouderen verhuizen niet veel

Het aantal ouderen is de afgelopen jaren vooral toegenomen in de koopsector, vooral in grondgebonden koopwoningen. In de huursector is het aantal ouderen beperkt toegenomen, ook in de corporatiesector. In dat segment komen steeds meer ouderen die op meerdere vlakken minder zelfredzaam zijn in gezondheid en welvaartsniveau. Ouderen verhuizen niet veel. De groep die het minst wil verhuizen (naar een andere zelfstandige woning) zijn de nog gezonde, welvarender bewoners met een partner (tot 85 jaar) van de grondgebonden koopwoningen. Ouderen tot een jaar of 70 in een huurappartement, verhuizen het meest naar een andere zelfstandige woning.

29-06-2017
E F