S M

Hét informatiepunt voor professionals
op het gebied van wonen, welzijn en zorg

Status quo

Hoe staat het met de samenwerking tussen zorgcoöperaties en zorgorganisaties?

Onderdeel van artikel It takes two to tango. Succes- en faalfactoren in de samenwerking tussen zorgorganisaties en zorgcoöperaties

Beperkt aantal voorbeelden

Een opvallende bevinding is dat, ondanks de explosieve stijging in het aantal coöperaties die zich op een of andere manier bezighouden met de organisatie van zorg en welzijn binnen hun dorp of wijk het aantal voorbeelden waar uiteindelijk echte samenwerking tussen zorgcoöperaties en zorgorganisaties plaatsvindt nog beperkt is. Dit zal mede samenhangen met het feit dat veel zorgcoöperaties zelf nog maar net opgericht zijn en zich op dit moment nog vooral bezighouden met het opzetten en concreet vormgeven van de eigen organisatie. Of zij zich in de toekomst ook willen gaan bezighouden met de organisatie van zwaardere zorg voor hun leden is voor hen nog onduidelijk. De organisatie van zorg is een ingewikkeld proces, een ‘helse klus’, zoals een van onze gesprekspartners van een zorgcollectief dit verwoordde. Verschillende collectieven die we benaderden, gaven aan dat zij er ook om die reden voor gekozen hadden zich (nog) niet in te laten met professionele zorg.

Zorg in het dorp Oerle - Lokale Kracht

Vormen van samenwerking

Wanneer we kijken naar die gevallen waar samenwerking wel aan de orde is, dan zien we grote verschillen in de manier waarop die samenwerking in de praktijk vorm krijgt. Zie voor een beschrijving van de verschillende vormen de casusbeschrijvingen in de masterscripties van Babs den Dulk en Nick ten Brinke. Globaal zijn twee vormen van partnerschap te onderscheiden. In de eerste, meest voorkomende, vorm fungeren zorgcoöperaties als een soort zaakwaarnemer voor hun leden door het bij hun zorgvraag best passende zorgaanbod van een zorgorganisatie te zoeken. Daarnaast voorzien deze zorgcoöperaties vaak zelf in een aanbod van welzijnsactiviteiten (bijv. gezamenlijke maaltijden) en diensten (bijv. tuinonderhoud). In de tweede vorm van partnerschap werken zorgcoöperaties en zorgorganisaties samen als ketenpartners. Er zijn dan afspraken waarbij zorgcoöperaties niet alleen voorzien in bepaalde activiteiten op het gebied van welzijn, maar ook zelf voorzien in het leveren van professionele zorg voorzien en daarvoor ook eigen personeel in dienst hebben.

Fase en initiatief

Ook de fase waarin de samenwerking zich bevindt loopt sterk uiteen. Zorgcoöperatie Hogeloon bijvoorbeeld staat al jarenlang in contact met zorgorganisaties en heeft de nodige ervaring met zowel succesvolle als minder-succesvolle vormen van samenwerking. Voor andere samenwerkingsverbanden geldt dat deze zich op dit moment nog in de opstartfase bevinden, waarbij mogelijkheden worden verkend en de eerste afspraken worden gemaakt.

Het initiatief voor samenwerking in de onderzochte casussen lag in alle gevallen bij de zorgcoöperatie. Dit hoeft natuurlijk niet altijd het geval te zijn. Het onderzoek van Ludo Glimmerveen laat bijvoorbeeld zien hoe in verschillende regio’s in Noord-Nederland het juist de zorgorganisaties zijn die het initiatief nemen om de samenwerking met burgers op te zetten.

Pionieers

Al met al zijn het dus de pioniers die we in ons onderzoeksproject in het vizier hebben. Juist ook vanwege deze pionierscontext is het des te belangrijker om succes- en faalfactoren in die gevallen waar samenwerking wel plaats vindt in kaart te brengen. Enerzijds voor zorgorganisaties die in contact komen met een zorgcollectief: wat betekent samenwerking voor zowel management/organisatie als het primaire proces? Anderzijds als handreiking voor collectieven om bestaande relaties te verbeteren of nieuwe op te zetten, wanneer daar behoefte aan is. Maar ook als handreiking bij overwegingen om al dan niet relaties met professionele zorgverleners aan te gaan en hoever daar in te gaan. Want wat levert zo’n samenwerking nu eigenlijk op? 

>> Ga door naar het volgende onderdeel 'Waarom überhaupt samenwerken'

17-11-2015