S M

Hét informatiepunt voor professionals
op het gebied van wonen, welzijn en zorg

Introductie en belangrijkste resultaten

Onderdeel van artikel It takes two to tango. Succes- en faalfactoren in de samenwerking tussen zorgorganisaties en zorgcoöperaties

In 2005 werd in Hoogeloon de eerste zorgcoöperatie in Nederland opgericht. Aanleiding was het verdwijnen van steeds meer zorgvoorzieningen uit het Brabantse dorp, maar vooral ook een fundamentele kritiek op de zorg zoals die vanuit professionele zorgaanbieders werd georganiseerd. In de afgelopen jaren is het aantal zorgcoöperaties explosief toegenomen. Daarnaast breiden verschillende zorgcoöperaties geleidelijk aan hun takenpakket uit. Bovenop de aanvankelijke welzijnsactiviteiten gaan ze bijvoorbeeld bemiddelen in het aanbod van zorg of zelfs, zoals in Hoogeloon, zelf zwaardere zorgvormen aanbieden. Dit brengt hen weer rechtstreeks in contact met de zorgorganisaties waarvan zij zich eerder juist hadden afgewend. Voor het verlenen van bepaalde vormen van zorg of het verkrijgen van financiering zijn zorgcoöperaties immers vaak op zorgorganisaties aangewezen.

Eetgroep zorgcoöperatie Hoogeloon

Parallel aan dit proces lopen andere ontwikkelingen die zorgcoöperaties en zorgorganisaties dichter bij elkaar brengen. Vanuit Den Haag wordt het nodige gedaan om de samenwerking tussen zorgmedewerkers en verleners van informele zorg te stimuleren. Denk aan de huidige transities in de zorg en de inzet op de eigen verantwoordelijkheid en eigen oplossingen van burgers in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Ook zorgorganisaties zelf zijn bezig met de vraag hoe zij het beste kunnen inspelen op de huidige veranderingen in het sociale domein. Vanuit de erkenning dat zorgorganisaties en zorgcoöperaties tot nu toe soms werken vanuit geheel tegengestelde principes stellen zij zich de vraag hoe de samenwerking kan worden vormgegeven. Wat betekent dit dan concreet voor zaken als de organisatiestructuur van instellingen, bestaande verantwoordingsprocedures en de benodigde competenties van zowel managers als werknemers in het veld?

Gevarieerde praktijk

De samenwerking tussen zorgcoöperaties en professionele zorgorganisaties en de vraag hoe deze het beste vorm en inhoud kunnen krijgen, vormt het thema van dit dossier. De huidige praktijk is gevarieerd. Voorbeelden van succesvolle relaties worden afgewisseld met gevallen waarbij de samenwerking soms uiterst moeizaam verloopt. Waar lopen zorgcoöperaties tegenaan in hun contacten met zorgorganisaties? Wat zijn nu eigenlijk de pijnpunten en welke factoren kunnen juist bijdragen aan een vruchtbare relatie tussen beide partijen? Wat kunnen zorgorganisaties in de VVT (=Verzorging, Verpleging en Thuiszorg)-sector betekenen voor zorgcoöperaties?

Verkennend onderzoek

Uitgangspunt voor dit dossier vormen de resultaten van een verkennend onderzoek dat in het voorjaar 2015 is uitgevoerd door het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg, ActiZ en de Universiteit Utrecht. Dit was een bijzonder onderzoeksproject met een multidisciplinaire samenwerking tussen de faculteiten Geschiedenis en Bestuurs- en Organisatiewetenschap. Centrale vraag in dit onderzoek was hoe zorgorganisaties een aantrekkelijke samenwerkingspartner kunnen zijn voor zorgcoöperaties. Op basis van verschillende casestudies en gesprekken met verschillende partijen zijn succes- en faalfactoren in kaart gebracht. In dit dossier vindt u een beschrijving van de belangrijkste resultaten van dit onderzoeksproject.

Een beknopte samenvatting

  • Samenwerking tussen zorgcoöperaties en zorgorganisaties kan voor beide partijen belangrijke voordelen opleveren. Bijvoorbeeld op het gebied van het uitwisselen van kennis en expertise, de inzet van vrijwilligers en het gebruik van voorzieningen, de mogelijkheid om te experimenteren met nieuwe regels en werkwijzen, het verkrijgen van financiering en het behouden van maatschappelijke legitimiteit;
  • Het hebben van dezelfde visie op goede zorg is van cruciaal belang voor het welslagen van de samenwerking tussen zorgorganisaties en zorgcoöperaties;
  • Het overbruggen van tegenstellingen in werkwijze en organisatie is een voortdurende zoektocht. Tegelijkertijd zijn zij niet onoverbrugbaar, zolang de bereidheid van beide partijen aanwezig is om te zoeken naar praktische manieren om deze verschillen te accommoderen;
  • Het erkennen en waarderen van elkaars expertise en vaardigheden en het loslaten van het oude onderscheid tussen ‘professional’ en ‘vrijwilliger’ maakt samenwerking in de praktijk mogelijk;
  • Aanbevelingen voor het HR-beleid van zorgorganisaties: zorgen voor duidelijke informatie over de afspraken die met de zorgcoöperatie zijn gemaakt; de zorg in kleine zelfsturende teams organiseren en daarvoor benodigde ondersteuning bieden; selecteren en trainen/coachen van zorgmedewerkers op de competenties die kleinschalige zorg in samenwerking met mantelzorgers en vrijwilligers vraagt; de ruimte die zorgmedewerkers nodig hebben garanderen en zonodig aandacht vragen voor actie richting beperkende cao-regelgeving;
  • De omgeving speelt een belangrijke rol wanneer het gaat om issues als erkenning, financiering en het doordenken van bestaande wet- en regelgeving, waar zowel zorgcoöperaties als zorgorganisaties tegenaan lopen. De toenemende aandacht voor en discussie over de ‘zin en onzin’ van kwaliteitseisen, is hiervoor een belangrijk startpunt. Bovendien bestaan hier zeker voor gemeenten verschillende mogelijkheden om praktische moeilijkheden uit de weg te ruimen.

>> Ga door naar het volgende onderdeel: Status quo

17-11-2015