S M

Hét informatiepunt voor professionals
op het gebied van wonen, welzijn en zorg

Wat betekent de samenwerking met zorgcoöperaties voor het HRM-beleid van zorgorganisaties?

Onderdeel van artikel It takes two to tango. Succes- en faalfactoren in de samenwerking tussen zorgorganisaties en zorgcoöperaties

De uitwerking van de implicaties voor het HRM-beleid van zorgorganisaties wordt toegespitst op wat bijdraagt aan een goed verloop van het primaire proces van zorgverlening.

Afspraken over taken en verantwoordelijkheden

In de eerste plaats is het belangrijk dat het management van de zorgorganisatie ervoor zorgt dat afspraken die met de zorgcoöperatie gemaakt zijn over de samenwerking/zorgverlening bekend zijn binnen de eigen organisatie bij het middenmanagement en de ondersteunende afdelingen. Er moet ook duidelijke informatie gegeven worden aan de zorgmedewerkers die betrokken zijn bij de zorgverlening aan cliënten van zorgcoöperaties over de afspraken die direct relevant zijn voor het werk dat zij doen. Aan medewerkers moet ook duidelijke informatie gegeven worden wie eindverantwoordelijk is voor de zorg en bij wie zij terecht kunnen voor eventuele vragen.

Zelfsturende teams

Organiseer de zorg aan cliënten van de zorgcoöperatie in kleine zelfsturende teams. Daardoor blijft het duidelijk wie bij de samenwerking betrokken is en wie welke rollen vervult, waar bepaalde verantwoordelijkheden liggen en wie hiervoor het aanspreekpunt is. Tevens wordt daarmee de doelstelling bereikt van een beperkt aantal gezichten aan het bed.

Een essentieel punt is dat de organisatie ruimte biedt aan zorgmedewerkers om zelf keuzes en afwegingen te maken en indien nodig van regels af te wijken.

Tevens is belangrijk dat leidinggevenden een zelfsturend team ondersteunen in hun werkwijze door intervisie en coaching op de achtergrond. Zij kunnen bovendien zorgmedewerkers ondersteunen door handvatten aan te reiken voor het samenwerken met vrijwilligers. Minder controle van bovenaf op werken volgens regels en meer sturen op resultaten.

Lokale Kracht | Burgerkracht

Competenties

Van medewerkers van zorgorganisaties vraagt het werken met cliënten die verbonden zijn aan een zorgcoöperatie bepaalde competenties, al geven de betrokken organisaties aan dat deze niet wezenlijk verschillen van competenties die in het algemeen gevraagd worden. Het HRM-beleid kan bijdragen aan de vereiste competenties door zorgmedewerkers voor samenwerking met zorgcoöperaties te selecteren die over deze competenties beschikken of deze te ontwikkelen door training en coaching. De competenties waar het om gaat zijn:

  • ruimte geven aan mantelzorgers en vrijwilligers: bij de onderlinge rolverdeling rekening houden met taken die mantelzorgers en vrijwilligers leuk vinden om te doen en waar zij goed in zijn;
  • om gaan met eigen professionaliteit: flexibel kunnen handelen afhankelijk van de situatie, zelfstandig kunnen werken, pro-actief gedrag;
  • belang hechten aan en oog hebben voor de samenhang tussen zorg- en welzijnsactiviteiten ten dienste van de cliënt;
  • op een respectvolle manier anderen kunnen aanspreken en zelf aangesproken kunnen worden op gedragingen wanneer deze irritatie wekken of niet passen bij gemaakte afspraken.

Organisaties in de door ons bestudeerde samenwerkingsverbanden selecteerden niet direct de zorgmedewerkers met het oog op hun competenties voor samenwerken met zorgcoöperaties. Wel geven zorgorganisaties aan dat zij een zekere bekendheid met de coöperatie als organisatievorm en de daarmee samenhangende opvattingen over de inrichting van de zorg aan hun medewerkers proberen mee te geven.

Motivatie

Behalve de competenties die gewenst zijn voor samenwerking met zorgcoöperaties, is ook belangrijk dat de zorgmedewerkers die ingezet worden daarvoor gemotiveerd zijn. Het gaat daarbij om de intrinsieke motivatie voor willen werken met mantelzorgers en vrijwilligers in een lokale setting van de cliënt.

Belemmerende regelgeving

De samenwerking van zorgmedewerkers met (cliënten van) zorgcoöperaties vraagt om professionele autonomie, maatwerk en flexibiliteit in de individuele situatie van een cliënt. Dat stelt eisen aan de competenties en motivatie van de zorgmedewerker, maar ook aan de ruimte die de medewerker van de zorgorganisatie krijgt. Dat kan spanning opleveren met regelgeving in de cao, al hebben zorgorganisaties daar tot op heden geen ervaring mee. Het feit dat zorgcoöperaties zelf medewerkers voor zorgbemiddeling, welzijn en zorgverlening op zzp-basis in de arm nemen, wijst op het belang dat zij hechten aan de vrijheid om eigen afspraken te maken. Voor zorgorganisaties is het daarom van belang oog te hebben voor regelgeving die hen beperkt in de samenwerking met zorgcoöperaties en daar in ActiZ-verband actie op te ondernemen, bijvoorbeeld in aansluiting op experimenten met ondernemend werknemerschap die al gedaan zijn.

>> Ga door naar het volgende onderdeel 'Wat kunnen andere partijen doen'

17-11-2015