S M

Hét informatiepunt voor professionals
op het gebied van wonen, welzijn en zorg

Organisatie van samenwerking

Onderdeel van artikel It takes two to tango. Succes- en faalfactoren in de samenwerking tussen zorgorganisaties en zorgcoöperaties

Over de mogelijkheden van samenwerking tussen zorgorganisaties en zorgcoöperaties zijn negatieve ervaringen bekend. Zorgorganisaties waren aanvankelijk sceptisch over de soms grootse plannen van zorgcoöperaties en stelden voorwaarden waaraan zorgcoöperaties niet altijd wilden voldoen. Nog steeds wordt vanuit de coöperaties scherpe kritiek geuit op wat zij karakteriseren als de ‘overprofessionalisering’ van reguliere organisaties. Deze ‘overprofessionalisering’ betreft dan met name de bureaucratische werkwijze, gebaseerd op de nodige regels en protocollen, die ten koste zou gaan van de kwaliteit van de zorgverlening. 

In tegenstelling tot de grotere zorgorganisaties zijn collectieven bij uitstek lokaal georganiseerd, werken zij met weinig overhead en hanteren zij geen vaste werkwijzen en methodes maar stemmen zij hun activiteiten af op de individuele situatie en overleggen over de concrete invulling van de zorg. Het voorbij gaan aan vaste regels en protocollen ligt problematisch bij zorgorganisaties die dergelijke kaders overigens meestal van buitenaf opgelegd krijgen, en waartegen de weerstand ook bij zorgorganisaties zelf groeit. Zorgorganisaties willen als de formele dragers van de eindverantwoordelijkheid juist risico’s zoveel mogelijk afdekken. Als er iets misgaat, zijn zij, als hoofdaannemer van het zorgkantoor toch de partij die negatief in het nieuws komt, zo is het idee.

Potentiële belemmeringen vallen mee in de praktijk

Opvallend is dat zaken die vaak als de potentiële belemmeringen worden afgeschilderd in de samenwerking tussen zorgorganisaties en zorgcoöperaties in de huidige praktijk van de door ons onderzochte casussen veel minder grote hobbels bleken te zijn. Natuurlijk hebben beide partijen verschillende opvattingen over onderwerpen, zoals de mate waarin zaken moeten worden vastgelegd, hoe vaak overleg dient plaats te vinden, in hoeverre dit overleg geformaliseerd moet worden, waarover überhaupt afspraken moeten worden gemaakt etc. Zorgcoöperaties benadrukken het belang van korte lijntjes, informele afstemming en netwerkachtige bijeenkomsten. Vanuit de zorgorganisaties is er juist veel meer behoefte aan regelmaat in het contact met duidelijke afspraken voor vaste overlegmomenten.

Verschillen overbrugbaar

Beide partijen zijn zich ook bewust van deze verschillen in werkwijzen, opvattingen en verwachtingen die er bestaan. In de praktijk lijken deze tegenstellingen echter geen onoverkomelijke problemen op te leveren, omdat telkens weer gezocht wordt naar manieren om deze verschillen te overbruggen. Er worden bepaalde ‘basisafspraken’ gemaakt over zaken als missie, werkwijze, contactpersonen en financiële issues. Institutionele verschillen en tegenstellingen hoeven in de praktijk blijkbaar niet per definitie tot grote problemen in samenwerking te leiden (zie voor een theoretische uiteenzetting hierover: Sociale Vraagstukken, Wouter Mensink)

>> Ga door naar het volgende onderdeel 'Het primaire proces'

17-11-2015