Lokaal loket – participanten – Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg

0

Bij een lokaal loket werken vaak verschillende partijen samen. Gemeenten, woningcorporaties, welzijnsorganisaties, zorgaanbieders, zorgkantoor, consumentenorganisaties en de provincie kunnen betrokken zijn bij het loket.

Gemeenten

Gemeenten hebben meestal al een loket voor burgerzaken (o.a. uitgifte van paspoorten, aanvragen van vergunningen) en een informatiebalie over allerhande gemeentelijke zaken zoals heffingen. Daarnaast is de gemeente vaak initiatiefnemer – en grootste financier – als het gaat om het opzetten van lokale loketten rond wonen, zorg en welzijn. De gemeente zoekt doorgaans samenwerking met andere partijen. Kleinere gemeenten zoeken samenwerking met naburige gemeenten. De gemeente vervult meerdere rollen tegelijk (voorlichter, aanbieder, bemiddelaar, financier en bij de Wmo ook inkoper van bijvoorbeeld huishoudelijke zorg); transparantie is hierbij een aandachtspunt.

Woningcorporaties

Het komt geregeld voor dat woningcorporaties het initiatief nemen tot het opzetten van een loket in de vorm van een woonwinkel. Ook deze vorm kan verschillende gedaanten hebben. Veelal zijn woningcorporaties één van de participanten.

Zorgaanbieders

Zorgaanbieders hebben soms zelf een loket, zoals de thuiszorgwinkel. Maar vaak zijn zij participant in een loket. Diverse plaatsen kennen zorgloketten, gericht op het verschaffen van informatie en gericht op zorgvragen. Zorgaanbieders doen geregeld mee aan bredere loketten in de backoffice. Ook zijn zij medefinanciers.

De auteurs van het rapport Zorgloketten in Twente (HHM, 2004) wijzen erop dat in het kader van de één-loketfunctie van de Wmo de relatie tussen het zorgloket en de zorgaanbieders aandacht behoeft. Door de komst van de Wmo worden zorgaanbieders (nog meer) een belangrijke marktpartij die hun producten aan de man willen brengen. Binnen het loket, hebben zorgaanbieders drie mogelijkheden, aldus de auteurs:

  1. Zorgaanbieders participeren in de front-office (let hierbij wel op de onafhankelijkheid).
  2. Zorgaanbieders participeren in de back-office.
  3. Zorgaanbieders richten eigen frontoffice op (maar concurrentie tussen zorgloketten is onwenselijk).

Welke vorm ook wordt gekozen: belangrijk is dat de burger duidelijke informatie krijgt en dat er samenwerking is tussen alle partijen.

Welzijnsorganisaties

Welzijnsorganisaties spelen veelal een rol bij de cliëntondersteuning en vraagverheldering. Vrijwillige of betaalde ouderenadviseurs, MEE-consulenten, GGZ-consulenten, algemeen maatschappelijk werkers hebben een taak bij de front-office. Het komt geregeld voor dat zij ook betrokken zijn bij het begeleiden van de klant door de gehele keten.

Zorgvragers/zorgvragersorganisaties

Zorgvragersorganisaties benadrukken het belang van één loket om te voorkomen dat mensen ‘van het kastje naar de muur’ gestuurd worden. Ook willen zij dat de (vraag van de) klant het centrale uitgangspunt vormt en dat participatie van zorgvragers(organisaties) geregeld is. RPCP Zuid-Holland Noord heeft een checklist (pdf, 152 kb)ontwikkeld waar lokale loketten aan zouden moeten voldoen, bezien vanuit het cliëntenperspectief. Initiatiefnemers van een loket raadplegen meestal de zorgvragers(organisaties) bij start van het loket. Klachtenbureaus van de RP/CP’s (regionale patiënten/consumentenorganisaties) kunnen een link hebben met het loket, alsmede steunpunten mantelzorg/bureaus informele zorg.

Zorgkantoren

Zorgkantoren zijn vaak partners in de financiering van het loket. Ook vormen zij een schakel in de (zorg)keten achter het loket, al bestrijken zij een groter gebied dan het lokale gebied.

Provincies

Provincies stimuleren gemeenten om het lokale loket op te pakken. De provincies Noord- Holland en Utrecht geven momenteel het opzetten van lokale loketten een financiële impuls. Lees meer over provinciale subsidies.

Samenwerkingsmodellen

Er zijn verschillende samenwerkingsmodellen, zoals mondelinge afspraak, intentieverklaring, overeenkomst, contract, rechtspersoon (stichting, vereniging, coöperatie, besloten vennootschap). Beschrijvingen hiervan kunt u vinden in het rapport De vele gedaanten van het ene loket voor wonen, zorg en welzijn. Voorbeelden uit de praktijk (IgLO+/VNG, 2002). Informatie vindt u ook bij het thema samenwerking op deze site.