Feiten en cijfers wonen-zorg – Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg

0

In Nederland wordt veel onderzoek gedaan op het gebied van Wonen en Zorg. Hierbij gaat het om vragen als: Hoeveel senioren leven er in Nederland in 2030? Hoeveel ouderen maken gebruik van welk type woning? Hoeveel mensen maken gebruik van de zorg, en van welk type zorg? Hoeveel woningen zijn geschikt voor minder validen? Hoeveel huizen worden er eigenlijk aangepast?

Op deze pagina vindt u allerlei kwantitatieve informatie op het gebied van wonen en zorg. De volgende onderwerpen komen aan bod:

De gebruikte cijfers zijn afkomstig van onderzoeken van o.a. de ministeries van VROM en VWS, het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek. Deze publicaties vindt u onderaan de pagina terug.

Demografische ontwikkelingen

Tot 2035 zal de bevolking blijven toenemen van 16,3 (2005) tot 17,1 miljoen inwoners. Vervolgens zal de bevolkingsomvang langzaam afnemen tot 16,8 miljoen mensen in 2050. Deze bevolkingskrimp is in Zuid-Limburg al ingezet. De regionale cijfers kunnen dus verschillen.

Rond 2040 zal, volgens het CBS, het aandeel 65-plussers het grootst zijn met 25%, waarna het geleidelijk zal afnemen tot 23,6% in 2050. Ondertussen zullen er relatief meer allochtone senioren deel uitmaken van de samenleving (zie tabel 2).

Ook andere Europese landen ontkomen niet aan de vergrijzing. De mate waarin deze ontwikkeling zich voordoet verschilt echter. Volgens een artikel van Eurostat zal de verhouding tussen senioren & beroepsbevolking in Nederland in 2030 uitkomen op 36% (ten opzichte van het Europees gemiddelde 41%).

Jaartal Aantal Nederlanders Aantal 55+ % t.o.v. totale bevolking Aantal 65+ % t.o.v. totale bevolking  
2005 16,3 miljoen 4.200.000 25,8 2.283384 14  
2020 16,8 miljoen 5.499.696 32,7 3.188.510 19  
2030 17,0 miljoen 6.049.071 35,6 3.789.724 22,2  
2040 17,0 miljoen 5.180711 30,5 4.246.057 25  
2050 16,8 miljoen 4.995.087 29,7 3.964.318 23,6  

Tabel 1: Bevolkingsontwikkeling Nederland. Bron: CBS Statline 2006

Jaartal Autochtonen Niet-westerse allochtonen 65+ % seniore n-w-allochtonen t.o.v. totaal 65+  
2005 2.026.792 47.817 2,35  
2020 2.752.693 130.473 4,74  
2050 3.696.403 444.136 12  

Tabel 2: Ontwikkeling aantal (senioren) allochtonen. Bron: CBS Statline 2006

Woonsituatie

Zelfstandig thuiswonende senioren

De meeste 55-plussers wonen, volgens de SCP “Rapportage Ouderen 2004”, zelfstandig thuis (ruim 96%). Van alle Nederlanders van 65 jaar en ouder woont ruim 93% zelfstandig, van 75-plussers ruim 86%. 70% van de Nederlanders van 85 jaar en ouder woont nog op zichzelf. Nederland telt zo’n 850.000 zelfstandig wonende 55-plussers die een matige of ernstige beperking hebben. Van de ouderen (65+) met ernstige beperkingen woont ongeveer eenderde (100.000 personen) in een gewone woning met een binnentrap en zonder aanpassingen.

Verhouding huur- en koopwoningen

Het eigen woningenbezit onder senioren is de laatste twintig jaar gestegen (met uitzondering van de groep 80-plussers). In 2002 had 48% van de 55-plussers een koopwoning en 52% een huurwoning. Het percentage 65-plussers met een eigen huis lag lager, namelijk rond de 40%. Dit zal volgens de publicatie Ruimte geven, bescherming bieden (VROM) in 2020 oplopen tot 50%.

Verhouding eengezins- en meergezinswoningen

In 2002 woonde ruim 65% procent van de 55-plussers in een eengezinswoning. De resterende 55-plussers woonden in een flat met of zonder lift. (Bron: Met zorg gekozen?2004, Ministerie van VROM).

Aangepaste woningen

Volgens het ministerie van VROM (Cijfers over wonen, 2004) was in 2002 zo’n 24% van alle woningen in de woningvoorraad zowel intern als extern toegankelijk voor ouderen, 15% was wel intern toegankelijk maar niet extern. Zeven procent van alle woningen voldeed niet aan de eisen van toegankelijkelijkheid.

Volgens de “Ouderenrapportage 2006 “(SCP) woonde in 2004 eenvijfde van alle ouderen in een aangepaste woning. Dit komt overeen met ongeveer 750.000 ouderen en 500.000 woningen. Het ministerie van VWS geeft in haar publicatie Kerncijfers WVG aan dat in datzelfde jaar 80.000 WVG-woonaanpassingen zijn aangevraagd door 66.400 mensen (waarvan 47.350 vijfenvijftigplussers), met een waarde van €172 miljoen. 9,3% van al deze aanvragen is afgewezen door de gemeente. Er blijken nog altijd ouderen te zijn met matige en ernstige gebreken die niet in een aangepaste woning wonen, respectievelijk 42,6 en 33,3% van alle 55-plussers.

Nultredenwoningen

In 2006 waren er in totaal 1,48 miljoen nultredenwoningen: woningen zonder binnen- en buitentrap (Wonen op een rijtje, WoOn 2006). In 2002 ging men echter nog uit van 1,8 miljoen nultredenwoningen. Reden voor de daling is een aanscherping van de definitie nultredenwoningen door VROM. Lees meer.

In 2002 woonde zo’n 36% van alle 55-plussers in een nultredenwoning. In de sociale huursector werden in 2005 zo’n 605.000 toegankelijke woningen geteld, een stijging van 2% ten opzichte van 2004. In de periode 2003-2005 zijn in totaal 66.000 toegankelijke woningen gerealiseerd. 318.600 woningen waren in 2005 specifiek gelabeld voor ouderen en gehandicapten (+1%), aldus de VROM-inspectie in het Toezichtsverslag Sociale Huursector 2005. (Pdf, 451 kb)

Specifieke seniorenwoningen

Van alle 55-plussers woont in 2006 84.9% in een reguliere woning, 9, 8% in een seniorenwoning, 1,7 % in een aanleunwoning, 1, 3% in een serviceflat en 0.6%, 3,4% in een woonzorgcomplex en 1,7% in een overige woonvorm (Bron: Cijfers over wonen 2006, VROM, Wonen, Wijken en Integratie).

Verhuisgeneigdheid onder 55-plussers

Senioren verhuizen niet graag. Slechts 20% van de 55-plussers met matige of ernstige beperkingen heeft een verhuiswens. De verhuisgeneigdheid is het grootst onder de 55-plussers (met beperkingen) die in een niet-geschikte woning wonen. Er zijn 50.000 ouderen die om gezondheidsredenen willen verhuizen, ook al hebben ze nu nog geen last van beperkingen. Wanneer men toch verhuist, dan gaat 70% van de verhuizende 55-plussers wonen in een voor ouderen geschikte woning. Onder de 55-plussers met matige of ernstige lichamelijke beperkingen is dit 85%. (Bron: Ouderenrapportage 2004, SCP)

Zorggebruik

Zorgbehoevenden

De helft van het aantal 55-plussers kent lichte, matige of ernstige beperkingen. Eén op de vier 55-plussers maakt gebruik van thuiszorg, mantelzorg of particuliere zorg. Dit komt overeen met ruim 1 miljoen mensen. Ruim 140.000 senioren kampen met ernstige zelfzorgproblemen, maar ontvangen geen zorg. (Bron: Oude bomen moet je niet verplanten, 2005, VROM-raad)

Verpleeghuizen

Nederland telt 345 verpleeghuizen. Deze geven plaats aan 66.329 bewoners. Er zijn zo’n 27.262 verpleeghuisplaatsen somatiek en 37.975 psychogeriatrisch. Ongeveer 2,5% van alle 65-plussers verblijft in een verpleeghuis. (Bron: ActiZ Branchecijfers, 2006)

Verzorgingshuizen

Er zijn zo’n 1340 verzorgingshuizen in Nederland met 105.195 plaatsen en 100.123 bewoners. In Nederland woont 5% van de 65-plussers in een verzorgingshuis. Het aantal dagbehandelingsplaatsen somatiek in verpleeghuizen in 2004 bedroeg 2.412 en voor psychogeriatrie 3.688. (Bron: ActiZ Branchecijfers 2006)

Thuiszorg

Tussen 2000 en 2005 is het aantal thuiszorggebruikers gestegen van 343.000 naar 433.000. De thuiszorg verleent ondersteuning aan 16% van de 55-plussers.
Ruim een kwart van de 4 miljoen zelfstandig wonende 55-plussers ontvangt huishoudelijke of persoonlijke verzorging. Ongeveer een derde van hen krijgt informele hulp, eenderde ontvangt thuiszorg en eveneens een derde particuliere zorg. (Bron: Ouderenrapportage, SCP)

Mantelzorg

Er zijn in Nederland 3,75 miljoen mantelzorgers, waarvan 2,4 miljoen langdurig mantelzorg verlenen. 35% van de mantelzorgers is ouder dan 55 jaar, 5% is ouder dan 75 jaar. Bijna 21% van alle 55-plussers met indicatie ontvangt mantelzorg. 65% van alle mantelzorgontvangers is een 65-plusser. 78% van alle mantelzorgontvangers heeft een ernstige beperking. (Bron: EIZ). Ongeveer 32% van de mensen tussen de 50 en 69 jaar verleent mantelzorg (Bron: RMO).

Woonzorgconcepten

ADL-clusterwoning

Een ADL-cluster is samengesteld uit 12 tot 18 speciaal aangepaste woningen en een centrale unit van waaruit de hulpverlening plaatsvindt. In 2004 waren er 75 ADL-clusters in Nederland met in totaal 1021 woningen. De woningen boden plaats aan 1013 cliënten, al dan niet met hun partners.

Beschermde woonvormen

Binnen de sector Verpleging en verzorging vallen onder de beschermde woonvormen de kleinschalige groepswoningen met gemeenschappelijke voorzieningen en 24-uurs zorg met toezicht. Een specifieke beschermde woonvorm is het kleinschalig wonen voor mensen met dementie. Zie ook: kleinschalig wonen.

Binnen de gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg wordt onder beschermde woonvormen het volgende verstaan: Individueel wonen of groepswonen in de wijk met vrijwel dagelijkse begeleiding. Het verblijf valt binnen de verzekerde zorg.

Aantal beschermde woonvormen lichamelijk gehandicapten 52  
Aantal gezinsvervangende tehuizen Lichamelijk Gehandicapte kinderen 16  
Aantal gezinsvervangende tehuizen Verstandelijk Gehandicapten 605  
waarvan gezinsvervangende tehuizen voor Verstandelijk Gehandicapte kinderen 25  
en waarvan gezinsvervangende tehuizen voor meervoudig gehandicapten 3  
Aantal gezinsvervangende tehuizen voor zintuiglijk gehandicapten 11  

Tabel 3: aantal woonvormen gehandicapten. Bron: Volksgezondheid Toekomstverkenning, 2005, RIVM.

Groepswonen

Wanneer de bewoners er vrijwillig voor kiezen om op basis van gelijkwaardigheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid, en met een positieve betrokkenheid bij elkaar op een door henzelf vormgegeven wijze met elkaar te wonen, spreekt men over groepswonen. Er zijn ongeveer 200 woongroepen voor senioren in Nederland en een aantal in oprichting. Gemiddeld wonen er 30 senioren in een woongroep. (Bron: Federatie Groepswonen)

Kangoeroewoning

Een kangoeroewoning bestaat uit aan elkaar gekoppelde, zelfstandige woningen of wooneenheden met een inpandige verbinding voor ouderen of mensen met een handicap en hun familie. Er zijn in de particuliere bouw tientallen initiatieven voor kangoeroewoningen, bij corporaties minimaal 60. Lees meer over kangoeroewoningen.

Kleinschalig wonen

Kleinschalig wonen is een woonvorm waarbij een kleine groep mensen, die intensieve zorg en ondersteuning nodig hebben, met elkaar in een groepswoning wonen waardoor het voor hen mogelijk is een zo normaal mogelijk leven te leiden. In 2005 kende Nederland zo’n 193.000 mensen met dementie en waren er 4.442 plaatsen kleinschalig wonen voor mensen met dementie op 349 verschillende locaties. Naar verwachting zal, met de uitvoering van de bestaande plannen, het aantal plaatsen groeien tot 10.834 plaatsen in 2010. Meer informatie over kleinschalig wonen voor mensen met dementie.

Levensloopgeschikte woning

Een zelfstandige woning is levensloopgeschikt wanneer men in alle levensfases met minimale fysieke inspanningen en minimale kans op ongevallen de woning kan bewonen. Nieuwe woningen voldoen aan de eisen van Woonkeur, bestaande woningen aan de eisen van opplussen. Het is niet bekend hoeveel levensloopgeschikte woningen er exact zijn. Lees meer.

Mantelzorgwoning

Verplaatsbare wooneenheden die bij een bestaande woning kunnen worden geplaatst, worden mantelzorgwoningen genoed. De zorgvrager woont zelfstandig, maar de hulpgever is dichtbij. Momenteel staan er twee mobiele mantelzorgwoningen in Nederland, één in Oisterwijk (Brabant) en één in Dongeradeel (Friesland). Een andere vorm van mantelzorgwoning is de vaste variant, zoals in de gemeente Boekel. Hiervan is niet bekend hoeveel er in Nederland zijn, o.a. in verbouwde garages en schuren. Lees meer.

Woonzorgcomplex

Een woonzorgcomplex bestaat uit een complex zelfstandige woningen, waar in het ontwerp aandacht is besteed aan veilig en beschut wonen. Er is een complexgewijs overeengekomen zorg- en servicearrangement maar wel met een consequente contractuele scheiding tussen wonen, zorg en service. De woningen voldoen aan eisen van aanpasbaar bouwen. In een woonzorgzone kan een woonzorgcomplex een functie vervullen als servicecentrum voor de wijk eromheen. Lees meer.

Er zijn momenteel 1.165 woonzorgcomplexen in de databank van het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg opgenomen. De meeste woonzorgcomplexen zijn voor senioren, maar er worden ook combinaties gemaakt voor verstandelijk en lichamelijk gehandicapten.

Woonzorgzone

Een woonzorgzone omvat een (deel van een) wijk of dorp waarin optimale condities zijn geschapen voor wonen met zorg en welzijn, tot en met niet-planbare 24-uurs zorg. Meestal met als kern een wijkservicecentrum of zorgsteunpunt. Ook gebruikt als verzamelnaam voor alle initiatieven rond het geschikter maken van gewone wijken voor mensen die zorg en/of welzijn nodig hebben. Lees meer.

Op dit moment zijn er zo’n kleine 70 woonzorgzones aangemeld in de databank van het KCWZ. Waarschijnlijk zijn er nog veel meer woonzorgzones die in de ontwikkelingsfase zitten. Naar schatting zijn er zo’n 10 woonzorgzones daadwerkelijk gerealiseerd.

Zorghotel

Bij zorghotels is er sprake van tijdelijk verblijf met de mogelijkheid van 24 uurszorg- en dienstverlening met kenmerken van een hotel in combinatie met zorg. In een eerste screening van het Kenniscentrum in 2006 werden 45 zorghotels gevonden. In februari 2007 heeft het Kenniscentrum binnen de Databank Wonen-Zorg een databank zorghotels geopend. Meer informatie.

Meer feiten en cijfers

ActiZ

  • Branchecijfers 2006
  • Website

Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg

Centraal Bureau voor de Statistiek

Eurostat

Expertisecentrum informele zorg

Federatie Gemeenschappelijk Wonen

Landelijke Vereniging voor Groepswonen van Ouderen

Ministerie van VROM

  • Toezichtsverslag Sociale Huursector 2005, een beschrijving van ontwikkelingen in de sociale huursector, door: VROM-inspectie, 2005
  • Cijfers over wonen 2004
  • Cijfers over wonen, 2006
  • Oude bomen moet je niet verplanten, Advies over ouderenbeleid en wonen door: VROM-raad, 2005
  • Ruimte geven, bescherming bieden, 2006
  • Tussen studentenhuisvesting en serviceflat, 2002 , te bestellen bij SDU
  • Met zorg gekozen?, 2004
  • Wonen op een rijtje; de resultaten van het woononderzoek Nederland , 2006

Ministerie van VWS

Sociaal Cultureel Planbureau

Rijksinstituut voor volkgezondheid en milieu

Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling

Overig