Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg – SCP: eigen woonruimte leidt niet tot participatie

0

17-01-2006

Zelfstandig wonen draagt niet zonder meer bij aan integratie in de samenleving en deelname aan het maatschappelijke verkeer van mensen met beperkingen. Dit stelt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in haar rapport “Een eigen huis…; Ervaringen van mensen met verstandelijke beperkingen of psychiatrische problemen met zelfstandig wonen en deelname aan de samenleving”.

Het rapport bevat een verslag van de uitkomsten van de eerste fase van een onderzoek uitgevoerd door het SCP en het lectoraat Vermaatschappelijking in de Zorg van Avans Hogeschool. Voor het onderzoek is gesproken met een beperkt aantal cliënten van instellingen voor mensen met een verstandelijke beperking of een psychiatrisch probleem in Zuidwest-Nederland.

Kwaliteit van leven

Uit het onderzoek blijkt dat de meeste respondenten geen reguliere baan hebben en een laag inkomen. Het zelfstandig wonen of in ieder geval het hebben van een eigen ruimte is een bepalende factor voor de ervaren kwaliteit van leven. Dat deze woonruimten vaak klein zijn en gelegen in sociaal-economische zwakke wijken weegt voor de betrokkenen niet op tegen de vreugde over de eigen woonplek.

Betrokkenheid in de samenleving

Uit de vraaggesprekken komt verder naar voren dat de respondenten in veel opzichten minder actief in de samenleving participeren dan de gemiddelde Nederlander. Een deel van de respondenten toont zich erg teleurgesteld in de terughoudende en soms ronduit afwijzende houding van de ‘gewone’ samenleving. De meeste respondenten hebben nauwelijks tot geen contact met de buren. De meeste contacten worden gelegd in de ‘eigen kring’ van mensen met dezelfde beperkingen.

Eenzaamheid

Zeker de helft van de respondenten verklaarde zich wel eens eenzaam te voelen. Deze eenzaamheid hangt voor hen niet samen met hun zelfstandigheid; ook in de instelling of de gezamenlijke woonvorm voelden de betrokkenen zich eenzaam.

Vervolgonderzoek

Het onderzoek vormt de eerste, verkennende fase van een grootschaliger onderzoek naar de maatschappelijke participatie van mensen met verstandelijke beperkingen of psychiatrische problemen. Op basis van de uitkomsten van de open vraaggesprekken wordt een gestandaardiseerde vragenlijst ontwikkeld, die aan een grotere groep mensen met verstandelijke beperkingen of psychiatrische problemen wordt voorgelegd. Hiermee start de tweede fase van het onderzoek.

Lees meer