2. Lokale samenwerking – Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg

0

A. Sociale wijkteams
B. Ondersteuning van zorgmijders: OGGZ
C. Wmo- of Sociaal Domein-convenant
D. Afspraken met corporaties in regionale beleidsplannen centrumgemeenten

Woonoverlast verstoort het woongenot en het leefklimaat in een buurt. Voor de mensen die er direct mee te maken hebben is woonoverlast zeer ingrijpend. Mensen die zich niets van hun omgeving aantrekken veroorzaken veelal deze overlast. Maar er kan ook iets anders aan de hand zijn, bijvoorbeeld dat mensen door hun psychische achtergrond of verslaving geen zogenoemde ‘woonvaardigheden’ hebben. Bij maar liefst dertig tot vijftig procent van de zaken waar sprake is van woonoverlast spelen psychische problemen een rol. Lees meer » 

Ambulantisering betekent samenwerken

Gemeenten, woningbouwcorporaties en zorgaanbieders moeten afspraken maken hoe ze mensen buiten de instelling opvangen. Is er op tijd een woning, komt de psychiater op tijd langs, wanneer neemt de wijkverpleging een kijkje en hoe is een zinvolle dagbesteding ingevuld? “We merken dat lokaal soms nog geen afspraken zijn gemaakt. Of dat de hulpverlening traag op gang komt. En dat is precies wat je niet wilt. Het moet goed zijn geregeld wanneer zorgklanten in een buurt komen te wonen, anders kunnen mensen snel terugvallen”, aldus het Landelijk Platform GGZ.

Bij een melding van overlast wordt, tot ergernis van Paul van Rooij (GGZ Nederland), ten onrechte een relatie gelegd met bezuinigingen op de geestelijke gezondheidszorg. “Mensen willen het liefst in hun eigen omgeving geholpen worden. Dat kan vaak ook heel goed en is voor die cliënten veel beter dan in een instelling. Het vergt een andere aanpak, een andere manier van behandelen. Cliënten, behandelaren en begeleiders moeten daaraan wennen, maar ook anderen. Want bij ambulantiseren gaat het ook om samenwerken met andere partijen zoals gemeenten, woningcorporaties, werkgevers, re-integratiebedrijven, huisartsen en ook de politie. Zonder hen lukt het niet.” Lees meer »

Zwolse corporaties: partners vinden elkaar in scheiden wonen zorg

Het scheiden van wonen en zorg heeft grote impact op het leven van mensen met een lichte zorgvraag in de Ouderenzorg (Verpleging en Verzorging), de GGZ (Geestelijke Gezondheidszorg) en de VG (Verstandelijke Gehandicaptenzorg). Daarom sloegen samenwerkingspartners RIBW Groep Overijssel en Frion de handen ineen. Zij brachten samen met IJsselheem, Travers Welzijn, MEE IJsseloevers, gemeente Zwolle en de drie woningcorporaties SWZ, deltaWonen en Openbaar Belang, het volgende in beeld: Hoe kunnen we optimaal tegemoet komen aan de woonbehoefte en de vraag naar begeleiding en zorg die nodig is om mee te kunnen blijven doen in de samenleving. De uitkomsten zijn verwerkt in het rapport Wonen, Welzijn en Zorg in de wijk. Andere partners in de stad onderschrijven de uitgangspunten in dit rapport en doen mee in de uitvoering. Lees meer »
WonenBreburg in gesprek over begeleiding huurders

Corporaties gaan steeds vaker te maken krijgen met overlastgevers en moeilijk plaatsbaren met psychische klachten, vreest WonenBreburg. Eerder sloten corporaties huurcontracten af met zorgpartijen voor langere periodes. Zij verhuurden die woningen inclusief zorg aan cliënten. Door de financiële scheiding van wonen en zorg moeten corporaties nu met cliënten zelf contracten met daarin een koppeling naar een zorgcontract afsluiten. Carin Turi, consulent Wonen Welzijn Zorg bij WonenBreburg: “Hoe garandeer je dan dat zorg doorgaat? Daar moeten we afspraken over maken.” Bovendien is er door de decentralisatie en daarmee samenhangende bezuinigingen in de geestelijke gezondheidszorg minder geld voor begeleiding. En dat terwijl mensen met psychische klachten vaker thuis behandeld moeten worden. Die begeleiding is essentieel, benadrukt Turi: “Juist dankzij begeleiding redden veel huurders zich goed en voorkom je dat zij overlast veroorzaken. Wij zijn daarover nu in gesprek met gemeente en zorgpartijen.”  Lees meer in het artikel ‘Overlast: Iedereen heeft recht op een huis’ in Aedes Magazine »

A. Sociale wijkteams

Vrijwel alle gemeenten werken vanaf 2015 met gebiedsgerichte teams bij de toeleiding van zorgvragers naar ondersteuning en zorg. De oprichting van dit soort sociale wijkteams wordt vanuit de rijksoverheid gestimuleerd (onder andere met extra financiële middelen). Wat de samenstelling is van deze teams en welke taken de teams uitvoeren kan echter van gemeente tot gemeente verschillen. Soms werken gemeenten (ook) met een Wmo- of Zorgloket. Corporaties kunnen hun huurders hiernaar verwijzen voor begeleiding of hulp. Voor woningcorporaties is het interessant aangesloten te zijn bij de sociale teams of contact te hebben met het Wmo- of Zorgloket. In sommige gevallen kan een corporatie zelfs actief in een sociaal wijkteam participeren.

Voor informatie over organisatievormen van het sociaal wijkteam, klik hier »

Patrimonium participeert in wijkteam
Corporaties die in een sociaal wijkteam zitten (54 procent) geven vaker aan afspraken met de gemeente te hebben dan corporaties die niet in een wijkteam zitten. Patrimonium neemt ook deel aan een wijkteam, samengesteld uit professionals van verschillende organisaties, maar heeft nog geen concrete afspraken met de gemeente. De Vrije: “Ik geloof erg in wijkgericht werken maar bij ons komt het nog niet goed van de grond. Er is weinig budget en nauwelijks regie. En er komt veel op de schouders van ons als corporatie terecht. Onze wijkbeheerders zijn bijvoorbeeld toch vaak het eerste aanspreekpunt. Maar ik geloof dat de afspraken met de gemeente en de hulpverlening in de toekomst beter worden. De eerste stappen zijn gezet. Wat ik niet snel opgelost zie worden is het probleem dat mensen met dementie en psychische problemen thuis te weinig zorg krijgen en structureel aan hun lot over worden gelaten.”
Wooncompagnie en het sociale wijkteam
Wooncompagnie zit niet in het wijkteam, maar in ‘de tweede ring’. Ze schuift aan bij het twee á drie maandelijkse overleg om ervoor te zorgen dat de medewerkers elkaar persoonlijk kennen en daardoor veel sneller kunnen schakelen als iets zich voordoet. Maar Wooncompagnie zet ook zelf kleine teams in voor bijvoorbeeld leefbaarheidsvraagstukken, huurachterstanden en dreigende huisuitzetting. In de kleinere dorpen werkt Wooncompagnie met ‘hometeams’. Daarin zijn bijvoorbeeld ook de huisarts, de GGD en wijk- en zorginstellingen actief en worden mensen besproken die nader aandacht behoeven. Ook met de dorpsraden wordt goed contact onderhouden.

B. Ondersteuning van zorgmijders: OGGZ

Juist onder de doelgroep mensen met een (licht) verstandelijke beperking en mensen met een psychiatrische aandoening bevinden zich relatief veel ‘zorgmijders’. Deze mensen melden zich niet uit eigen beweging bij een loket of bij een sociaal wijkteam. Zij krijgen daardoor niet zonder meer de zorg en ondersteuning die zij nodig hebben. De veranderingen in regelgeving en financieringsstromen kunnen ertoe leiden dat de groep zorgmijders groeit. 

In veel gemeenten functioneert een casuïstiekoverleg waarin partijen problemen kunnen inbrengen die zij in hun dagelijkse werk tegenkomen. Het kan daarbij gaan om een breed palet aan zorgelijke situaties zoals armoede, huiselijk geweld, sociaal isolement, verwaarlozing van kinderen, vervuiling van de woning of van de woonomgeving, overlastgevend gedrag, verslavingsproblemen, thuisloosheid, enzovoorts. Dit leidt tot een afgestemde aanpak met maatwerk per casus. Ieder draagt bij vanuit zijn/haar eigen rol, taak en kracht: GGD, GGZ en Maatschappelijke Opvang voor het ‘zorgen’; de wijkagent voor signaleren, registreren en ondersteunen; de politie-zorgcoördinator OGGZ voor het coördineren, verbinden, adviseren en fungeren als vraagbaak.

Woningcorporaties kunnen in dergelijke casuïstiekoverleggen signalen over problemen bij huurders inbrengen, zodat zorgpartijen (waaronder GGD, verslavingszorg, maatschappelijk werk en jeugdzorg) deze mensen kunnen benaderen. Het is goed mogelijk dat door de veranderingen in de zorg het aantal cases waarover dergelijke casuïstiekoverleggen zich moeten buigen, zal toenemen. Ook op het gebied van de ondersteuning van zorgmijders doen woningcorporaties er verstandig aan in overleg te treden met gemeenten over de wijze waarop de gemeente wil omgaan met signalen over zorgmijdende huurders.

De Sleutels en Münchhausenbeweging: werken buiten bestaande kaders

De Münchhausenbeweging is een samenwerkingsverband opgericht om mensen (en organisaties) te helpen die snel hulp nodig hebben en waar bestaande procedures verstarrend werken. De beweging wordt gevormd door mensen uit vooral het middenkader en de top van organisaties in de zorg, op woongebied, uit de wereld van het leren en die van het werken. De aanpak werd ontwikkeld in Rotterdam. In Leiden nam woningcorporatie De Sleutels het initiatief om de werkwijze over te nemen.

Hoe werkt het? De inzet van alle deelnemende partijen is gericht op het oplossen van problemen en het voorkomen dat mensen verstrikt raken in de bureaucratie. Alle deelnemers kunnen bij elkaar aankloppen voor collegiale bijstand als zij problemen tegenkomen. Als partijen denken een bijdrage te kunnen leveren vanuit hun eigen vakgebied, melden ze zich aan bij de collega met de hulpvraag. Bijdragen kunnen variëren van meedenken en discussiëren tot meebehandelen en concrete oplossingen aandragen.

De partijen hebben afgesproken in principe geen ‘nee’ te zeggen als er een beroep op ze wordt gedaan. Dat vraagt instemming vanuit de leiding van de organisaties die meedoen. Daartoe wijst iedere deelnemende organisatie een directielid als ‘baron’ aan. Ook heeft iedere organisatie een ‘hartenjager’, meestal uit het middenkader, die de eigen dagelijkse praktijk voldoende kent en de mogelijkheden overziet om bij te dragen in concrete situaties. Werken volgens de regels van de Münchhausenbeweging betekent dat zorg- en andere partijen een beroep kunnen doen op de deelnemende woningcorporaties als zij een (acuut) huisvestingsprobleem tegenkomen. Daar staat tegenover dat er altijd snel hulp beschikbaar is als corporaties problemen tegenkomen met huurders.De baronnen en hartenjagers komen regelmatig bijeen. Tijdens deze bijeenkomsten bespreken zij casussen waarin partijen elkaar hebben ondersteund. Ze bespreken tegen welke (regel)knelpunten zij zijn aangelopen en hoe ze die hebben opgelost. Tevens brengen zij nieuwe cases in waarvoor partijen hulp zoeken bij elkaar.

Corporaties in regio Breda participeren in overleg over mensen met complexe problematiek

In de regio Breda zijn zestien MASS-casuïstiekoverleggen actief waar maandelijks mensen met complexe problematiek besproken worden. Centrumgemeente Breda is opdrachtgever en financier vanuit de Wmo.Deelnemers zijn politie, gemeenten, woningbouwcorporaties, GGD, Maatschappelijk Werk, GGZ, MEE, Welzijnswerk, Novadic-Kentron en Maatschappelijke Opvang. Problematiek op meerdere levensterreinen van individuele cliënten of gezinnen komt aan de orde. Het gaat vaak om mensen die hulp afwijzen, terwijl signalen uit de omgeving zorgen oproepen. De partijen wijzen per besproken inwoner een dossierhouder aan en zetten na een eerste analyse acties uit. Bemoeizorgwerkers en andere hulpverleners trekken outreachend op met andere instellingen en maken zo het verschil. Jaarlijks worden er meer dan vijfhonderd situaties gemeld.De deelnemers aan het overleg melden rechtstreeks. Burgers en andere organisaties kunnen meldingen doen bij de GGD. De GGD brengt deze meldingen in bij het MASS-casuïstiekoverleg. Alleen die informatie die nuttig is voor het oplossen van problemen wordt met elkaar gedeeld. Zo wordt de privacy van inwoners beschermd. De dominante problematiek bepaalt wie dossierhouder wordt. Afspraken worden maandelijks geëvalueerd.Ongeveer twee derde van de casussen worden – soms na langere tijd – doorgeleid naar reguliere hulp. Vanuit het MASS-overleg wordt zo nodig contact gezocht met omwonenden van personen die in beeld zijn. Dergelijke contacten kunnen bijdragen aan het begrip voor en de acceptatie van problemen. Zo kunnen inwoners met problemen blijven wonen in hun eigen omgeving.

C. Wmo- of Sociaal Domein-convenant

Afspraken met gemeente over begeleiding van huurders met een zorgvraag

In de prestatieafspraken van woningcorporatie Tiwos met de gemeente is het Wmo-dossier ingebracht. Tiwos wil vast laten leggen dat er geen (grote) bezuinigingen worden doorgevoerd op de begeleidingscapaciteit van mensen met een zorgvraag. Volkshuisvesting in Arnhem constateert dat er meer aanspraak zal worden gedaan op woningen door mensen met een GGZ-problematiek, verstandelijke handicap of met vergelijkbare zorgvraag. Ze zullen bovendien zeker vaker terechtkomen in de toch al zwakke buurten. Dat betekent duidelijke afspraken maken met de begeleidende instanties. In Arnhem is de afspraak gemaakt dat de corporaties de woningen leveren en de gemeente kan worden aangesproken op de zorgverlening. De samenwerking verloopt naar wens.
Groningse corporaties delen website met zorgorganisaties

Groningse corporaties en zorgorganisaties hebben een besloten website ontwikkeld, alleen toegankelijk voor professionals. De website heeft tot doel om alle partijen aangesloten te hebben en te houden bij de afspraken.
Woningcorporaties zorgen voor geschikte huisvesting, GGZ voor goede behandeling en begeleiding

Samen Wonen is een project voor cliënten van GGZ Delfland die er aan toe zijn om weer zelfstandig te gaan wonen. Voor deze mensen is het vaak moeilijk om na opname een woning te vinden. Daarom heeft GGZ Delfland een overeenkomst gesloten met gemeente Delft en een aantal woningcorporaties in Delft, Lansingerland en Pijnacker-Nootdorp. De corporaties zorgen voor geschikte huisvesting en GGZ Delfland zorgt voor een goede behandeling en begeleiding. Deelnemers aan dit project kunnen voor een jaar een woning huren en ze volgen een zorgplan bij GGZ Delfland. Doel van het project is dat de cliënt uiteindelijk huurder wordt van de woning en daar zelfstandig kan wonen. De cliënten die deelnemen aan Samen Wonen moeten gemotiveerd zijn om zelfstandig te gaan wonen. Ze willen graag de vaardigheden die daarvoor nodig zijn, leren of verbeteren. Het gaat daarbij om zaken als omgaan met geld, sociale vaardigheden, zorgvuldig medicatiegebruik en een passende daginvulling. Ook het leren omgaan met persoonlijke problematiek hoort hierbij. De cliënten melden zich aan samen met het multidisciplinair behandelteam. Ook hun familie of contactpersoon wordt (met toestemming van de cliënt) betrokken. Eerst krijgen cliënten een ‘inventarisatiegesprek’. Hierin wordt met de cliënt besproken aan welke eisen de woning moet voldoen in verband met de medische situatie (bijvoorbeeld een rustige omgeving). Vervolgens krijgen de cliënten een cursus ‘Van GGZ naar maatschappij’. Iedere cliënt stelt een ‘Samen Wonen Zorgmap’ samen en wordt aangemeld voor ambulante zorg. De zorgmap bevat afspraken die gemaakt zijn met de behandelaar en begeleiders, zoals zorgplan, signaleringsplan en activiteitenoverzicht. Daarnaast bevat de map adressen en telefoonnummers.
Woningen voor ex-gedetineerden

Met de gemeente Bergen op Zoom heeft Stadlander afgesproken enkele woningen beschikbaar te stellen voor ex-gedetineerden. De gemeente betaalt het eerste jaar de huur (c.q. wordt ingehouden op uitkering van de bewoner). De afspraken zijn vastgelegd in een convenant.

D. Afspraken met corporaties in regionale beleidsplannen centrumgemeenten

Er zijn in Nederland 43 centrumgemeenten die van het Rijk middelen ontvangen voor de
Wmo-prestatievelden maatschappelijke opvang, OGGZ en verslavingsbeleid. Al deze centrumgemeenten zijn bezig om de situatie van (potentieel) dak- en thuisloze mensen te verbeteren. Het Stedelijk Kompas (regionale beleidsplan) is de overkoepelende naam van het plan van aanpak van de centrumgemeenten om de aantallen dakloze mensen te verminderen, hen te laten doorstromen naar een zo zelfstandig mogelijk bestaan, hun kwaliteit van leven te verbeteren en de met dakloosheid gepaard gaande overlast te verminderen. De inzet van corporaties is enerzijds om te voorzien in voldoende woonvoorzieningen / nieuwe woonvormen en anderzijds om de instroom in de maatschappelijke opvang (huisuitzettingen) te beperken.

De capaciteit voor begeleid (zelfstandig) wonen blijft onveranderd achter bij de vraag, blijkt uit de Trimbos Monitor Stedelijk Kompas 2013. Slechts een kwart van de gemeenten is van mening dat de beschikbare capaciteit voldoende is. De overgrote meerderheid van de gemeenten noemt (keten)samenwerking als de belangrijkste succesfactor voor de uitvoering van het Stedelijk Kompas. Nauw verwant aan samenwerking is het begrip draagvlak. Sinds 2011 wordt samenwerking het meest genoemd als succesfactor. Het gaat dan bijvoorbeeld om samenwerking tussen de centrumgemeente en de regiogemeenten (en soms ook de provincie), samenwerking tussen zorgaanbieders en woningcorporaties, zorgaanbieders en gemeenten. De gemeenten wijzen op de gezamenlijke visie die wordt gedragen door ketenpartners. Ook spreekt men van de goede verstandhouding tussen gemeente en instellingen. Als voorbeelden van ketensamenwerking wordt gewezen op convenanten die zijn afgesloten, structurele overlegvormen en uitvoeringsafspraken.

In 2015 wordt een nieuwe ronde regionale beleidsplannen ingezet om voor Beschermd Wonen en Opvang integrale regionale gemeentelijke Wmo beleidsplannen te maken.

>> Ga door naar het volgende hoofdstuk: 3. Geschikte woningen