3. Geschikte woningen – Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg

0

A. Woningen nodig

Als gevolg van de extramuralisering en ambulantisering zijn er (meer) woningen nodig voor mensen met een psychiatrisch probleem of een lichte verstandelijke beperking:

  • Er zijn tijdelijk meer woningen nodig vanwege de uitstroom uit intramurale instellingen. Deze extra huisvestingsvraag komt vrijwel volledig bij de woningcorporaties te liggen.
  • Mensen met een psychiatrische aandoening die zelfstandig wonen, kunnen minder snel een beroep doen op een intramurale plaats (bijvoorbeeld in de vorm van beschermd wonen). Dit treft ook mensen die te maken krijgen met problemen in hun zelfredzaamheid (bijvoorbeeld door een verergering van hun ziektebeeld of het wegvallen van een mantelzorger).
  • Jongvolwassenen met een psychiatrische aandoening zullen vaker zelfstandig gaan wonen als zij het ouderlijk huis willen (of moeten) verlaten. Veelal zijn zij aangewezen op een sociale huurwoning.

Het aantal zelfstandig wonende huurders met een psychiatrische aandoening of een verstandelijke beperking zal de komende jaren toenemen. In de meeste gemeenten gaat het om relatief kleine aantallen. Met name in de grote steden is hun omvang groter. De impact hiervan kan echter ook in kleinere gemeenten groot zijn als de gemeente er onvoldoende in slaagt een goed netwerk van zorg en ondersteuning voor deze groepen te organiseren. Vaak zal de vraag zich richten op kleine en goedkope wooneenheden.

companenggz-1475407

Groei van de groep zelfstandig wonende GGZ-cliënten

Als gevolg van de veranderingen in de GGZ zullen in de toekomst meer mensen met een psychiatrische stoornis zelfstandig wonen en ambulant ondersteuning krijgen. In de meeste gevallen wordt een beroep gedaan op corporaties voor de huisvesting van deze doelgroep. Het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg en Companen brachten de gevolgen van het gewijzigde overheidsbeleid, het aantal zelfstandige woningen dat extra nodig is voor mensen met een psychiatrische stoornis, in kaart. 

De overzichtskaart op www.kcwz.nl laat zien waar in Nederland de grootste verandering optreedt als gevolg van de hervormingen in de GGZ. Absoluut gezien gaat het in veel regio’s om een beperkt aantal mensen, maar de impact van het vraagstuk kan soms groot zijn. De drie grote steden zullen het meeste merken van de veranderingen. Door verder te klikken is ook per regio de impact zichtbaar.

Vaak zijn er (lange) wachtlijsten voor beschermd en begeleid wonen, maar aantallen daarvan zijn eigenlijk niet bekend. Het is dus nuttig dat alle betrokken stakeholders, inclusief corporaties, gezamenlijk in kaart brengen welke woningbehoefte er is naar aard, aantal en betaalbaarheid.

B. Inzet van incourant vastgoed

Volkshuisvesting Arnhem en het Bruishuis

Een oud verzorgingshuis is omgebouwd tot een ontmoetingsplek in de wijk waar gewoond en gewerkt wordt. Iedereen is hier welkom. Het Bruishuis biedt leerwerktrajecten, opleidingen en allerlei activiteiten aan. De bedoeling is dat mensen zich dankzij het Bruishuis verder kunnen ontwikkelen en een stapje omhoog maken. Een bewonersbedrijf verhuurt en beheert het gebouw. Op de derde etage van Het Bruishuis is een volledige etage ingericht voor cliënten van de RIBW Arnhem & Veluwe Vallei. In 2010 zijn 11 appartementen in gebruik genomen.
SCW verhuurt aan RIBW

SCW is verheugd dat met het betrekken van cliënten van de RIBW het gebouw weer een (woon)functie krijgt voor een bijzondere doelgroep. Het stond bijna drie jaar leeg, maar voldoet weer aan de hedendaagse eisen. Door de gevelrestauratie heeft het gebouw een erg fraaie uitstraling gekregen en is het een verrijking voor de wijk. Herman Suijdendorp, directeur-bestuurder van SCW: “Een belangrijke doelstelling van onze woningcorporatie is het huisvesten van bijzondere doelgroepen. Het gebouw aan de Wadenoijenlaan leent zich hier bij uitstek voor. We zijn blij dat we samen met de RIBW een goede oplossing hebben kunnen bieden.” Het pand heeft drie bestemmingen. Op de benedenverdieping bevinden zich het kantoor en ontmoetingsruimte voor cliënten van de RIBW. Op de bovenverdieping zijn 12 appartementen gecreëerd. De bewoners krijgen afhankelijk van hun zorgindicatie, minimaal één keer per week ondersteuning vanuit de RIBW. De gehele dag en avond is begeleiding vanuit de RIBW aanwezig. Lees meer »
De Huismeesters maakt vleugel verzorgingshuis geschikt voor jongeren met een zorgvraag
De Huismeesters heeft een oud verzorgingshuis in bezit. De zorgaanbieder transformeert op dit moment een deel van de capaciteit naar extramurale zorg voor ouderen. Enkele verdiepingen blijven beschikbaar voor intramurale zorg. Er zijn plannen om een vleugel te bestemmen voor jongeren met een zorgvraag. Deze jongeren kunnen dan ondersteuning gaan bieden aan de ouderen, waardoor de prijs van de arrangementen voor ouderen mogelijk lager kunnen worden. Voor de jongeren betreft het een leertraject en dagbestedingsactiviteit.

C. Bijzondere woningen

WonenBreburg en de Skaeve Huse
Als mensen na veel gesprekken met woonbegeleiding en via een tweede kansbeleid niet te helpen zijn, dan grijpen ze in Tilburg naar het laatste middel: de Skaeve Huse, Deens voor rare huizen. In negen sobere verplaatsbare huisjes aan de rand van Tilburg wonen sinds 2009 overlastgevers – de meesten zijn man en 40-plus – met zo min mogelijk prikkels van bijvoorbeeld buren en geluid. In Skaeve Huse wonen mensen die niet in staat zijn zelfstandig te wonen en baat hebben bij afzonderingen. Ze willen wel, maar kunnen niet. Dat is een andere categorie dan de notoire overlastgevers.

D. Nieuwbouw / bestaande bouw

Portaal: gemengde wooncomplexen

Uitgangspunt van Portaal-projecten Paranadreef (2014) is de directe woonomgeving te betrekken bij het hersteltraject van de OGGZ doelgroep. De inbedding in sociale systemen en het bieden van werk- en dagbesteding helpt bij de terugkeer in de maatschappij. Parana is een woon- en werkgebouw voor maximaal 44 ex dak- en thuislozen van binnen en buiten Overvecht. Er is daarnaast plaats voor 24 reguliere woningzoekenden (dragende bewoners) die een ondersteunende bijdrage willen leveren. Het is de bedoeling dat op de begane grond kleinschalige bedrijven komen, zoals een wasserette en horecagelegenheid. De woon-werkvoorziening is geïnspireerd door ‘t Groene Sticht in Leidsche Rijn.

E. Woningtoewijzing

Cliënt zoekt samen met zorgorganisatie een geschikte woning
De Huismeesters en Nijestee hanteren een werkwijze waarbij de cliënt met de zorgorganisatie zelf de woning kiest. Samen weten zij het beste welke woning goed aansluit bij de wensen en de mogelijkheden van de cliënt en in welke buurt deze goed kan gaan aarden. De corporatie houdt altijd nog een laatste mogelijkheid om uiteindelijk de woning niet toe te wijzen als hij het niet passend vindt gezien de omgeving. Onderzoek heeft uitgewezen dat deze werkwijze heel positief uitpakt. De cliënt, zorginstelling en corporatie zijn tevreden. Meer dan toen de corporatie nog zelf bepaalde waar de cliënt moest gaan wonen. Toen ging veel tijd verloren, waardoor het soms wel 9 maanden duurde voordat de cliënt uiteindelijk over een woning beschikte. De proefwoner krijgt extra urgentiepunten, zodat hij voorrang krijgt op een woning.
Regionale samenwerking bij toewijzing woningen bijzondere doelgroepen
De West-Brabantse corporaties werken samen in een pilot rond bijzondere doelgroepen. De woningzoekende wordt aangedragen door de zorg- en welzijnspartijen. Het gaat hierbij om mensen die in staat zijn om zelfstandig te wonen met enige begeleiding. De zorgorganisatie doet een aanvraag voor een woning. Vaak wonen deze cliënten nog intramuraal en is er in verband met herstel spoed met het zelfstandig wonen. Deze aanvraag verloopt via een van de samenwerkende corporaties, maar wordt centraal behandeld. Onder een aantal voorwaarden (inkomen, achtergrond, mate van zelfstandigheid) wordt aan deze cliënt een woning toegewezen door de meest voor de hand liggende corporatie (de corporatie die werkzaam is in het gebied van het sociale netwerk van de cliënt). Voorwaarde is dat de hulpverlenende instantie nog minimaal een jaar betrokken blijft. 
Vivare stelt woningen beschikbaar voor Housing First
Vivare in Arnhem startte in 2013 met de pilot ‘Housing First’. Dit project huisvest ex-daklozen in reguliere corporatiewoningen. Housing First werkt met intensieve begeleiding en is dus preventief tegen overlast. In 79 tot 93 procent van de gevallen werkt Housing First goed, blijkt uit een inventarisatie onder 7 van de 18 Nederlandse Housing First-projecten door het Radboudumc. Elisan Henderickx, projectconsulent Leefbaarheid bij Vivare: “De methode zet wonen voorop, gaat uit van de vraag van de cliënt en vraagt van de begeleiders om op hun handen te zitten. Dat sprak ons aan.” De corporatie stelt vier woningen beschikbaar voor Housing First en dat aantal groeit de komende twee jaar uit tot 25. De afspraak met bewoners is dat ze geen overlast mogen veroorzaken. Tot nu toe gaat dat goed. Behandeling is niet verplicht, maar er is wel wekelijkse woonbegeleiding vanuit de RIBW. Bewoners geven zelf aan waar ze hulp bij nodig hebben, bijvoorbeeld bij het regelen van financiën, boodschappen doen, familiebanden aanhalen of verslavingsproblemen. Het project past goed in de maatschappelijke taak die Vivare voor zichzelf ziet. “Wij zijn er ook voor mensen die niet zelfstandig in hun huisvesting kunnen voorzien. Bovendien is het voor de maatschappij goedkoper om iemand via een project als Housing First een huis en begeleiding te geven dan iemand van opvang naar opvang te laten gaan.”
Gezamenlijk verhuurmodel in Limburg: Housing Parkstad
Housing Parkstad is een initiatief van de acht corporaties (verenigd in het Regionaal Overleg Woningcorporaties), centrumgemeente Heerlen en diverse zorgorganisaties. Het project is gestart in 2013 en richt zich op cliënten van onder meer psychiatrische centrum Mondriaan, het Leger des Heils en het Blijf van mijn Lijf Huis in Heerlen, dak- en thuislozen, zwerfjongeren, mensen die uit de gevangenis komen en (ex-)verslaafden. Door hun problemen komen deze mensen meestal niet in aanmerking voor een woning en maken daarom vaak gebruik van maatschappelijke opvang, waar ze de noodzakelijke begeleiding krijgen. Housing Parkstad biedt hun de kans om de 24-uurs zorg achter zich te laten en een nieuwe start te maken in een eigen huurwoning. Ze krijgen, als dat nodig mocht zijn, daarbij ook weer begeleiding. Door deze proef wordt de doorstroming in de opgang verbeterd.De werkwijze is dat een zorgorganisatie een cliënt aanmeldt bij Housing. Er volgt een intakegesprek waarna de medewerker van Housing de vraag koppelt aan een corporatie en adviseert over de contractvorm. Een voorwaarde is dat de cliënt een jaar lang begeleiding accepteert van de 24-uurszorginstelling. Ook moet de cliënt toe zijn aan de overstap naar een eigen woning. Belangrijk is dat er zicht is op de financiële draagkracht en eventuele schulden die zijn ontstaan. Helder moet zijn of de cliënt een blokkade heeft bij één van de woningcorporaties.De cliënt wordt geïndiceerd voor een van de drie contractvormen die beschikbaar zijn: huur op proef, drie partijen-contract of op naam huurder. Dit wordt teruggekoppeld met de cliënt met wie Housing tevens kijkt naar de woonwensen. De medewerker van Housing Parkstad maakt vervolgens een match en doet een voorstel bij de betreffende woningcorporatie. Zodra de woningcorporatie een mogelijke woning heeft, vindt een intake plaats. De woningcorporatie heeft maximaal zes maanden de tijd om de cliënt naar een woning te bemiddelen. Gedurende het eerste jaar volgen er vier huisbezoeken door een medewerker van Housing, eventueel samen met een zorgverlener. 

De woningcorporaties stellen gezamenlijk jaarlijks inmiddels circa 150 woningen beschikbaar aan Housing. Er is op basis van het aantal woningen een jaarlijkse taakstelling afgesproken per woningcorporatie. Housing Parkstad wordt voor de helft gefinancierd door centrumgemeente Heerlen en voor de andere helft door de corporaties. Momenteel wordt de systematiek Housing First toegevoegd aan Housing Parkstad waardoor er een integraal model ontstaat voor mensen vanuit zorgorganisaties (extramuralisatie) en dak- en thuislozen. Tom Houben (Wonen Limburg): “Dit werkt erg prettig voor de corporaties. We zijn verlost van de ad hoc huisvestingsvragen van gemeenten en zorgorganisaties. We kunnen doorverwijzen naar Housing Parkstad. Hier zit de expertise die wij als corporatie niet in huis hebben. Na Parkstad zal Housing ook gaan draaien in de Westelijke Mijnstreek. Ik maak me er persoonlijk sterk voor om dit ook in de regio Midden Limburg te lanceren. Voor mij is het unieke van dit concept de regionale opzet, de integraliteit, expertise door ‘tussenpartij’, de nazorg.”

F. Betaalbaarheid

Inkomensprofiel van zorgvragers

Betaalbaarheid staat onder druk en zeker voor de bijzondere doelgroepen. In Zwolle is in opdracht van de samenwerkende partijen een onderzoek uitgevoerd door het NIBUD naar de inkomensprofielen van de verschillende zorgvragers. Welke ruimte blijft er over voor de huur als alle andere kosten zijn afgetrokken? Het is een onderwerp dat alle partijen inclusief de gemeente aangaat en iedereen heeft er een rol in. Mogelijke oplossingen die zijn geopperd om te hoge huren te vermijden:+ Bewoners gezamenlijk een woning laten bewonen waardoor de woonlasten lager worden;
+ Actief bemiddelen om bewoners te laten verhuizen naar een woning met een lagere huur;
+ Huurverlaging op maat: wanneer, welke criteria, hoe vorm te geven?

>> Ga door naar het volgende hoofdstuk: 4. Preventief werken