S M

Hét informatiepunt voor professionals
op het gebied van wonen, welzijn en zorg

Steeds meer projecten ‘gemengd wonen’

Corporaties en hun samenwerkingspartners hebben hun handen vol aan de huisvesting van kwetsbare burgers. Zij ontwikkelen in toenemende mate woonprojecten waar verschillende doelgroepen samen wonen. Hoe geef je de community vorm? Deze vraag houdt corporaties en bewoners bezig. Dit vraagstuk komt aan de orde tijdens de workshop ‘Hoe komen we aan passende huisvesting?’ op de conferentie Goede buren op 26 januari 2018. Verschillende woonprojecten van corporaties Portaal, Ons Doel, Eigen Haard en Talis komen aan bod en initiatiefnemers vertellen over hun plannen en ervaringen. Een voorproefje...

Gemengd wonen. Appartementengebouw Sumatrastraat Leiden. Zijdekwartier architecten
Afbeelding: Zijdekwartier architecten



Place2BU, waar buren naar elkaar omkijken - Utrecht

‘Met kerst ben ik met mijn kinderen naar de brunch geweest. Feestdagen zijn voor mensen zonder netwerk toch altijd moeilijke dagen. Het was een groot succes.’ Erik Patist, sociaal beheerder bij corporatie Portaal, vertelt over zijn bezoek aan Place2BU, een centraal gelegen complex in Utrecht waar 80 voormalig daklozen wonen, 40 statushouders en daarnaast nog tientallen jongeren tussen de 23 en 27 jaar. Een mooi voorbeeld van ‘gemengd wonen. 'De studio’s zijn 21 m2 en de bewoners betalen 455 euro huur. De bewoners dragen een steentje bij aan het reilen en zeilen van het complex en kijken naar elkaar om. In het gemeenschapsgebouw kunnen bewoners en buurtbewoners elkaar ontmoeten.

Goede samenwerking

Het gebouw is er gekomen door samenwerking tussen de gemeente, zorgorganisatie Lister, Portaal, corporatie Mitros en De Tussenvoorziening, organisatie voor maatschappelijke opvang. ‘Place2BU heeft echt een buurtfunctie’, zegt Patist. ‘Het loopt als een trein.'Een belangrijke succesfactor is de goede samenwerking met andere organisaties. 'We hebben een goed functionerend projectteam. We zien elkaar echt als collega’s, ook al werken we allemaal bij een andere organisatie. We trekken echt samen op.’ Hij vertelt dat er vanuit iedere organisatie die meewerkt steeds 1 of 2 vaste medewerkers het aanspreekpunt zijn. ‘Zo voorkom je teveel wisselingen en teveel verschillende gezichten.’

Gemeenschap opbouwen

De hamvraag is hoe je bij dergelijke woonprojecten een community opbouwt. Volgens Erik Patist zijn professionals nodig om zo’n gemeenschap op gang te krijgen. En blijven professionals altijd nodig, voor het sociale beheer. ‘Dat kun je niet alleen aan bewoners overlaten.’ Verder is het van belang om de juiste bewoners te zoeken. ‘We zoeken mensen die het echt willen en bewust kiezen. De selectie luistert nauw.’ Er zijn genoeg mensen die belangstelling hebben, blijkt uit de wachtlijst waar 200 mensen op staan. Uit de motivatiebrieven die de mensen moeten schrijven blijkt dat zij echt op zoek zijn naar sociaal contact maar ook naar een eigen voordeur. ‘De potentiële huurders zijn vaak net afgestudeerd en zijn hun studentenhuis zat maar willen wel sociaal contact hebben met de nodige privacy.’

Gangmakers

Vroegtijdige signalering van eventuele problemen is nodig om overlast en problemen te voorkomen. ‘Bewoners, professionals en de buurtbewoners kunnen signaleren. Zo bouw je een heel netwerk.’ Per gang zijn er twee bewoners die vier uur per week de rol van ‘gangmaker’ vervullen. Zij houden in de gaten hoe het gaat en vormen de ogen en oren van de verdieping, ‘Dragende’ en ‘vragende’ bewoners wonen door elkaar heen. Portaal is bezig met nog meer woonprojecten waar een gemengde doelgroep gaat wonen. Bij een complex waar 30 studenten wonen is het bijvoorbeeld de bedoeling dat er een mix van bewoners gaat wonen: studenten én mensen uit de maatschappelijke opvang. ‘Het verloop onder de studenten is hoog dus het is redelijk snel gefikst.’

Juist in slechtere wijken

Bijzonder is dat hij juist in slechtere wijken dit soort woonprojecten ambieert. ’Juist daar!’, zegt Erik Patist vol overtuiging. ’Omdat we daar een sterke structuur gaan opbouwen met deze woonprojecten. Je moet verder gaan in je maatregelen dan bij andere projecten en daar profiteert een slechtere wijk alleen maar van. Je moet het sociale aspect aanpakken.’ Wat volgens hem al scheelt is dat de bewoners die uit de opvang komen of uit de psychiatrie zich welkom voelen in zo’n complex. De dragende huurders zijn vaak hoog opgeleide jongeren die nog niet zoveel verdienen en dus in aanmerking komen voor de huurwoningen. Hij zou ook graag wat vrije sector woningen vrijmaken voor dit soort projecten. Zijn andere droom is dat de vragende huurders ook dragende huurders worden. Hij begrijpt niet waarom er niet veel meer van dergelijke gemengd wonen projecten zijn. ‘We kunnen het gewoon doen. We moeten lef hebben en durven. Want het is het absoluut waard. Deze woonprojecten verbeteren de kwaliteit van leven. Het kan echt.’

Meer informatie: Place2BU



Woongeluk voor iedereen - Amsterdam-Noord

Corporatie Eigen Haard streeft naar woongeluk voor iedereen. Om dat te bevorderen hebben zij een challenge uitgeschreven. Het team Eigen Thuis won de challenge en mag hun woonconcept uitvoeren op locatie Z1 in Elzenhagen Zuid. Op deze plek in Amsterdam-Noord verrijst over twee jaar een complex met 288 sociale huurwoningen en circa 1000 m2 bedrijfsruimte. Team Eigen Thuis bedacht een mix per verdieping en op basis van leefritme, thuis- en groepsgevoel. Het is de bedoeling dat zittende bewoners meebeslissen over wie er bij hen komt wonen. Mariska van der Sluis van het Thuismakers Collectief is lid van het winnende team: ‘We werken samen met het Leger des Heils, met Timon en De Drie Notenboomen. En willen ons concept in het gebouw gaan inpassen. We richten ons daarbij vooral op jonge gezinnen en ouderen. Daarom zien we graag dat onder meer de Zorgbutler, een woonvoorziening waar zelfstandige ouderen zo lang mogelijk de regie over het eigen leven kunnen behouden en tienermoeders een thuis in Z1 vinden.’

Gezamenlijk thuisgevoel creëren

Om een gezamenlijk thuisgevoel in een woongebouw, buurt, portiek of straat te kunnen creëren richt Thuismakers Collectief zich in haar aanpak altijd op vier elementen: de plek, het netwerk van mensen, persoonlijke en gezamenlijke routines en tradities, en een gezamenlijke organisatie. ‘Voor Z1 hebben we dit vertaald naar een concept van kleine gemeenschappen per etage, waar krachtige bewoners samenleven met wat meer kwetsbare mensen. Ruimtelijk gezien wordt dit idee van een ‘hofje per etage’ onder meer ondersteunt door een gemeenschappelijke ruimte per verdieping.’ De daadwerkelijke uitvoering laat nog wel even op zich wachten.

Huisvesting bijzondere doelgroepen is urgent

‘We zitten nog volop in de aanbestedingsfase en de haalbaarheid’, vertelt Elmy Everaert, adviseur woonbeleid van Eigen Haard. ‘We zijn erg bezig met het ontwikkelen van innovatieve woonconcepten omdat het huisvesten van kwetsbare huurders een van onze kerntaken is. Daar is innovatie voor nodig.’ In Amsterdam werken corporaties en gemeente samen aan de uitvoering van het ‘Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen'. Met dit programma vraagt de gemeente Amsterdam aan corporaties om binnen drie maanden passende huisvesting voor kwetsbare groepen te realiseren (het housing-first principe) Het gaat om statushouders, ex-dak- en thuislozen en mensen met sociale en medische problemen. In het kader van dat programma is de woonchallenge bedacht. ‘Meer dan nodig want het aantal kwetsbare huurders neemt alleen nog maar toe. Huisvesting voor bijzondere doelgroepen is heel urgent.'

Beeldvorming

Everaert worstelt met de vraag hoe ze binnen het huidige toewijzingsbeleid kan zorgen voor een goede mix van huurders, waarbij kwetsbare en reguliere huurders prettig samenleven met elkaar. En hoe je kunt bouwen aan een community. De regels moeten anders, veel flexibeler. ‘Locaties zijn niet het probleem, want er wordt veel gebouwd momenteel. Maar het gaat om het vormgeven en het bouwen van een gemeenschap.’ Een laatste aandachtspunt is de beeldvorming. ‘Alle kwetsbare huurders worden op één hoop gegooid. Maar niet iedere kwetsbare huurder heeft dezelfde behoeften of vormt risico op overlast. Dat denken mensen wel vaak.’

Meer informatie: Project Z1 en Challenge Woongeluk voor iedereen



Leefgemeenschap met ingebedde zorg - Gelderland

‘Een goede buur is beter dan een verre vriend’, vindt Colinda Diesveld, actief bij de Coöperatieve Vereniging Ecodorpen Gelderland (CVEG). CVEG staat voor (het vormen van en wonen in) een ecologisch en duurzaam dorp of wijk. Het streven is zelfvoorzienend te zijn op verschillende gebieden; zeker wat betreft energie en voeding. 'Ook wat betreft het zorgaspect denken we duurzaam. Het betekent ook "langer gezond thuiswonen", langer deel uitmaken van de samenleving. Wij zorgen als grote groep mensen voor een veel kleinere groep minder gezonde mensen en mensen met een beperking. Dit betekent dat er ongeveer 4 gezonde personen staan rondom 1 persoon met een gezondheidsprobleem en/of beperking.'

Nabuurschap in optima forma

Initiatiefnemer Hans Schaaij en Colinda Diesveld zijn bezig met het opstarten van deze vorm van wonen in verschillende gemeenten in Gelderland. Zorgvragers en zorgdragers zullen daar naast elkaar gaan wonen. ‘Zoals ouders met kinderen met beperkingen, alleenstaanden of jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt, mensen met dementie. Ook zorgprofessionals zijn er welkom om te wonen en zorg te verlenen, het blijkt dat dat een wens is van mensen die nu in de reguliere zorg vastlopen. We willen een divers gezelschap. We nemen zo’n 20-25% bewoners op die zorg nodig zullen hebben. Dit naast en met eventuele mantelzorgers zodat deze ook steun ontvangen en het gevoel hebben dat ze er niet alleen voor staan.’ Nabuurschap in optima forma. 

Zorgaanbieders

Het is de bedoeling om samen te werken met reguliere zorgaanbieders. Daarnaast ontwikkelen ze ook zelf een aanbod van zorg, diensten en activiteiten. ‘We zijn een wooncoöperatie en geen professionele zorgaanbieder. We willen voor de taken die we wel op ons nemen een zorgcoöperatie oprichten.’ De zorgcoöperatie kan zorg inkopen door de inzet van ZZP-ers of door zorg in te kopen bij de gevestigde zorgaanbieders in de omgeving of bij die zorgprofessional die bij ons woont.

Hartverwarmend

Colinda Diesveld is in verschillende gemeenten bezig maar in Heteren en Nijmegen is ze het verst. 'In Heteren zijn we bezig om een mix te maken van huurwoningen met misschien ook wat koopwoningen erbij.’ Samen met corporaties Talis en de WBVG willen ze om te beginnen in Nijmegen projecten bouwen met zorgwoningen en gewone woningen, allemaal duurzaam. Op het Zuiderveld in Nijmegen-Noord komen 50 klimaatadaptieve woningen. Het initiatief kost betrokkenen veel tijd. ‘Contacten leggen, bezoekjes brengen, telefoneren. Het is bijna een dagtaak', vertelt ze. Wat haar verrast is dat zoveel mensen het initiatief omarmen en enthousiast aanhaken. ‘Dat is hartverwarmend.’ 

Beren op de weg

Toch valt niet altijd alles mee. ‘Als je een mooi idee echt verder wilt vormgeven, dan komen de beren op de weg, zoals regelgeving en organisaties die naar elkaar wijzen. Of projectontwikkelaars die er tussen gaan zitten.’ Het is wel heel bemoedigend dat ondernemers en zorgorganisaties meedenken. Gemeenten staan ook welwillend tegenover het idee omdat er behoefte is aan andere woonvormen. ‘Maar zij zitten vast aan quota van het aantal huizen of een bestemmingsplan.’

Meer informatie: Coöperatieve Vereniging Ecodorpen Gelderland



15 plekken, 15 kansen - Leiden

‘Al fietsend door Leiden hebben we 15 plekken bezocht waar op korte of lange termijn wellicht kansen zijn woningen te realiseren’, vertelt Ianthe Mantingh van architectenbureau Zijdekwartier. Samen met Christoffel Klap, bestuurder van de Leidse corporatie Ons Doel is zij inmiddels op vijf plekken bezig met het realiseren van huisvesting. Zij doen dit vanuit de gezamenlijke visie te komen tot een inclusieve samenleving, daarom proberen ze bij elke ontwikkeling ook kwetsbare huurders een plek te bieden. ‘We letten erop dat de woongebouwen prettig en veilig zijn en uitnodigen tot ontmoeting.’

Prettige mix van bewoners

Christoffel Klap: ‘In een voormalig schoolgebouw komt een bijzonder woonconcept. We willen zes jongeren tussen de 17 en 24 jaar die nog niet helemaal zelfstandig kunnen wonen onderdak bieden. Naast deze kleine woonstudio’s komen er ook zeven woningen voor reguliere huurders. Zo ontstaat een prettige mix van bewoners. Een mentor vanuit Cardea Jeugdzorg, die ook in het complex komt wonen, zorgt voor de begeleiding.’

Het thuisgevoel centraal

‘We proberen het thuisgevoel centraal te stellen’, vult Mantingh aan. ‘In de Sumatrastraat komen in een nieuw appartementencomplex kleine, betaalbare woningen voor 78 met name één- en tweepersoonshuishoudens. Daar is steeds meer behoefte aan. Het ontwerp van het gebouw en de inrichting van de route van straat naar huis bevordert het thuisgevoel van de bewoners. Die zullen zich daarmee ook eerder verantwoordelijk voor die ruimte voelen.

Statushouders en reguliere huurders

Daarnaast is Ons Doel, samen met de gemeente Leiden en woningcorporatie de Sleutels, bezig met een wooncomplex op een nieuwe, tijdelijke locatie in de stad bestemd voor 50 statushouders met een vluchtelingen achtergrond en 50 reguliere huurders. Ook hier een mix aan bewoners die zich snel thuis moeten voelen. Er komt een gemeenschappelijk ‘tuinhuis’, bewoners krijgen de ruimte zelf over de invulling na te denken en een huismeester is als aanspreekpunt in het complex aanwezig. 

Community-vorming

Ianthe Mantingh en Christoffel Klap buigen zich over de vraag hoe de gemeenschapsvorming in wooncomplexen tot stand komt. 'Dat is eigenlijk het belangrijkste vraagstuk. De uitdaging zit hem vooral in de community-vorming. Hoe stimuleer je dat proces en hou je het duurzaam?', zegt Klap. 'Goede begeleiding door de zorg en adequate toewijzing zijn in ieder geval belangrijke voorwaarden.'

Meer informatie: Architectenbureau Zijdekwartier en woningcorporatie Ons Doel

23-01-2018 13:51
E F