S M

Hét informatiepunt voor professionals
op het gebied van wonen, welzijn en zorg

Nieuwe woonvormen ouderen vragen ander grondbeleid gemeente

Door Ruben Beens & Peter Prak

Het is onontkoombaar, de Nederlandse bevolking vergrijst. Het aantal oudere ouderen (van 75 jaar en ouder) groeit snel. In 2040 zijn er 2,6 miljoen 75+-ers en 50% van alle huishoudens is 60+. Dat is twee keer zo veel als nu. De vergrijzing is bepalend voor toekomstige woonvormen. De vraag naar passende woningen voor ouderen zal blijven groeien en dat is een nieuw soort vraag. Hoe gaan gemeenten hiermee om? Sluit hun (grond)beleid hier al op aan? Het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg liet dit samen met de Universiteit Groningen en de Stichting Knarrenhof onderzoeken. Afstudeerder Ruben Beens doet verslag: "De ouderen van nu zijn oudere jongeren en jongere ouderen. Ze staan actief in het leven en willen zo lang mogelijk zelfstandig wonen. Dit past in het beleid van langer thuis en het scheiden van wonen en zorg de afgelopen jaren. De senior moet (langer) zelfstandig wonen, verpleeghuizen zijn alleen nog voor de zwaarste zorgcategorieën. Maar hoe gaat het nu met deze nieuwe woonvraag van de grootste doelgroep van Nederland?"

Schets Knarrenhof

Stenen belangrijk, buren nog veel meer

De huidige woningvoorraad en woningbouwprogrammering sluit niet goed aan op de (veranderde) woonwensen van deze groeiende doelgroep. Omdat mantelzorg maar voor een minderheid van de senioren in de familie mogelijk is, zoekt een deel van de senioren een woonvorm met gelijkgestemden. Zorg, gezelschap en veiligheid zijn daar naar behoefte voorhanden. De stenen zijn belangrijk, maar de buren nog veel meer.

Andere woonbehoefte: doorstroming staakt

Omdat het standaardwoningaanbod niet aansluit bij de vraag blijven veel senioren in hun huidige woning wonen die eigenlijk te groot is en niet levensloopbestendig. Gevolg is dat het voor jongeren die zelfstandig willen wonen, lastig is een woning te vinden. Er treedt verstopping op, de doorstroming staakt, gemeenten moeten steeds meer Wmo-subsidies verstrekken om woningen levensloopbestendig te maken, de bovenverdieping staat leeg en de winkels en verenigingen verliezen jeugd en kopers. Want die wonen al lang ergens anders. En in de buitenwijk wordt toch weer voor gezinnen gebouwd. Ongewenste verdunning rondom de binnenstad is het gevolg.

Eigen verantwoordelijkheid voor prettig wonen

Daarbij gaat de overheid uit van een grote eigen verantwoordelijkheid. Koning Willem-Alexander introduceerde in 2013 het begrip ‘participatiesamenleving’, waarmee hij de Nederlandse samenleving vroeg om verantwoordelijkheid te nemen voor ieders eigen leven en omgeving. Veel (toekomstige) ouderen slaan hun handen ineen en nemen hun eigen verantwoordelijkheid om oud te kunnen worden op een plek en een manier waar zij zichzelf prettig bij voelen. We zien momenteel verschillende woongroepen voor ouderen in Nederland ontstaan. Een voorbeeld is Stichting Knarrenhof. Een organisatie die (onder andere) de levensbehoeften op het gebied van wonen van 50-plussers faciliteert, geïnspireerd op het concept van hofjes. Knarrenhof reageert daarmee op de vergrijzing, de toename van het aantal eenpersoonshuishoudens, het risico van sociaal isolement en het wantrouwen jegens instituties. Een deel van de ouderen heeft behoefte aan dit type woonvorm. In meer dan 260 gemeenten door heel Nederland zijn er al deelnemers en het eerste Knarrenhof is in 2018 in Zwolle geopend.

De deelnemers gaan met Stichting Knarrenhof op zoek naar locaties om door middel van Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) in de vorm van wooncoöperaties hun eigen hofje realiseren. Alle genoemde zaken staan in bijna elk collegeprogramma, het beleid juicht dit toe. Maar makkelijk gaat het niet, want hoe zit het met de uitvoering? Hoe gaan gemeenten in de praktijk om met dit soort initiatieven?

Onderzoek naar sociale aspecten in grondbeleid

Ruben Beens heeft dat onderzocht in zijn afstudeeronderzoek voor de master Social- Spatial Planning vanuit de Rijkuniversiteit Groningen. Er is samenwerking gezocht met het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg en Knarrenhof. Voor drie Knarrenhoflocaties is onderzocht wat de sociaal-maatschappelijke beleidsspeerpunten zijn van de gemeente. Immers qua omvang is het sociale domein vaak al 50% van de totale gemeentebegroting of meer. Als er ergens iets in de toekomst op de begroting drukt zijn het kosten van dit domein (oudere burgers, Wmo, sociale zaken). Maar de uitvoering ligt elders, bij het grondbeleid van gemeenten. Dit onderdeel is vaak een fractie van het sociale domein in de gemeentelijke begroting. Maar zij bepaalt de gronduitgifte en wat er gebouwd wordt. Dus is onderzocht in hoeverre sociaal- maatschappelijke doelstellingen ook echt vertegenwoordigd en verankerd zijn in het grondbeleid van deze gemeenten.

Beleidsmatig zien we dat CPO projecten en levensloopbestendig wonen vanuit verschillende overheden gestimuleerd wordt, maar concreet wordt het lang niet overal. En dat is wel nodig want ‘in beleid kun je niet wonen’. Concrete uitvoering van beleid zou wel wenselijk zijn omdat dergelijke woonvormen niet alleen in een woonbehoefte voorzien, maar het ook bespaart op de zorgkosten van verzekeraars en gemeenten. Immers mensen kijken naar elkaar om en geven aandacht of zelfs hulp of zorg waar nodig. Een levensloopbestendige woning hoef je niet meer aanpasbaar te maken, mensen in een netwerk hebben veel minder zorg nodig.

Geen proactief beleid voor CPO initiatieven

Het grootste probleem voor CPO projecten als Knarrenhof is echter het vinden van een (betaalbare) locatie. Want levensloopbestendig bouwen betekent bredere woningen en vaak hogere bouwkosten. Het onderzoek geeft enkele glasheldere conclusies:

  • In geen van de onderzochte gemeenten is in de Nota grondbeleid opgenomen waar, hoe en hoeveel ruimte er binnen de gemeentegrenzen is voor CPO initiatieven. We zien daarmee dat sociaal-maatschappelijke wensen en beleid niet zijn doorgevoerd op fysiek-ruimtelijk gebied.
  • Er is geen proactief beleid, wel voor grondprijsmaximalisatie op korte termijn of voor sociale huur, maar voor dergelijke initiatieven is niets gepland. Elk verzoek om een locatie kost dan ook geld, er moet afgeboekt worden of jarenlang gewacht op locaties.

Het advies aan overheden en gemeenten is heel simpel: leg in alle woonvisies, structuurplannen en woonvisies vast dat minimaal 25% van alle vrijkomend maatschappelijk vastgoed bestemd is voor burgerprojecten die levensloopbestendig zijn en waar ze daadwerkelijk invloed hebben. Zo bespaart de gemeente kosten, bevordert de doorstroom en vergroot ze de leefbaarheid van oudere wijken en haar bewoners. En ook niet onbelangrijk, door beleid concreet te maken verkleint de politiek de afstand naar de burger.

Ruben Beens MSc Social- Spatial Planning
Peter Prak directeur Knarrenhof Nederland
Met medewerking van Penny Senior, KCWZ

06-12-2018 15:26

Meer informatie