Inventarisatie mantelzorgwoningen – Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg

0

Het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg deed medio 2016 onderzoek naar mantelzorgwoningen. Wat zijn de ervaringen met dit woonconcept? Selma de Schipper bekeek in het onderzoek de mantelzorgwoning vanuit verschillende perspectieven: dat van de aanbieder (de leverancier) van mantelzorgwoningen, dat van de eigenaar en dat van de gebruiker (de mantelzorger en mantelzorgontvanger).

aanbouw_de_meeuw-5859439

Woonoplossing bij mantelzorg

Veel mensen in Nederland zijn mantelzorger van een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende in hun omgeving. Ruim 600.000 mensen zorgen langer dan 3 maanden en meer dan 8 uur per week voor een familielid, vriend of kennis (bron: Mezzo). Hoewel veel mantelzorgers voldoening halen uit hun taak, is intensieve mantelzorg zowel fysiek als emotioneel vaak zwaar. Een beperkende factor bij het verrichten van mantelzorg kan de woning van de zorgvrager zijn. De slaapkamer en de badkamer bevinden zich bijvoorbeeld op de verdieping van een eengezinswoning en deze zijn door bewoner die zorg nodig heeft niet (meer) te bereiken. Maar ook de reisafstand tussen het huis van de mantelzorger en –ontvanger kan een flinke drempel zijn. Rond 2009 is er een nieuw woonconcept geïntroduceerd, dat voor deze beperkingen een oplossing kan bieden: de mantelzorgwoning. Een woonoplossing, waarbij de mantelzorger en de persoon die zorg nodig heeft (vaak een familielid) bij elkaar wonen. Het Kenniscentrum is benieuwd in hoeverre het concept inmiddels navolging heeft gekregen en heeft een onderzoek uitgevoerd.

Wat is een mantelzorgwoning?

Een vraag die bij het onderzoek onvermijdelijk naar voren komt is: wat is nu eigenlijk een mantelzorgwoning? Want sinds de introductie zijn er tal van namen voor het concept geïntroduceerd: zorgkamer, zorgserre, aanklikwoning, wmo-unit, etc.

Onze zoektocht maakt duidelijk dat er diverse woonsituaties het stempel mantelzorgwoning mee krijgen. Kreeft (2015) onderscheid vijf verschillende vormen:

  1. Een bestaand gedeelte van de woning of een bijgebouw ervan wordt geschikt gemaakt voor bewoning. Dit kan bijvoorbeeld een garage of tuinhuis zijn.
  2. Er wordt tijdelijk (voor de duur van de mantelzorgsituatie) een zorgunit aan de woning geplaatst waar de zorgbehoevende of de zorgverlener verblijft. Het gaat hierbij om een slaap- en of badkamer.
  3. Er wordt tijdelijk (voor de duur van de mantelzorgsituatie) een zelfstandige woning op het erf geplaatst met een aparte ingang, woon/slaapkamer, sanitair en keuken.
  4. Het huis wordt voorzien van een permanente aanbouw die onderdeel uitmaakt van het hoofdgebouw waarin de zorgbehoevende of mantelzorger woont.
  5. Bij het huis wordt een permanent bijgebouw gerealiseerd dat geen onderdeel uitmaakt van het hoofdgebouw. Dit wordt de woning van de zorgbehoevende of mantelzorger.

Wij zoomden in op de tweede en derde variant: de tijdelijke oplossing voor mantelzorgers en zorgbehoevenden die de zorg dicht bij huis willen regelen. Het Kenniscentrum heeft contact gelegd met aanbieders van tijdelijke mantelzorgwoningen, maar ook met woningcorporaties en een gebruiker van een mantelzorgwoning.

>> Lees verder ‘Voor elk wat wils’