Färdknäppen – cohousing in Zweden – Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg

0

Färdknäppen is een Zweeds cohousing project voor ‘the second half of life’, bedoeld voor mensen van 40 jaar en ouder die geen thuiswonende kinderen meer hebben. Het is in 1993 nieuw opgeleverd en functioneert al 22 jaar heel goed. Belangrijk daarbij is dat het lukt om de groepssamenstelling gevarieerd te houden naar leeftijd en werkenden/niet-werkenden. Wat ook meewerkt, is dat Färdknäppen aantrekkelijk gelegen is in een gewilde stadswijk van Stockholm.

fardknappen-keuken-2100696

Gemeenschappelijk wonen over de grens
Het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg besteedt met het thema woonvariaties extra aandacht aan gemeenschappelijke woonvormen. Ook in het buitenland zijn voorbeelden van dergelijke woonvormen te vinden. Els de Jong (WONO) beschrijft drie gemeenschappelijke woonprojecten in drie landen: Zweden, Duitsland en de Verenigde Staten.

Initiatief

Het eerste initiatief voor Färdknäppen kwam van een groep vijftigers, professioneel betrokken bij stedebouw, die nadachten over hun toekomstige woonsituatie. Ze vroegen zich af hoe ’empty nesters’ elkaar kunnen ondersteunen, waardoor ze met het ouder worden minder afhankelijk blijven van zorginstellingen. Ze vroegen zich ook af of de sociale relaties binnen cohousing de relaties binnen gezin en werk, die afnemen met het ouder worden, zouden kunnen vervangen. En tenslotte zochten ze naar woningen die ouderen er toe zouden kunnen verleiden hun ruime eengezinswoningen vrij te maken voor jongere generaties (Sangregorio, 2000).

De bewoners

Er wonen 54 mensen in Färdknäppen, 38 vrouwen en 16 mannen. De leeftijd varieert van 52 tot 92 jaar, de gemiddelde leeftijd is 70 jaar. Het streven is een bewonerssamenstelling van half werkenden en half gepensioneerden, en tot nu toe lukt dit. Op dit moment (juni 2015) werkt 40% van de leden, waarvan 30% fulltime. De vereniging mag zelf nieuwe huurders voordragen. Belangstellenden voor wonen in Färdknäppen kunnen lid worden van de vereniging.

Architectuur

Färdknäppen bestaat uit 43 privé appartementen, variërend van 38 m² tot 74 m². Er zijn 19 éénkamerappartementen, 12 tweekamerappartementen en 12 driekamerappartementen. In alle appartementen is een eenvoudige keuken, een badkamer en toilet. Het totale woonoppervlak van het complex is 3650 m², waarvan circa 400 m² (ruim 10%) gemeenschappelijke ruimte is. Ook is er een gemeenschappelijke tuin van 550 m².

De gemeenschappelijke ruimten op de begane grond zijn gesitueerd rondom een ruime entree. Er is een grote, professionele keuken, een eetkamer, woonkamer met bibliotheek, internet, een naaihoekje, een kamer met weefgetouw, een wasmachine ruimte en een hobby/knutselruimte. 

Op de bovenste verdieping is nog een zitruimte met open haard en een ruim dakterras. In de kelder bevindt zich een fitnessruimte en een sauna. Er is ook een klein kantoor voor gezamenlijk gebruik, met pc, scanner en kantoorbenodigdheden. Tenslotte zijn er nog drie kleine logeerkamers, die tegen lage kosten gebruikt kunnen worden door gasten.

De gemeenschappelijke ruimtes zijn zowel fysiek als visueel goed op elkaar aangesloten (Killock, 2014). Als je Färdknäppen binnenkomt, zie je in één oogopslag wat er te doen is in de gemeenschappelijke ruimtes.

De individuele appartementen zijn relatief klein, zeker voor Nederlandse begrippen. In Zweden redeneert men zo, dat er ingeleverd wordt in privé ruimte, maar dat daar een grote collectieve ruimte tegenover staat. De vierkante meter prijs van de appartementen ligt hoger dan normaal, omdat de huur van de gemeenschappelijke ruimte daarin wordt doorberekend. Doordat de appartementen kleiner zijn dan gebruikelijk, blijft de huurprijs wel standaard.

Visie

De gezamenlijke huishouding staat centraal in het Zweedse ‘Kollektivhus’. Daarbij geldt in Färdknäppen dat ieder meedoet naar eigen vermogen. De jongere bewoners zijn wellicht sterker en hebben meer energie, maar zij hebben minder tijd, omdat ze nog werken. Het zijn de jong gepensioneerden en de ouderen die een goede gezondheid hebben, die uiteindelijk het meeste doen in huis. Dit maakt dat het juist ook voor jongere, werkende vijftigers aantrekkelijk is om in Färdknäppen te wonen: Anders Gustafson (55 jaar): “Going home on a Tuesday afternoon in February, I’m exhausted after a stressful workday. But with every subway stop my fatigue wears off and is replaced with anticipation: what kind of dinner will they have for me tonight? My neighbors?” (La Fond, Michael [Red.], 2012, p. 75)

Dagelijkse leven

Er zijn zes kookgroepen van circa acht personen in Färdknäppen. Zij verzorgen gedurende een week vijf maaltijden op doordeweekse dagen. In de praktijk komt het er op neer, dat iemand in één week drie keer meewerkt aan het bereiden van de maaltijd en vervolgens vijf weken niet hoeft te koken.

Mee-eten is niet verplicht, en in het algemeen is iedere bewoner vrij om wel of niet mee te doen aan sociale activiteiten. De mate van sociale contacten en ‘gezamenlijkheid’ verschilt van persoon tot persoon en is ook afhankelijk van de levensfase.

Verplicht is wel het deelnemen aan een kookgroep en aan een schoonmaakgroep, beide eens in de zes weken. De woningbouwcorporatie betaalt de vereniging voor het schoonmaken van de gemeenschappelijke ruimtes.

De gezamenlijke huishouding staat centraal. “We think that meeting regularly during dinner time and getting to know one another by working is really good”, zegt Kerstin Karneküll in een video op youtube. Rondom het gezamenlijke werk worden er ook sociale activiteiten georganiseerd, zoals lezingen en muziekavonden. Er is een huiskoor, dat ook regelmatig buiten Färdknäppen optreedt. Er zijn uitstapjes naar theater, film, tentoonstellingen en vogelaarstochten. Dit alles hangt af van de initiatieven die leden van Färdknäppen nemen.

Open gemeenschap

Färdknäppen is een open gemeenschap. Geïnteresseerden van buiten kunnen lid worden van de vereniging en deelnemen aan een kookgroep. In de week dat hun kookgroep de beurt heeft, kunnen ze mee-eten. Zo kunnen zij Färdknäppen beter leren kennen. “Ook werkt dit in hun voordeel, als er een woning vrij komt en er nieuwe bewoners gekozen worden”, aldus Kerstin Karneküll, bewoonster van het eerste uur en één van de initiatiefnemers van Färdknäppen.

Er worden af en toe vlooienmarkten georganiseerd voor bewoners en buurtbewoners. Daarnaast besteden de bewoners van Färdknäppen veel tijd en zorg aan het ontvangen van studiegroepen, andere initiatiefgroepen en overige belangstellenden.

Rol woningcorporatie

Dit project is gestart in een tijd dat het stadsbestuur in Stockholm politieke belangstelling had voor cohousing. In de periode 1983 – 1993 zijn meer dan 1000 wooneenheden in collectieve woonvormen gerealiseerd, de meeste in samenwerking met de gemeentelijke woningcorporatie Familje Boskader. Daarna werd het een lange periode moeilijker om cohousing projecten van de grond te krijgen, maar op dit moment staat de corporatie weer positief tegenover cohousing en is ze van plan samen met twee verenigingen van initiatiefnemers nieuwe projecten te starten.

In het planproces werkt de woningcorporatie nauw samen met de toekomstige bewonersgroep. De corporatie levert de woningen op, maar ook de gemeenschappelijke ruimte, waaronder een keuken met professionele inventaris. De kosten voor de gemeenschappelijke ruimten worden doorberekend in de individuele huur. 

De bewonersvereniging van Färdknäppen heeft een overeenkomst met de woningcorporatie, naast de individuele huurcontracten die de leden hebben. De bewonersvereniging heeft het recht om zelf vrijkomende woningen toe te wijzen. De woningbouwvereniging betaalt de vereniging een marktconforme prijs voor het zelf schoonhouden en onderhouden van de gemeenschappelijke ruimtes in het gebouw.

Het is ook belangrijk dat als een project eenmaal gerealiseerd is, de woningbouwcorporatie in dialoog blijft met de bewonersvereniging en niet probeert het complex net zo te beheren als gewone appartementengebouwen, zegt Kerstin Karneküll.

Zorg

De bewoners zijn er zelf van overtuigd dat het wonen in Färdknäppen het leven met minstens vijf jaar verlengd en dat mensen tot hun dood een goed leven kunnen leiden in Färdknäppen (La Fond, Michael [Red.], 2012, p. 74). Het komt zelden voor, dat bewoners genoodzaakt zijn naar een verpleeghuis te verhuizen. De reden is meestal dementie.

Cohousing in ZwedenIn Zweden wordt een cohousingproject een ‘Kollektivhus’ genoemd. De eerste Kollektivhusen in Zweden dateren uit de jaren dertig en waren heel anders van opzet: appartementengebouwen waar een professionele staf aanwezig was die zorgde voor warme maaltijden, een crèche en andere huishoudelijke werkzaamheden. Toen dit in de zeventiger jaren niet meer haalbaar was, kwamen bewoners van Hässelby Family Hotel op het idee om de eerder uitbestede taken collectief op te pakken. Tegelijkertijd was een groep vrouwen (BIG, Bo i gemenskap; living in community) bezig ideeën te ontwikkelen voor nieuwe collectieve woonvormen. Het doel was om op die manier het huishoudelijk werk te verlichten. Ook was de verwachting dat het in een dergelijk collectief makkelijker zou zijn om alledaagse taken gelijk te verdelen tussen mannen en vrouwen. Zo is in Zweden deze nieuwe vorm van Kollektivhusen ontstaan. (Sangregorio, 2000)

Er is in Zweden een belangenvereniging Kollektivhus.nu, die initiatiefgroepen ondersteunt en voorlichting geeft over deze alternatieve woonvorm. Er zijn iets meer dan 40 cohousing projecten in Zweden en de belangstelling ervoor neemt toe, ook van de zijde van non-profit woningcorporaties.