Aanbod woonvormen onvoldoende zichtbaar – Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg

0

Eén op de vier (26%) onderzochte senioren zegt niet in hun huidige huis te kunnen blijven wonen wanneer de gezondheid of mobiliteit afneemt. Drie kwart (75%) hecht dan ook veel belang aan een gelijkvloerse woning. Maar dit besef leidt niet tot verhuizen. Dat blijkt uit de tweede editie van de peiling ‘Verhuizen en Anticiperen’ van seniorenorganisatie ANBO en woonorganisatie Woonz.nl onder ruim 3600 senioren. De organisaties pleiten voor een betere zichtbaarheid van woonalternatieven. 

activeageing-kl-5401771

Enkele interessante bevindingen:

Woonwensen

  • Ongeveer de helft (48%) van de respondenten vindt de betaalbaarheid van de woning belangrijk. Nabijheid van winkels en supermarkt scoort even hoog
  • Wanneer respondenten naar een nieuwe woning moeten zoeken, vindt drie kwart van hen (75%) het belangrijk dat deze gelijkvloers is. Daarmee steekt dit aspect aan een woning voor senioren met kop en schouders boven andere zaken.
  • Op een tweede plaats, vindt een minderheid (44%) een hofjeswoning een aansprekende woonvorm. Met name de ‘jongere senioren’ vinden dit een aantrekkelijke woonvorm vinden: de aansprekende van deze vorm neemt af wanneer de leeftijdscategorie stijgt.
  • Een derde plaats valt ten deel aan een (vrijstaand) huis met een tuin. 35% van de respondenten vindt dat een aansprekende woonvorm.
  • Een ruime meerderheid van de respondenten vindt een eigen kamer in een woning met gedeelde voorzieningen niet aansprekend (86%). 65% vindt deze vorm zelfs helemaal niet aansprekend.
  • 84% vindt het hebben van een balkon belangrijk wanneer ze zouden moeten verhuizen. Zes op de tien (60%) vindt een tuin met terras een belangrijke voorwaarde en slechts één op de vier (23%) een tuin met groen. Dat laatste is dan ook een voorziening die verhuizende senioren het snelst bereid zijn te laten vallen.

Verantwoordelijkheid voor woningaanpassingen (huurders)

  • Respondenten die in een huurwoning vertoeven, vinden in de meeste gevallen dat de verhuurder of de gemeente verantwoordelijk is voor het financieren van woningaanpassingen. Een opvallende uitzondering is het vergoeden van steun- en handgrepen voor in de badkamer: één op de drie (31%) vindt zelf betalen in dat geval terecht.
  • De meeste respondenten vinden dat de verhuurder aanpassingen moet betalen zoals: drempels verwijderen (41%), een verhoogd toilet (41%), een badkuip voor een douche vervangen (34%) en de deurposten verbreden (41%).
  • De gemeente wordt door de meeste respondenten verantwoordelijk gehouden voor het vergoeden van een traplift (43%).

Verantwoordelijkheid voor woningaanpassingen (eigen woning)

  • Respondenten die woonachtig zijn in een eigen huis, vinden in de meeste gevallen dat zij zelf –direct of via hun VVE- woningaanpassingen moeten betalen. Dat geldt het sterkst voor het verwijderen van drempels (58%), het installeren van steun- en handgrepen in de badkamer (64%) en het plaatsen van een verhoogd toilet (55%).
  • Een traplift plaatsen is een interessante afwijkende aanpassing, want een derde van de woningeigenaren (34%) vindt toch de gemeente verantwoordelijk voor het bekostigen hiervan. Een vergelijkbare groep (38%) vindt het een gedeelde verantwoordelijkheid van gemeente en woningeigenaar.

Verhuizen en beperkingen

  • Een meerderheid van de respondenten (67%) geeft aan dat ze zeker of waarschijnlijk wel in hun huidige huis kunnen blijven wonen wanneer de gezondheid en/of mobiliteit afneemt. Een op de vier (26%) zeker of waarschijnlijk niet.
  • Ouderen zien het meest op tegen de organisatorische kant van het verhuizen, gevolgd door het achterlaten van het oude huis en een mogelijke lastenverhoging.
  • Het aanbod dat er is, is onvoldoende zichtbaar.

Meer voorlichting

Het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg pleit voor meer voorlichting over mogelijkheden en verantwoordelijkheden, ook op het gebied van aanpassingen. Op het congres Expeditie Begonia zijn hier voorbeelden van zoals De Seniorenmakelaar, Het Huis van Morgen en de Keuze Thuis woning. Ook denkt het Kenniscentrum Wonen-Zorg dat er meer variatie in het aanbod moet komen, zoals de hofjeswoningen en woongemeenschappen. Maar dat er in het bestaande aanbod ook mogelijkheden zijn om aan te sluiten op de diverse vraag, zoals het omvormen van eensgezinswoningen tot meergeneratiewoningen en te zorgen ‘zorgzame buurten’.