Gebruikers aan het stuur in woonservicegebieden – Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg

0

rigo_studiedag_2web-9823522

De komende jaren zullen bewoners het roer gaan overnemen van woonservicegebieden. Dit vraagt van alle partijen een andere manier van denken en werken. Deze richting lijkt duidelijk, maar de manier waarop dit moet gebeuren is voor de meeste mensen nog onbekend. Deze conclusie werd breed gedragen bij de afsluiting van de druk bezochte studiemiddag ‘Het rendement van woonservicegebieden’ van het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg en RIGO Research en Advies op 13 oktober 2011 in Pakhuis de Zwijger Amsterdam. 

Een tweede ronde

Namens het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg sprak Hugo van den Beld de verwachting uit dat de urgentie voor samenwerking de komende jaren toeneemt: de maatschappelijke opgave wordt groter, terwijl budgetten bij alle partijen onder druk staan. Dan is samenwerking noodzakelijk en gewenst. De inzet van partijen zal meer verbonden worden aan hun belangen, waarbij mensen en organisaties het proces van samenwerking steeds bewuster en professioneler aangaan. Als woonservicegebieden gericht worden op het enthousiasme van en het nut voor bewoners in wijken en buurten, dan is voor dit concept zeker een tweede ronde mogelijk. Immers: het begint in de wijk!

Woonservicegebieden maken verschil 

Arjen Zandstra van RIGO Research en Advies presenteerde de resultaten van een onderzoek waarin gegevens van woonservicegebieden zijn vergeleken met landelijke cijfers. Woonservicegebieden blijken bijzonder te zijn. Er wonen meer ouderen en mensen met een beperking zelfstandig dan elders in het land het geval is. De mensen voor wie de gebieden in ieder geval bedoeld zijn, wonen er ook. Kennelijk voorzien de gebieden in een behoefte. Een opvallende uitkomst is het beroep op mantelzorg bij huishoudelijke hulp. De bewoners van de gebieden blijken aanmerkelijk minder vaak gebruik te maken van mantelzorg. Dat is overigens, zo bleek tijdens de studiemiddag, een bevinding die zowel positief als negatief kan worden gewaardeerd.

Gebied heeft ‘gezicht’ nodig

In de workshop ‘Proef de proeftuinen’ informeerde prof. dr. ing. George de Kam van de Radboud Universiteit Nijmegen en de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV) ons over het grootschalige SEV-onderzoek naar de effecten van woonservicegebieden op zelfstandig wonen en kwaliteit van leven. De resultaten worden verwacht in maart 2012. Een belangrijke vraag die naar voren kwam is ‘wat zijn nu de succesfactoren?’ en ‘hoe kunnen deze ingezet worden in andere gebieden in Nederland?’. Eén van de mogelijke succesfactoren is dat het gebied een gezicht moet hebben. Dat kan een projectleider zijn of iemand anders die voor langere tijd actief is binnen het woonservicegebied. Een andere mogelijke succesfactor is een goed functionerend integraal welzijn- en zorgteam.   

Borging is noodzakelijk

In de workshop ‘De praktijk is het beste bewijs’ spiegelden de deelnemers hun ervaringen aan die in Apeldoorn en Culemborg. De workshop leverde tal van tips op. ‘Zorg voor vaart en tempo in het ontwikkelproces, want het risico van een langdurig en energievretend traject is helaas reëel’. ‘Begin met een beperkt aantal gedreven initiatiefnemers, twee of drie is echt genoeg, en zorg later voor verbreding’. ‘Probeer niet alles voor de eeuwigheid vast te leggen. Wees juist eerlijk over wijzigingen in belangen of perspectieven, want die horen er nu eenmaal bij’. ‘Zorg wel voor zakelijke afspraken voor acties binnen een overzienbare termijn, want borging is noodzakelijk’.

Keuzes maken op het platteland

Op het platteland draait het om kiezen, zo bleek tijdens de workshop over het landelijk gebied. Probeer niet overal een integraal aanbod te realiseren, maar concentreer voorzieningen en accepteer dat er kernen zijn met hooguit minimale voorzieningen. Meerdere gemeenten bleken een categorie-indeling te hanteren, waarin het ‘woonservicegehalte’ varieert. Een dergelijke benadering blijkt goed te vallen bij bewoners, mits ze erbij worden betrokken en helder worden geïnformeerd.

Verschillende belangen herkennen

rigo_studiedag_2web-9823522Hugo van den Beld nam de deelnemers aan de workshop ‘Het nieuwe kijkglas voor samenwerking’ mee in een manier om integraal de samenwerking binnen woonservicegebieden te versterken. Vooral het zoeken, herkennen en erkennen van collectieve, organisatorische en persoonlijke belangen bij samenwerking blijkt voor de aanwezigen een nuttig inzicht te zijn. Het blijft natuurlijk wél de uitdaging om dit op een zorgvuldige manier met betrokkenen te bespreken op alle niveaus: strategisch, tactisch en operationeel.

Toekomstscenario’s

Demografische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen waren de ingrediënten waarmee Marijke van den Ham van RIGO met de deelnemers de toekomst van woonservicegebieden verkende. Zorgrobots, zorg op afstand, computerimplantaten en de impact van zelfsturende auto’s zullen een grote invloed hebben. De noodzaak voor gebiedsgerichte breng- en haaldiensten en de bouw van specifieke ouderenwoningen neemt daarmee af. Generiek beleid – waarbij elke wijk biedt wat nodig is – is de toekomst. Dit sluit ook aan bij de wens om in de eigen woning oud te worden. De opgave voor de toekomst is vooral gelegen in het beperken van sociale kwetsbaarheid, waarbij maatwerk het sleutelwoord is voor de steeds diverser worden groep ouderen.

APK voor woonservicegebieden

In een co-creatiesessie is tot slot gesproken over een nieuw instrument: een Algemene Periodieke Keuring (APK) voor woonservicegebieden. Met dit instrument kunnen initiatiefnemers gericht en efficiënt de resultaten en het proces van samenwerking toetsen vanuit een 360-gradenperspectief. De workshopdeelnemers vulden een conceptvragenlijst in, die met hun reacties zal worden bijgesteld. Ook in deze workshop bleek dat de ervaringen van bewoners een goede plaats bij de echte meting moeten krijgen.