Koppelbeding wonen en zorg – Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg

0

Extramuralisatie is een feit. Corporaties en zorgaanbieders maken daarom analyses van de toekomstwaarde van hun zorghuisvesting. Daarbij horen juridische vragen die zich niet makkelijk laten beantwoorden. Bijvoorbeeld over het koppelbeding wonen zorg. Het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg zet ze voor u op een rij en probeert in begrijpelijke taal (meer) duidelijkheid te brengen.

Indien in de huurovereenkomst een koppelbeding is opgenomen, zal dit betekenen dat de huurder verplicht is om zorg af te nemen bij de partij die genoemd wordt in het contract. Is de verhuurder zelf de zorgorganisatie, dan is dat een beding dat de zorgorganisatie ten behoeve van zichzelf maakt. Is de verhuurder de corporatie, dan zal de corporatie dit beding opnemen ten behoeve van de zorgaanbieder met wie zij een samenwerkingsovereenkomst heeft. De vraag is echter in beide situaties of de verhuurder, indien de huurder wel wil blijven huren, maar geen zorg meer wil afnemen van de betreffende zorgaanbieder, de huurovereenkomst met deze huurder kan opzeggen, dan wel ontbinden wegens wanprestatie (het niet nakomen van het koppelbeding). Dit is niet eenvoudig en zal afhangen van de specifieke omstandigheden van het geval.

5.2 Geen huurbescherming indien zorg overheerst

In sommige situaties kan het wenselijk zijn om hierover te procederen. Denk daarbij aan kleinschalige woonvormen waar heel specifieke zorg wordt geboden en waarbij de zorgorganisatie in de problemen komt indien de zorg niet meer wordt geboden aan haar eigen huurders, dan wel aan de huurders van de corporatie met wie zij een samenwerkingsovereenkomst heeft. De zorgorganisatie zal in ieder geval moeten onderbouwen waarom het van belang is dat de huurovereenkomst wordt beëindigd als ook de zorgovereenkomst tot een einde komt. In de jurisprudentie is een aantal voorbeelden van dit soort procedures te vinden. Meestal gaat het om situaties waarbij de rechter oordeelde dat de huurder geen beroep op huurbescherming toekwam, omdat de betreffende overeenkomst niet gekwalificeerd kon worden als een huurovereenkomst. De rechter meende in die gevallen dat de zorg (of de begeleiding) in de overeenkomst een overheersend karakter had en geen sprake was van huur en daardoor geen recht op huurbescherming bestond. De verhuurder kon in dat geval de overeenkomst beëindigen. Het lijkt erop dat deze visie ook in geval van lage(re) zorgvraag toepasselijk is, aldus mr. Benjert in Bouwrechtalert.

5.3 Koppelbeding lijkt acceptabel

Alles overziend, lijkt een koppelbeding voor wonen en zorg, mits goed onderbouwd en gecommuniceerd naar de bewoner, acceptabel. In woonzorgarrangementen is flink geïnvesteerd in wooncomfort, veiligheid, persoonlijke alarmering en ontmoetingsgelegenheid. Om dat mogelijk te maken is een verbinding tussen het huren van de woning en afname van zorg meestal noodzakelijk. Bij de beoordeling is het belangrijk om te kijken naar zowel het mededingingsrecht als het huurrecht. Het mededingingsrecht staat in de meeste gevallen het koppelen van wonen en zorg niet in de weg, zo concludeert onder anderen mr. E. Janssen (Dirkzwager Advocaten & Notarissen).

Het zal van de specifieke omstandigheden van het geval afhangen of een rechter vindt dat koppeling voor een cliënt afbreuk doet aan de huurbescherming. Volgens mr. Janssen en mr. R. Rijpstra is het een misverstand dat het koppelbeding een cliënt de keuzevrijheid om een zorgaanbieder te kiezen zou ontnemen. Dat is niet het geval. De cliënt is vrij in zijn keuze van de zorginstelling en hij kan de verzorgingsovereenkomst te allen tijde opzeggen. Wel dient de cliënt te beseffen dat op het moment dat hij de zorgovereenkomst opzegt, hij op basis van het koppelbeding dan ook de zorgwoning zal moeten verlaten.