S M

Hét informatiepunt voor professionals
op het gebied van wonen, welzijn en zorg

Impressie derde denktanksessie over Lokale Kracht

'Vergrijzing: probleem of kans voor Lokale Kracht?'

Een groot aantal burgercollectieven op het gebied van wonen, zorg en welzijn heeft afgelopen jaren bewezen bestaande voorzieningen uitstekend aan te vullen, of zelfs grotendeels te vervangen. Daarmee is het niet langer de vraag of zulke collectieven levensvatbaar zijn; de focus verlegt zich nu meer naar de toekomst: hoe duurzaam zijn zulke initiatieven? En is de vergrijzing van de komende jaren daarbij een kans of een probleem? Dit was de centrale vraag tijdens de derde denktanksessie voor wetenschappers en praktijk van het Kenniscentrum Instituties voor de Open Samenleving van de Universiteit Utrecht (IOS) en het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg (KCWZ), op vrijdag 10 oktober .



Tijdens deze bijeenkomst worden de mogelijkheden die de vergrijzing brengt voor lokale kracht onderzocht, vertelt Anita Boele, onderzoeker bij het IOS, die samen met Tine de Moor, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, en Daniëlle Harkes manager KCWZ deze bijeenkomst heeft georganiseerd. Met sprekers uit binnen- en buitenland, van wetenschap tot praktijk, verkennen we het thema nader.

Nog nooit zo lang geleefd

David Reher, historicus en werkzaam aan de Universidad Complutense de Madrid, trapt de middag af met een presentatie over vergrijzing in Europees perspectief, en dan met name in de context van de familie. Vergrijzing is niet vanzelfsprekend een probleem. We hebben immers nog nooit zo lang geleefd, en bovendien leven we ook steeds langer met een goede gezondheid. Het leven houdt voor velen nog lang niet op na het bereiken van de AOW-leeftijd. Vergrijzing is daarom vooral een probleem van inschattingen. Want hoe lang leven we eigenlijk? De levensverwachting verandert ieder jaar. En zelfs als we daar een redelijk accurate inschatting van kunnen maken moeten we ons afvragen: hoe lang van ons leven verkeren we in goede gezondheid? Het is moeilijk plannen te maken op basis van cijfers die constant fluctueren.

Daarnaast wijst hij op de historisch gegroeide verschillen tussen Noord- en Zuid-Europa wanneer het gaat om de rol van de familie in de omgang met de uitdagingen die ouder worden met zich mee brengt. Terwijl in Zuid-Europa de familie een belangrijke rol speelde in de opvang van zorgbehoevende ouderen, ontstonden in Noord-Europa al zeer vroeg oplossingen buiten de eigen familiekring. De huidige traditie van burgercollectieven in zorg en welzijn staat in die zin in een langere traditie.

Meerwaarde zichtbaar maken

De volgende spreker is George de Kam, bijzonder hoogleraar Volkshuisvesting aan de Universiteit Groningen. Hij gaat in op de effectiviteit en efficiëntie van burgerinitiatieven en de vraag hoe deze bepaald kunnen worden. De Kam verwijst daarbij onder meer naar zijn onderzoek naar woonservicegebieden waaruit het belang blijkt van vraagsturing of het bestaan van een wijknetwerk voor het welbevinden van ouderen, iets wat ook vertaald kan worden naar burgerinitiatieven. Daarnaast berekende het SCP dat wanneer mantelzorgers wegvallen, de kosten van de zorg met 4 tot 7 miljard stijgen. Zorg door vrijwilligers, zoals in burgerinitiatieven, is van onschatbare waarde; het draagt volgens De Kam bij aan efficiëntie in de zorg. Hoewel initiatieven in opkomst zijn, maakt De Kam zich wel zorgen over de bezuinigingen, bijvoorbeeld op ondersteuning van vrijwilligerswerk. Toch plaatst hij ook een kanttekening: ‘Vrijwilligers kunnen niet de hele zorg overnemen, dan is de zorg niet voor iedereen gegarandeerd.’ Formele zorg blijft dus nodig voor mensen die anders buiten de boot zouden vallen. 

Verder wijst De Kam op verschillende bestaande instrumenten om effectiviteit en efficiëntie te meten, bijvoorbeeld SROI’s, Kosten-baten analyses in het sociale domein (Verwey Jonker) en Weten wat werkt (Movisie). Bovendien pleit hij voor de oprichting van landelijke netwerken waarin nieuwe benaderingen worden uitgewisseld en waarmee de meerwaarde van zorgcollectieven ook zichtbaar kan worden gemaakt voor andere partijen.

De burger centraal

Don van Sambeek, voorzitter van de coöperatieve vereniging Tot uw dienst te Laarbeek spreekt vanuit de praktijk. Tot uw dienst is opgericht in 2005, en Van Sambeek is al vanaf het begin betrokken. Hij weet dus als geen ander waar een burgerinitiatief dagelijks mee te maken heeft. De coöperatie loopt tegen verschillende vraagstukken aan. In het overleg over het bestuurlijk aanbesteden met de gemeenten blijkt de bureaucratie nogal groot te zijn. Niet de burger maar het geld staat centraal. De gemeente weet niet goed hoe ze Tot uw dienst moeten positioneren.

Behalve met de overheid, heeft Tot uw dienst ook te maken met commerciële partijen. Zo is de coöperatie onlangs om tafel gaan zitten met een zorgverzekeraar om de inkoop voor verzorging en verpleging te regelen. De verzekeraar wilde dat er een koepel kwam van coöperaties omdat zij niet met allemaal verschillende organisaties wilde praten. Hoogeloon, Elsendorp en Laarbeek hebben toen een koepel opgericht. De koepel heeft de WTZi erkenning aangevraagd. Maar de zorgcontractering voor 2015 kwam niet tot stand; de coöperaties voldeden niet aan enkele formele eisen zoals ‘intercollegiale toetsing’ en eisen rond het doen van marktonderzoek. Het systeem blijkt hardnekkig.

‘Niet de mens maar het systeem centraal,’ concludeert van Sambeek. ‘De verzekeraar durft niet van het gebaande pad af.’ Toch is er zeker nog perspectief: Tot uw dienst werkt aan toekomstbestendige zorg. Van Sambeek wil meer verbinding met en tussen ouderenorganisaties en organisaties als de Zonnebloem. ‘We moeten blijven werken aan het bewustmaken van burgers over de terugtredende overheid. Mensen niet bang maken, maar wel een reëel beeld schetsen. Beroepskrachten scholen in omgaan met eigen regie van de burger. De overheid moet leren loslaten en de verzekeraar moet gewoon contracteren,’ aldus van Sambeek.

Een TomTom voor de zorg

Als laatste spreker komt Marije Koopman van kennisinstituut Vilans aan het woord. Zij heeft onderzoek gedaan naar zorgcoöperaties, en gebruikt daarbij de volgende definitie: ‘een zorgcoöperatie is een lokaal burgerinitiatief waarin zorg en welzijn wordt gecoördineerd met als doel (zorgbehoevende) inwoners langer thuis te laten wonen.’ Of, iets krachtiger geformuleerd: ‘Actieve ouderen zitten niet achter de geraniums maar beginnen een zorgcoöperatie!’
Zorgcoöperaties springen in het gat tussen professionele en vrijwillige zorg. 

Een recente inventarisatie, uitgevoerd door Roel van Beest (KCWZ/UU), laat zien dat het aantal van dit soort initiatieven de afgelopen tijd enorm is gestegen tot meer dan honderd. Door als een TomTom in de zorg te functioneren kunnen ze mensen goed op weg helpen. Hoe succesvoller een coöperatie, hoe meer leden en hoe meer je kunt aanbieden; al werk je dan wel bureaucratie in de hand. De kracht is dat het lokaal is en het is belangrijk het lokaal te houden. Sommige zorgcoöperaties willen zich ook gaan bezig houden met jeugd. Maar hoe betrek je hen? En zijn er genoeg vrijwilligers in de toekomst als we allemaal langer moeten werken?

De kracht van burgerinitiatief

Zo belanden we weer bij het centrale thema: vergrijzing. Welke kansen biedt vergrijzing eigenlijk voor een burgerinitiatief? ‘Er is nog wel wat te veranderen aan de institutionele wereld. Het probleem is niet zozeer het grote aantal ouderen maar het grote aantal organisaties en regels’, aldus Daniëlle Harkes, die de paneldiscussie leidt. Het panel bestaat uit Monique Stavenuiter (deed vanuit Verwey-Jonker Instituut, onderzoek naar burgerinitiatieven), Dort Spierings (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, onlangs gepromoveerd op onderzoek naar de grootte van woonzorgcomplexen), George de Kam en Don van Sambeek. Volgens Stavenuiter moet een initiatief drie kerndoelen voor ogen houden: bestendigheid, normering en reciprociteit

De kracht van de burgerinitiatieven zit in de regelloosheid. Maar zodra een initiatief in de systeemwereld komt moet zij meedoen en dan zit het bestuur met pakken papier. Wat kunnen we hier aan doen? Meedoen of niet? Don van Sambeek geeft aan dat het belangrijk is in gesprek te blijven met ‘de bureaucratie’: ‘Je moet op de barricade gaan; op een nette, inhoudelijke manier. Een luis in de pels blijven.’

George de Kam gaat in op het punt van bestendigheid. ‘Je ziet dat er ook veel onbestendigheid is bij professionele organisaties, daar kun je als vrijwilliger makkelijk tegenop,’ zegt de Kam. Verder is hij van mening dat er voor collectieve arrangementen ook keuzevrijheid zou moeten bestaan voor de keuze van zorgverzekeraar. Voor het individu is de keuze er immers wel.  

Wat zijn mogelijkheden om intergenerationele reciprociteit te stimuleren? Als het vertrekpunt niet bij zorg ligt maar bij wonen en diensten, spreekt dit alle generaties aan, aldus Dort Spierings en Monique Stavenuiter. Ook moet rekening gehouden worden met het verschil tussen ‘vergrijsde dorpen’ en steden waar relatief meer jongeren zijn. Een voorbeeld waarbij de generatiekloof wordt gedicht komt uit de stad: in stadsdorp Zuid zijn er nu WhatsApp groepen per straatdeel gestart zodat jong en oud elkaar digitaal ontmoeten. Maar ook zijn er ontmoetingen tussen de verschillende leeftijdsgroepen op straatfeesten.

Slotsom

Vergrijzing hoeft dus niet als een onheilspellende wolk boven nieuwe initiatieven te hangen. Door nieuw onderzoek zal het steeds duidelijker worden wat nu echt de effecten van de vergrijzing zijn op onze maatschappij (en burgerinitiatieven in het bijzonder). Door ons bewust te zijn van eventuele valkuilen kunnen initiatieven bestendiger de toekomst tegemoet gaan. Met steun van de overheid en commerciële partijen, samen met een groter bewustzijn van wederkerigheid onder alle generaties, kunnen burgerinitiatieven zich bewijzen als duurzame organisaties met een permanente plaats in onze samenleving.

04-11-2014

Gerelateerd

    E F