S M

Hét informatiepunt voor professionals
op het gebied van wonen, welzijn en zorg

Verslag: Lokale kracht, voorbij het applaus

30 januari 2014 organiseerden het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg en het Kenniscentrum ‘Instituties voor de open samenleving’ van de Universiteit Utrecht een studiebijeenkomst met als thema 'Lokale kracht: Voorbij het applaus'.

Zo’n negentig mensen uit de praktijk, het beleid en de wetenschap wilden kritisch meedenken hoe de overal opkomende burgerinitiatieven – in de zorg en in andere maatschappelijke sectoren – kunnen worden verduurzaamd. Wat zijn de succes- en risicofactoren? Het is tijd voor reflectie op de beweging van lokale kracht!

Jan Snijders, voorzitter van ‘Austerlitz zorgt’ (AZ), vertelde hoe de coöperatie sinds eind 2012 een vliegende start heeft gemaakt. Inmiddels telt de zorgcoöperatie 361 leden, van wie er 65 actief zijn als vrijwilliger. Er is een Austerlitz zorgt, rijdt, eet, beweegt, klust en belt. Het burgerinitiatief “raakt een open zenuw, het appelleert sterk aan een maatschappelijke behoefte”. 

Gemeentes moeten waar nodig een zetje geven en belemmeringen opruimen, maar vooral op de handen blijven zitten. Intensief contact met de achterban via de leden en de dorpsondersteuner is van levensbelang. Om niet in de culturen van bestaande organisaties te worden meegezogen, moet je het stuur zelf stevig in handen houden. Naarmate AZ meer geworteld raakt kunnen subsidies worden vervangen door marges en het claimen van besparingen: AZ functioneert als een soort wijkteam, dat de gemeente niet hoeft te organiseren en betalen. Om met Loesje te spreken: “Zorgen moet je doen, niet maken”.

Nico de Boer, schrijver, publicist en onderzoeker, onderzocht hoe ‘het vliegwiel van de verzorgingsstaat’ de eisen aan kwaliteit almaar heeft aangescherpt en de zorgen over aansprakelijkheid vergroot. Vier krachten jagen dit vliegwiel aan: Instituties en financiering, Professionals (‘voor mijn cliënt het allerbeste’), Burger en samenleving (hogere eisen en het zekere voor het onzekere nemen) en Politiek en bestuur (na een ernstig incident wordt nieuw beleid ontwikkeld om herhaling te voorkomen). Kunnen we met burgerkracht een stok(je) tussen de spaken van het vliegwiel steken? 

Volgens De Boer kán het anders, zoals blijkt uit een onderzoek van de VU naar zogenaamde ‘crafting communities’. Daar worden op lokaal niveau en ambachtelijke wijze door meerdere betrokkenen oplossingen voor aansprakelijkheid en kwaliteit gesmeed. “Als we kwaliteit anders definiëren en anders meten, kunnen we de systemen naar onze hand zetten”.

In zijn reflectie op de eerste twee sprekers betoogde Paul Schnabel, voormalig directeur van het SCP, dat we met het gelijkheidsprincipe zijn doorgeschoten. We moeten op zoek naar nieuwe verhoudingen tussen professionele zorg, vrijwilligerswerk en mantelzorg. In de talrijke opkomende burgerinitiatieven zien we nu meer broederschap, die we volgens Schnabel vooral licht moeten houden, een vorm van “institutioneel light”. Met Hans Adriaansens vindt hij het “de grootste uitdaging om binnen de grootschaligheid de kleinschaligheid goed te organiseren”.

Na de pauze werd het perspectief van lokale kracht verbreed naar andere sectoren en landen. Anita Boele en Pepijn van Houwelingen, onderzoekers bij het SCP, bekeken de huidige vormen van burgerparticipatie in de context van een lange traditie van vrijwilligerswerk in (kerkelijke) bibliotheken en zwembaden, maar ook in de vorm van inspraak en politieke participatie. 

De omvang van het vrijwilligerswerk is door de jaren heen niet ingrijpend veranderd, maar we zien nieuwe thema’s (zorg, energie, wijkonderhoud, arbeidsongeschiktheidsverzekering, duurzaam voedsel), nieuwe organisatievormen (coöperaties) en een sterk gebruik van internet. En stelden zij: “Verandering van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving vraagt om acceptatie van verschillen en de bereidheid om los te laten”.

Tenslotte nam Werner Frohwitter ons mee naar het Duitse dorpje Feldheim, waar de burgers de energievoorziening geheel in eigen hand hebben genomen. Feldheim beschikt inmiddels over een windmolenpark, een biogascentrale, een houtsnippercentrale en een eigen stroomnet waarmee boeren, burgers en een metaalbedrijf van warmte en stroom worden voorzien. De commanditaire vennootschap wordt bestuurd door de Feldheimers en werkt publiek-privaat samen met de eigenaar van het windmolenpark. In 2014 opent het ‘Neues Energie Forum Feldheim’, een centrum voor onderwijs, informatie, onderzoek en ontwikkeling om de opgedane kennis en ervaringen met de jaarlijks 3000 belangstellenden te delen.

Tot slot kregen de deelnemers het boek ‘Ik is niks’ uitgereikt, waarin Ton Baetens (Emma Communicatie) zijn ervaringen beschrijft in het Brabantse Elsendorp, waar hij een week lang de zorgcoöperatie in haar natuurlijke habitat van dichtbij bestudeerde.

Marij Vulto
Januari 2014

20-02-2014

Gerelateerd

    E F