Rli-advies: Langer zelfstandig wonen gaat niet vanzelf – Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg

0

Goede samenwerking tussen woningcorporaties en zorg- en welzijnsorganisaties is een voorwaarde voor mensen met een zorgvraag om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen. Maar crisis, beleidswijzigingen en onzekerheden over wet- en regelgeving, zetten deze samenwerking juist onder druk. Dat signaleert de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) in haar advies ‘Langer zelfstandig, een gedeelde opgave van wonen, zorg en welzijn’. Dit advies is opgesteld in samenwerking met de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid is op 23 januari 2014 overhandigd aan minister Blok en staatsecretaris van Rijn. De raad pleit voor ruimte voor samenwerking, flexibiliteit, juiste prikkels en tijd.

istock_straatbeeldweb-8782372

Reactie Aedes en ActiZ

Aedes en ActiZ zijn blij met dit advies, omdat het duidelijk maakt dat er nog een aantal cruciale knelpunten is wanneer ouderen langer zelfstandig thuis wonen. Aedes en ActiZ hopen dat het kabinet met de aanbevelingen condities schept waardoor woningcorporaties en zorgorganisaties met markt- en maatschappelijke partijen concrete oplossingen kunnen realiseren waardoor tienduizenden ouderen en andere zorgbehoevenden langer thuis kunnen wonen.

De belangrijkste punten uit het advies

  • De raad signaleert een toenemend verschil op de woningmarkt tussen vraag en aanbod van ‘wonen met zorg’ en ‘wonen met diensten’ en andere geschikte woningen voor mensen met beperkingen. In de komende vijf jaar krijgen jaarlijks 10.000 ouderen, 1300 gehandicapten en 800 cliënten in de ggz met een lagere zorgindicatie geen toegang meer tot intramuraal verblijf. Juist kwetsbare mensen kunnen in de knel komen omdat betaalbare alternatieven voor thuis wonen met zorg nog slechts beperkt beschikbaar zijn.
  • Er zijn grote verschillen in ruimtelijke opgave tussen wonen, zorg en welzijn tussen steden, rand- en plattelandsgemeenten. Lokale inventarisatie van de woning- en voorzieningenbehoefte in regionaal verband is nodig en lokaal moeten oplossingen gezocht worden.
  • Volgens berekeningen moet er zo’n 4 miljoen vierkante meter zorgvastgoed gerenoveerd of herbestemd worden. Als er nu gebouwen sluiten terwijl de vraag naar geclusterd wonen de komende jaren weer gaat toenemen is er sprake van kapitaalvernietiging.
  • Coalities van zorg- en welzijnsorganisaties en corporaties moeten worden gekoesterd en gestimuleerd.
  • De raad adviseert het kabinet een heldere visie uit te werken voor de komende tien tot vijftien jaar.
  • De raad beveelt onder meer aan om partijen meer ruimte te bieden verbindingen tussen de domeinen aan te gaan, door o.a. verdere financiële scheiding van woon- en zorgkosten; meer tijd en flexibiliteit te creëren voor de transformatie van het zorgvastgoed; mensen te prikkelen tijdig na te denken over hun wens zelfstandig te blijven wonen.
  • De raad verwacht dat de diversiteit aan woonbehoeften zal toenemen ook binnen de groep ouderen. Mensen met een beperking en ggz-cliënten zoeken ook steeds vaker naar een woning op de reguliere markt. Een diverser aanbod van woonconcepten is nodig.
  • De raad ziet een complexe investeringsopgave voor: geschikt maken van bestaande woningen voor mensen met een beperking; ontwikkelen van nieuwe woonzorgconcepten; beter benutten van mogelijkheden van technologie voor langer zelfstandig wonen; op peil houden of toevoegen van voorzieningen in de buurt voor behoud of vergroting van de woonkwaliteit; innoveren van bestaande zorgprocessen om meer (zwaardere) zorg op maat aan huis mogelijk te maken.

Het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg is geïnterviewd voor dit advies.