Werken aan een gastvrije samenleving – Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg

0

Wat betekent het voor burgers om meer voor elkaar te zorgen? Dit actuele vraagstuk onderzoekt Femmianne Bredewold. Binnen het onderzoeksproject ‘De beloften van nabijheid’ van de Universiteit voor Humanistiek en de Universiteit van Amsterdam kijkt zij naar de gevolgen van de drie decentralisaties in het sociale domein gedurende een periode van vier jaar in verschillende steden in Nederland. Tijdens de studiemiddag ‘Krachtig wonen in de wijk’, die op 26 mei plaatsvindt in Ede, gaat zij in op de resultaten van dit onderzoek en vertelt zij ons wat de gevolgen zijn voor burgers die hiermee te maken hebben en hun netwerk.

repair_cafe_by_ilvy_njiokiktjien-9629471

Eigen kracht

In hoeverre wordt ‘eigen kracht’ van kwetsbare burgers aangesproken? Is het netwerk beschikbaar en bereidwillig om professionele ondersteuning over te nemen? Bredewold gaat in op de resultaten van het onderzoek Netwerkondersteuning in buurt en wijk. Vanuit de WMO-werkplaats Zwolle onderzocht ze vier buurtprojecten die gericht zijn op contacten tussen mensen met en zonder verstandelijke en/of psychische beperking. Ze keek naar de duurzaamheid van de relatie en de rol van de professional. Uit het onderzoek blijkt dat er diverse kansen zijn om contacten tussen mensen met beperkingen en mensen zonder beperkingen te bevorderen. “Begrenzing van het contact is belangrijk, maar ook wederkerigheid. Daar moet je op insteken”, vindt Bredewold. “Verder is het goed als rollen en doelen helder zijn en je zorg kunt delen.”

Licht en begrensd contact

Het thema is niet nieuw voor Bredewold. Voor haar proefschrift ‘Lof der oppervlakkigheid’ (2014) heeft zij al onderzoek gedaan naar contact tussen mensen met een verstandelijke of psychiatrische beperking en buurtbewoners. Bredewold meent dat we best hardop kunnen zeggen dat het soms lastig is om in de buurt te wonen van mensen met een beperking. “Het grootste deel van de contacten is licht en oppervlakkig van aard en contacten in de buurt ontaarden gemakkelijk in conflicten.” Zij pleit daarom voor licht en begrensd contact, waar mogelijk op basis van wederkerigheid. Projecten in de buurt waarin mensen met beperkingen een duidelijke rol hebben, zoals een kinderboerderij, fietsenmakerij, plantsoenendienst, winkel of restaurant bieden die mogelijkheid. Maar ook deelnemen aan Buurtcirkels is kansrijk. Het zijn allemaal manieren om positief contact te stimuleren en wederzijdse vooroordelen te doorbreken.

Plekken waar de ander ‘anders’ kan zijn

Doortje Kal – ook een van de sprekers op de studiemiddag ‘Krachtig wonen in de wijk’ – is van mening dat professionals contacten moeten blijven ondersteunen. “Meedoen gaat niet vanzelf.” Zij vindt dat ook vrijwilligers blijvend ondersteund moeten worden. Zonder voorbereiding, oftewel zonder speciale inzet, zal de ontmoeting met de ongewone ander op niets uit lopen, is één van de bevindingen uit haar proefschrift ‘Kwartiermaken. Werken aan ruimte voor mensen met een psychiatrische achtergrond’ (2001). Kwartiermaken staat voor de poging een maatschappelijk klimaat te bevorderen waarin meer mogelijkheden ontstaan voor mensen in de marge om erbij te horen, en mee te doen naar eigen wens en mogelijkheden, aldus de mooie en informatieve site van het Landelijk Steunpunt Kwartiermaken. “Kwartiermaken staat voor ‘de zorg voor het huis’, oftewel voor het voorbereiden van een plek van ontmoeting waar ‘de ander’ anders kan zijn”, schrijft Kal in haar proefschrift, dat zeer onlangs in vijfde druk verscheen.

De kracht van kwetsbaarheid

Waar Bredewold vindt dat de overheid teveel verwacht van burgers, meent Kal dat de overheid de voorwaarden niet goed creëert. Daarnaast vindt Kal het belangrijk dat er ook aandacht is voor de kracht van kwetsbaarheid. Er ligt wel erg veel nadruk op ‘empowerment’ en ‘eigen kracht’ in de zorg, gestimuleerd door de overheid. Net als Andries Baart vindt zij dat kwetsbaarheid niet uitgewist hoeft te worden. In de publicatie ‘Verder met kwartiermaken, naar verwelkoming van verschil’ van onder anderen Doortje Kal staat: “Als je wilt bewijzen dat mensen met beperkingen ook meetellen, is het immers logisch dat je wilt laten zien hoezeer zij altijd onderschat zijn. Maar als beleidsmakers niet ook het verhaal van kwetsbaarheid meenemen, of in ieder geval de ambiguïteit onderkennen die in de verhalen van bijvoorbeeld mensen met een psychiatrische achtergrond schuilt, kan de situatie ontstaan dat de persoon met een beperking moet doen alsof er met hem niks aan de hand is. En dat is een doodlopende weg.” Kal pleit ervoor dat het netwerk van burgers al dan niet met hulp van professionals en vrijwilligers wordt opgebouwd of versterkt. Sociale wijkteams kunnen hierbij een rol spelen. Alleen dan kan een inclusieve samenleving worden bereikt waarin mensen met en zonder beperkingen kunnen meedoen naar eigen wens en mogelijkheden.