S M

Hét informatiepunt voor professionals
op het gebied van wonen, welzijn en zorg

Vergrijzingsbestendige leefomgeving is nu nodig

De ruimte en leefomgeving moeten zowel in de stad als op het platteland beter geschikt worden gemaakt voor de groeiende groep ouderen. Dat is een van de conclusies uit het recente rapport 'Vergrijzing en ruimte - gevolgen voor de woningmarkt, vrijetijdsbesteding, mobiliteit en regionale economie' van het Planbureau voor de Leefomgeving. De actieradius van oudere ouderen wordt steeds beperkter, waardoor op lange termijn ook in de directe woonomgeving van ouderen behoefte is aan bereikbare, veilige, toegankelijke voorzieningen. Ouderen zelf, private partijen, maatschappelijke organisaties, lokale en provinciale overheden en het Rijk zijn verantwoordelijk voor een vergrijzingsbestendige leefomgeving.

Rapport Vergrijzing en ruimte | Planbureau voor de Leefomgeving

Bevindingen

Hieronder vindt u een greep uit de bevindingen uit het rapport 'Vergrijzing en Ruimte':

  • Ouderen zijn hoger opgeleid, mobieler, welvarender, vitaler en actiever. Maar niet op de woningmarkt. Ouderen verhuizen niet of nauwelijks. Rond de pensionering is er wel een lichte stijging in het aantal ouderen dat verhuist, maar het blijft zeer beperkt. 
  • De geringe verhuismobiliteit heeft op korte termijn een negatief effect op de doorstroming op de woningmarkt. Op lange termijn, over vijftien tot twintig jaar, komen er meer woningen vrij als de babyboomgeneratie geleidelijk overlijdt. De schatting is dat in 2038 90.000 woningen vrijkomen. In 2008 waren dat er 75.000. Dat zijn dan in toenemende mate meer koop- dan huurwoningen omdat ouderen steeds vaker huiseigenaar zijn. Er zijn grote regionale verschillen.
  • Met name na het 75e levensjaar neemt het aantal verplaatsingen per dag af. De kwaliteit van de directe woonomgeving wordt daarmee steeds belangrijker. Ondanks de toename van het internetgebruik, hebben ouderen behoefte aan nabijgelegen buurtwinkels. 
  • Vooral bestaande woningen moeten worden aangepast aangezien veel ouderen in hun huidige woning willen blijven wonen, ook al krijgen zij mobiliteitsbeperkingen. Nu zijn de corporaties aan zet om deze aanpassingen bij huurwoningen te doen. In de toekomst zijn ouderen zelf aan zet doordat zij vaker in een koopwoning zullen wonen. De huidige generatie oudere huiseigenaren is beperkt bereid te investeren in aanpassingen aan de eigen woning. 
  • Op korte termijn zijn de actieve ouderen dragers van vrijwilligerswerk, mantelzorg en lokale initiatieven. Kortom, dragers van de energieke samenleving. Op lange termijn, vanaf 2025, kent deze inzet grenzen als deze actieve babyboomers ouder worden. Met name na het 75e levensjaar neemt de mobiliteit, activiteit en actieradius af. 
19-08-2013

Stel een vraag


Daniëlle Harkes
Manager Kenniscentrum



Penny Senior
Adviseur Kenniscentrum