Nieuwe generatie ouderen wil een koopwoning – Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg

0

Ouderen willen steeds vaker een koopwoning. Liefst een appartement. Dat blijkt uit WoOn 2015, het grote onderzoek naar wonen dat het ministerie van BZK elke drie jaar houdt. De generatie ouderen die veelal in huurwoningen woonden, wordt langzaamaan opgevolgd door een nieuwe, meer welvarende groep ouderen die in het verleden een eigen woning heeft kunnen bemachtigen. Het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg vat de belangrijkste WoOn2015-conclusies over ouderen en wonen samen.

Tevreden over woning

WoOn 2015 laat zien dat ruim 85 procent van de bewoners zeer tevreden is met zijn woning en zijn woonomgeving. Wel zijn de woonlasten voor huurders gestegen. De resultaten werden op 7 april 2016 gepresenteerd op het WoONcongres 2016 in Den Haag.  

Ouderen steeds vaker woningbezitter

Inmiddels is 44% van de ouderen (>75 jaar) woningbezitter. Ook in de groep 65-74 jaar stijgt het aantal woningeigenaren gestaag. Het eigenwoningbezit onder ouderen nam de afgelopen dertig jaar toe. De nieuwe generaties ouderen zijn hoger opgeleid en maakten een grotere welvaartontwikkeling door. Zij hebben in een eerdere fase van hun leven vaker een woning gekocht. Eenmaal eigenaar-bewoner blijven de meesten dat ook. Pas vanaf 65 jaar wil 45% verhuizen naar een huurwoning. Ouderen in een koopwoning hebben doorgaans lagere (netto-) maandlasten dan huurders van dezelfde leeftijd.

Meer alleenstaande ouderen

Door de vergrijzing neemt de gemiddelde leeftijd in Nederland toe. Ook het aantal huishoudens boven de 45 jaar neemt toe, terwijl het aantal huishoudens tussen 25-45 jaar juist terugloopt. Bij de groep 65- tot 90-jarigen neemt het aantal alleenstaanden toe door de sterke groei van deze leeftijdsklasse. Maar het aandeel alleenstaanden binnen deze groep daalt juist; door de gestegen levensverwachting neemt het aandeel ouderen dat ‘alleen achterblijft’ namelijk af.

Langer zelfstandig thuis

De vergrijzing en de extramuralisering beïnvloeden de woningmarkt. Oudere huishoudens blijven langer zelfstandig thuis wonen, ook wanneer zij geringe tot matige fysieke beperkingen en/of gezondheidsproblemen hebben. Zij blijven langer actief op de woningmarkt. Dit resulteert in een groep woonconsumenten met specifieke eisen aan wooncomfort, voorzieningen en woningaanpassingen. Waar op latere leeftijd een groot deel van de alleenstaanden een appartement in de huursector bewoont, wonen oudere paren veel vaker in een eengezinskoopwoning.

Senioren zijn honkvast

Ouderen verhuizen relatief weinig. Op hogere leeftijd vinden verhuizingen vaak uit noodzaak plaats, omdat men fysiek en of mentaal niet meer langer in de eigen woning kan wonen. Naar mate een huishouden ouder wordt, neemt de wens om naar een andere woning te verhuizen snel af. Van alle 80-plussers wil 14 procent verhuizen naar een andere woning. De vraag naar een koopwoning neemt toe, vooral onder 70-plussers. Daar is ook een groei te zien in de vraag naar appartementen, waarschijnlijk omdat deze gelijkvloers zijn en personen met (aanstaande) mobiliteitsbeperkingen daar beter uit de voeten kunnen. De verschuiving van de vraag van huur naar koop is vooral het gevolg van een generatiewisseling onder ouderen. De oudere generatie ouderen die veelal in huurwoningen woonden, wordt langzaam opgevolgd door een nieuwe, meer welvarende groep ouderen die in het verleden een eigen woning heeft kunnen bemachtigen.