Mantelzorg steeds belangrijker voor woningcorporaties – Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg

0

Het aantal zorgvragers groeit en daarmee ook het aantal bewoners dat mantelzorg verleent. Mantelzorgers leveren vaak zeer intensieve informele zorg aan partners, familieleden, buren of andere bekenden. Mantelzorgers zijn geen primaire doelgroep van de woningcorporaties. Maar de bewoners voor wie zij zorgen zijn dat wel. Mantelzorgers zijn immers de belangrijkste zorgverleners voor veel van de 700.000 bewoners met ernstige lichamelijke en zintuiglijke beperkingen in corporatiewoningen. Daarom richten steeds meer corporaties hun huisvestings- en welzijnsbeleid ook op deze doelgroep.
Het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg liet door mw. J. van Ogterop van Tafel 33 een quickscan uitvoeren van de voorzieningen die woningcorporaties realiseren om het werk van mantelzorgers te verlichten. Dit artikel is daarvan de weerslag. Aan de vooravond van de vergrijzing kan deze quick scan ook andere corporaties inspireren bij de vormgeving van hun beleid voor deze doelgroep.

Heeft u een mantelzorgproject gerealiseerd dat een plaats verdient op deze website?
Mail ons de projectinformatie; [email protected], dan zetten wij het op de site!

Corporatie-initiatieven: een breed scala

Uit de quick scan blijk dat corporaties op vrijwel alle door mantelzorgers genoemde punten initiatieven nemen, vaak samen met gemeenten. Er zijn corporaties die mantelzorgers nadrukkelijk als doelgroep van beleid zien. Maar omdat de gegevens ontbreken voor een beleidsmatige planning zoekt men doorgaans ad-hoc oplossingen voor de problemen van mantelzorgers. De projecten in deze quick scan zijn, wij stellen dat met nadruk, voorbeelden. Er zijn in het land intussen al meer vergelijkbare projecten gerealiseerd.

De initiatieven van corporaties spitsen zich toe op:

  • ondersteuning bij het vinden van een bestaande woning in de buurt van de zorgvrager;
  • het realiseren van kangoeroewoningen, mantelzorgwoningen;
    de bouw van zelfstandige woningen voor mantelzorgers in of bij complexen waar intramurale zorg wordt geboden;
  • het realiseren van logeerhuizen en woonruimte voor respijtzorg.

Daarnaast bieden corporaties ook ondersteunende diensten (zoals ondersteuning bij indicatieaanvragen) en welzijnsvoorzieningen waar ook mantelzorgers gebruik van kunnen maken (gemeenschappelijke ruimten, sociaal restaurant).

Wat is mantelzorg?

De term mantelzorg werd in de jaren zeventig van de vorige eeuw bedacht door hoogleraar Joop Hattinga Verschure. Hij doelde daarmee op degenen die informele zorg verlenen binnen een sociale relatie, vaak naast de zorg die wordt geboden door professionals. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) hanteert een meer precieze definitie: Mantelzorg is de zorg die aan een hulpbehoevende wordt gegeven door een of meer personen uit diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep of vanuit georganiseerd vrijwilligerswerk. Mantelzorg kan heel ver gaan. Er zijn mantelzorgers die een groot deel van de dag zorg verlenen. Zonder die zorg zou de zorgvrager niet kunnen functioneren. Daarom worden deze mantelzorgers ook wel spilzorgers genoemd.

Aantallen mantelzorgers

Van alle Nederlanders boven de 18 jaar beschouwen 3,5 miljoen mensen zich als mantelzorger. Van hen verlenen er, volgens recent onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau, 1,1 miljoen zowel intensieve als langdurige hulp. De druk op mantelzorgers is tussen 2001 en 2008 sterk toegenomen. In 2001 voelden 300.000 mantelzorgers zich zwaar belast of zelfs overbelast. In 2008 was dat aantal toegenomen tot ruim 450.000. Zij voelen zich zo ernstig belast dat hun zelfstandigheid in gevaar komt en de zorgverlening ten koste gaat van hun gezondheid. Mantelzorgers die intensieve ondersteuning bieden worden ook wel aangeduid als spilzorgers’.

Bij onderzoek onder zorgvragers komen veel lagere totaalcijfers naar voren. Er is sprake van een duidelijke discrepantie tussen het beeld dat mantelzorgers van zichzelf hebben en de mate waarin hun hulp als mantelzorg wordt ervaren. Uit onderzoek onder zorgvragers blijkt dat 450.000 van hen van mening zijn dat ze mantelzorg ontvangen. Van hen wonen er 340.000 zelfstandig. De andere zorgvragers wonen in tehuizen. Gemiddeld wordt een zorgvrager ondersteund door 1,8 mantelzorgers. De 340.000 zelfstandig wonende zorgvragers krijgen dus hulp van circa 600.000 mantelzorgers. Er zijn veel meer mensen die informele zorg verlenen, maar die is vaak minder intensief en wordt door zorgvragers kennelijk niet altijd als mantelzorg gezien.

Cijfers van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) over het verstrekken van het mantelzorgcompliment geven een uitkomst die dicht in de buurt komt van het onderzoek onder zorgvragers. Sinds 2007 verzorgt de SVB het mantelzorgcompliment, een belastingvrije rijksbijdrage van Ä 250, die vrijwel uitsluitend wordt verstrekt via zelfstandig wonende zorgvragers. Het aantal zorgvragers dat het mantelzorgcompliment aanvraagt, gaat snel in de richting van de 340.000. Sinds 2007 steeg het aantal aanvragers van 60.000 naar 240.000.

Tekort aan mantelzorgers in 2030

Het aantal mantelzorgers zal nog verder groeien. De vergrijzing van de bevolking zal pas vanaf 2020 sterker doorzetten. Na dat jaar neemt ook de vraag naar mantelzorg met 8% fors toe. Twee jaar geleden verwachtte het SCP nog geen spanning tussen vraag en aanbod. Maar het SCP zette bij die conclusie wel een groot MAAR… Als de arbeidsparticipatie van 60-plussers toeneemt en meer vrouwen (langer) gaan werken, daalt het aanbod van mantelzorg en ontstaat wel spanning. Als het voornemen van de rijksoverheid om de pensioenleeftijd te verhogen wordt verwezenlijkt, zal er dus vanaf 2030 een tekort aan mantelzorgers ontstaan. Een tekort aan professionele zorg zal het tekort verder vergroten en de taak van mantelzorgers verzwaren.

Mantelzorgers in corporatiewoningen

Hoeveel van de 3,5 miljoen mantelzorgers zijn relevant voor woningcorporaties? Het zal daarbij vooral gaan om mantelzorgers die intensieve ondersteuning bieden aan zelfstandig wonende zorgvragers. Dat zijn er naar schatting ruim 800.000, die hulp bieden aan 450.000 zelfstandig wonende zorgvragers. Zij vormen de harde kern van de mantelzorgers. Bij deze groep kan zich de vraag voordoen naar woonvoorzieningen, zoals woningaanpassingen en de mogelijkheid om dichterbij de zorgvrager te wonen.

Woningcorporaties bezitten met 2,3 miljoen woningen een derde van de Nederlandse woningvoorraad. Aangenomen mag worden dat ook een derde van de zorgvragers die intensieve mantelzorg ontvangen in een corporatiewoning woont. Dat zijn 150.000 zorgvragers, die zorg ontvangen van ongeveer 250.000 mantelzorgers die in corporatiewoningen wonen. Of, anders gerekend: in 1 op de 15 corporatiewoningen woont iemand die intensieve mantelzorg ontvangt en in 1 op de 9 corporatiewoningen woont iemand die intensieve mantelzorg biedt.

De huisvestingswensen van mantelzorgers

Welke wensen hebben mantelzorgers op huisvestingsgebied? Uit recente inventarisaties, onder meer van de belangenorganisatie van mantelzorgers Mezzo, komt naar voren dat de wensen op huisvestingsterrein zich concentreren op drie terreinen:

  • de beschikbaarheid van adequaat aangepaste woningen
  • wonen in de nabijheid van de zorgvrager
  • en de mogelijkheid van respijtzorg

Financiële knelpunten worden bij alle onderwerpen genoemd.

Dankzij deze onderzoeken weten we nu wat mantelzorgers zoal nodig kunnen hebben om hun taak goed te verrichten; Mezzo heeft hiervoor een Tienpuntenplan gemaakt. Helaas is nooit onderzocht hoeveel mantelzorgers nu precies welke specifieke voorzieningen vragen. Dat bemoeilijkt het vaststellen van beleidsdoelstellingen.

Woningaanpassingen

Woningaanpassingen zijn belangrijk voor zorgvragers, maar maken ook het leven van mantelzorgers lichter. Daarom vragen mantelzorgers snelle en adequate uitvoering van woningaanpassingen. Wachttijden van meer dan een half jaar zijn voor hen niet acceptabel. In nieuwbouw- en renovatieprojecten, zoals woonserviceprojecten, zou al direct moeten worden gezorgd voor mogelijkheden voor inwoning of wonen in de nabijheid van de mantelzorger. Ontwerp en inrichting van woningen moeten ook zoveel mogelijk worden afgestemd op het verlenen van zorg. Voorzieningen als een aangepast toilet, alarmering en een hoog/laagbed maken ook voor mantelzorgers het leven lichter. Mantelzorgers vragen een oplossing voor het aanpassen van algemene ruimten in een woongebouw, waardoor het aanbod van potentieel geschikte woningen toeneemt.

Regelingen rond verhuizen

Voor het dichterbij elkaar laten wonen van zorgvrager en mantelzorger zijn verschillende oplossingen mogelijk. De zorgvrager kan verhuizen naar een woning dichterbij de mantelzorger, maar het omgekeerde is uiteraard ook mogelijk. Een belemmering kan zijn dat de verlaten woning al was aangepast en aanpassing van de nieuwe woning volgens de regels nog niet mogelijk is. Subsidie voor aanpassingen wordt in de regel maar eens in de zoveel jaar toegekend. Afwijking van die regel is nodig om verhuizing mogelijk te maken.

Aanpassing toewijzingsregels

Toewijzingsregels kunnen een snelle verhuizing van mantelzorgers naar een woning in de buurt van de zorgvrager blokkeren. Daarom vragen mantelzorgers aanpassing van de regels om een korte wachttijd te bereiken. Om te kunnen verhuizen naar een andere gemeente moet een mantelzorger zich kunnen laten inschrijven als woningzoekende. Daarvoor moet de huisvestingswet worden uitgebreid met de categorie mantelzorgers. Mantelzorgers verlangen ook dat medehuurderschap eenvoudig mogelijk wordt. Mantelzorgers vragen de garantie dat zij in de woning kunnen blijven als de zorgvrager deze verlaat. Een alternatief is dat zij worden geholpen met het zoeken van een andere woning. Mantelzorgers dringen erop aan dat bij verhuizing een verhuiskostenvergoeding wordt verstrekt en een eventueel hogere huur wordt gecompenseerd.

Kangoeroewoning of mantelzorgwoning

Een andere mogelijkheid om zorgvrager en mantelzorger dichterbij elkaar te krijgen is het bouwen van kangoeroewoningen, waarbij de zelfstandige woningen van de zorgvrager en van de mantelzorger aan elkaar zijn gekoppeld. Ook is plaatsing van een mantelzorgwoning bij de woning van de mantelzorger of een mantelzorgkamer mogelijk. Het bestemmingsplan biedt inmiddels verruimde mogelijkheden om een mantelzorgwoning te plaatsen.

Lees meer over:

Kleinschalige woonprojecten

De vraagstelling beperkt zich overigens niet tot zelfstandig wonen: Ook bij kleinschalige woonprojecten vragen mantelzorgers om de mogelijkheid dichterbij te wonen. En bij het realiseren van intramurele projecten vragen mantelzorgers om voorzieningen om bij de zorgvrager te kunnen blijven wonen.

Lees meer over:

  • Kleinschalig wonen voor mantelzorgers

Respijtzorg

Overbelaste mantelzorgers vragen om de mogelijkheid van respijtzorg. De mantelzorger kan dan, in een rustige omgeving, weer even op verhaal komen. Respijtzorg kan zelfs door het orgaan dat de zorgindicatie verstrekt worden geïndiceerd voor mantelzorgers die 24 uur per dag voor iemand moeten zorgen. De mantelzorg zou tijdelijk kunnen verblijven in een respijthuis, terwijl professionele zorgverleners zich ontfermen over de zorgvrager. Maar het is ook mogelijk dat de mantelzorger inde eigen woning blijft en de zorgvrager verhuist naar een voorziening waar zorgprofessionals de respijtzorg bieden.

Lees meer over:

  • Respijthuizen en logeerhuizen