Wijkgericht werken succesvol dankzij grenzenwerk – Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg

0

De theorie over grenzenwerk verklaart hoe intersectorale samenwerking tot stand komt ondanks bestaande belemmeringen. Ook zonder eenduidig beleid, zonder één sterke regiepartner en zonder gemeenschappelijke doelen blijkt succesvolle samenwerking mogelijk. De theorie over grenzenwerk is toegepast op tien experimenten Wijk- en Buurtgericht werken in wonen, welzijn en zorg. In de achtergrondstudie ‘Wijkgericht Werken’, die te samen met de RVZ publicatie ‘Regie aan de Poort’ is uitgebracht, doet onderzoeker Lieke Oldenhof verslag.

Er zijn hoge verwachtingen van wijkgericht werken in wonen, welzijn en zorg. De wijk wordt gezien als de juiste schaalgrootte om dienstverlening beter af te stemmen en te verbinden, om de burger meer te betrekken en om de vraag naar ‘duurdere’ voorzieningen te voorkomen. Maar in de praktijk worden ook veel knelpunten ervaren als het gaat om samenwerken op wijkniveau. Iedere organisatie houdt zijn eigen werkwijze en financiering en echte integraliteit wordt maar moeizaam bereikt.

Succes ondanks gebrek aan eenduidigheid

Als oplossing voor deze knelpunten wordt vaak gestreefd naar meer eenduidigheid in beleid en financiering, een sterke regieverantwoordelijkheid en de ontwikkeling van gemeenschappelijke doelen. Zonder aan het belang van deze oplossingen voorbij te gaan, laat Lieke Oldenhof zien dat lokale samenwerking tussen organisaties in de wijk al mogelijk is zonder het bestaan van uniform beleid en regelgeving of consensus over de precieze invulling van gemeenschappelijke doelen of regievoering. Ze heeft daarvoor vanuit de theorie over grenzenwerk tien experimenten in het programma Wijk- en Buurtgericht werken nauwlettend gevolgd. Grenzenwerk definieert ze daarin als ‘bestaande grenzen onderhandelen én samenwerking coördineren’.

Ruimte om te onderhandelen

Juist omdat in de experimenten Wijk- en Buurtgericht werken de grenzen tussen sectoren niet in beton gegoten zijn, valt er wat te onderhandelen en te coördineren. En daarvoor verschijnen de grenzenwerkers op het toneel. Dat zijn de projectleiders en op het niveau van de directe dienstverlening bijvoorbeeld de wijkverpleegkundige of een actieve bewoner. Het gaat steeds om mensen die verschillende werelden met elkaar kunnen verbinden en tot nieuwe afstemming kunnen komen. Ze maken daarbij gebruik van grensobjecten: beleidsvisies, motto’s, procedures. Ook deze moeten ruimte bieden voor onderhandeling. Omdat ze voor meerdere uitleg vatbaar zijn, kunnen ze verbindend werken tussen de verschillende samenwerkingspartners en daarmee samenwerking bevorderen.

Frisse kijk op samenwerking

De toepassing van de theorie over grenzenwerk biedt verfrissende inzichten in intersectorale samenwerking. Zo pleit de onderzoeker niet voor het aanwijzen van één regisseur maar voor het inzetten van verschillende soorten grenzenwerkers en grensobjecten. Ook doet ze een oproep aan bestuurders om lokale scharrelruimte te creëren voor grenzenwerkers en hen te ondersteunen bij de ontwikkeling van nieuwe competenties voor grenzenwerk. Door de koppeling die ze maakt met de praktijk in de tien experimenten is het theoretisch begrip grenzenwerk helder neergezet. De compacte opsomming van kansen en knelpunten van ‘Wijkgericht werken’ geeft een goed overzicht van wat er in de recente literatuur over wijkgericht werken is verslagen. Handig dus voor projectleiders en bestuurders die bezig zijn met dit onderwerp.

Meer informatie

Meer informatie