Weinig participatie bij zelfstandig wonen – Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg

0

Kwetsbare ouderen en mensen met een beperking zijn tevreden over het zelfstandig wonen en omarmen de grote autonomie die zij hebben. Maar zij participeren weinig in de buurt en hebben weinig contacten. Dat blijkt uit een groot onderzoek ‘Onder de mensen’ dat gedaan is door de Universiteit van Amsterdam, DSP-groep en Bureau Ruyterveer.

De onderzoekers hebben in vier stadsbuurten in Amsterdam, Hilversum en Zwolle gesproken met mensen met verstandelijke, psychiatrische en lichamelijke beperkingen en kwetsbare ouderen over hoe zij wonen en hoe zij hun buurt ervaren. De laatste decennia zijn kwetsbare groepen mensen vanuit instituten steeds meer zelfstandig in de buurt gaan wonen. Deze extramuralisering of vermaatschappelijking van de zorg geeft kwetsbare burgers de mogelijkheid om tussen andere burgers te wonen met de nodige begeleiding en zorg. De onderzoekers hebben onderzocht hoe het de kwetsbare burgers vergaat in de buurt.

Weinig contacten in de buurt

  • Alle geïnterviewden waarderen het zelfstandig wonen enorm; vooral de grotere autonomie die zij hebben gekregen.
  • Zij worstelen wel vaak met de financiële en administratieve huishouding.
  • Zij hebben weinig contact met buurtgenoten: noch sociaal, noch fysiek zijn zij gehecht aan de buurt.
  • Er zijn weinig structurele samenwerkingsrelaties tussen algemene instellingen in de buurt en specifieke zorgorganisaties.
  • Een groot deel van de mensen met een psychische beperking is niet in staat contacten te leggen.
  • Sommige kwetsbare ouderen hebben minder vertrouwen gekregen in de buurt, omdat voorzieningen en gelijkgestemden zijn verdwenen.
  • Kwetsbare ouderen hebben meer binding in de buurt dan de overige geïnterviewden, omdat de ouderen vaak oud worden in de buurt waar zij al jaren vertoeven. Mensen met een beperking die vanuit een instelling in een buurt zijn komen wonen, komen daar niet altijd vandaan. Zij hebben dan ook minder binding met de buurt. 

Top, maar ook tobben

  • Extramuralisering is top, maar ook tobben: mensen vinden het zelfstandig wonen prettig, tegelijkertijd ervaren sommigen ook eenzaamheid, onveiligheid en een gebrek aan kansen.
  • Professionele hulp is een essentieel fundament in het leven van deze mensen.  Minimaal één of meer contacten per week met professionele hulpverleners is onmisbaar.
  • Naast professionele hulp is er behoefte aan een algemene ondersteuner. Deze ondersteuner kan met de mensen de woonomgeving gaan verkennen en binnen de mogelijkheden van de cliënt naar interessante matches zoekt tussen de vraag van de cliënt en het aanbod in de buurt.
  • De bijdrage van buren in de buurt is gering in vergelijking tot hulp van familie, vrienden en professionals.
  • De geïnterviewden hebben behoefte aan contact met gelijkgestemden.
  • Er zijn geen exacte cijfers bekend als het gaat om extramuralisering, vooral niet op lokaal niveau.

Aanbevelingen aan aanbieders en gemeenten

De onderzoekers adviseren gemeenten om kwetsbare groepen letterlijk op de kaart te zetten. Om hoeveel mensen gaat het, waar wonen ze, waar liggen de contacten? Opbouwerk, Mee-organisaties, woningcorporaties, zorgaanbieders, wijk- en buurtbeheerders en bewonersplatforms kunnen informatie verschaffen. Voor alle betrokken partijen geldt dat op alle fronten behoeften en mogelijkheden van ieder individu afzonderlijk bekeken moeten worden. Vanuit deze behoeften kan een integraal aanbod samengesteld worden. Verder pleiten de onderzoekers voor meer keuzes in woonvormen en voor meer slimme combinaties van wonen, zorg en diensten waarbij ook meer gezocht wordt naar verbindingen met de buurt, zowel in sociaal als in fysiek opzicht.

In de loop van dit jaar komt een boek uit met een breder en uitgebreider verslag van het onderzoek. Dit boek kan te zijner tijd bij Nicis Institute/AUO verkregen worden.