Demografische ontwikkelingen – Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg

0

Tot 2040 zal de bevolking blijven toenemen van 16,5 (2009) tot 17,5 miljoen inwoners. Vervolgens zal de bevolkingsomvang langzaam afnemen tot 17,3 miljoen mensen in 2050. Deze bevolkingskrimp is in Zuid-Limburg echter al ingezet. De regionale cijfers kunnen dus verschillen, met name voor de gebieden buiten de steden.

Volgens het CBS zal het aandeel 65-plussers rond 2040 het grootst zijn met 25,6%. Dit zal tot 2050 geleidelijk afnemen tot 24,5%. Voor de ontwikkeling van de zorgvraag wordt meestal gekeken naar het aantal inwoners. Voor de ontwikkeling van de vraag naar woonruimte kijken we liever naar de verwachte ontwikkeling in huishoudens.

Meer huishoudens

Vergelijking van deze twee cijfers leert ons dat de vergrijzing al een ontwikkeling van formaat is, maar dat de huishoudensgroei deze ontwikkeling nog eens overstijgt. Het verschil zit hem in de verkleining van huishoudens. Er wonen gemiddeld steeds minder mensen in een woning. Naarmate men ouder wordt hangt dit samen met sterfte van partners, maar ook gaan ouderen vaker scheiden dan voorheen.

De vraag is of ouderen ook weer vaker zullen gaan samenwonen. De verwachte trend is dat ouderen wel vaker nieuwe relaties aangaan, maar dat men dan toch vaak apart blijft wonen. Ontwikkelingen in de economie (samenwonen bespaart op woonlasten) en de AOW (gaan samenwonen levert nu minder AOW op) kunnen hierop grote invloed uitoefenen. Ook het aanbod van geschikte woningen speelt een belangrijke rol. Van de mensen tussen de 55 en 65 jaar houdt 20% bij hun verhuiswensen al rekening met hun toekomstige behoefte aan zorg en gezondheid. Boven de 65 jaar wordt dat meer dan de helft (Uit: CBS, Verhuiswensen uit het Woononderzoek Nederland 2006).

Jaar Aantal inwoners Aantal 65+ inwoners % totale bevolking Aantal huish. Aantal 65+ huish. % totaal huish.
2010 16,5 mln. 2,5 mln. 15,3% 7,4 mln. 1,7 mln. 23,1%
2020 17 mln. 3,4 mln. 19,7% 7,9 mln. 2,2 mln. 28,6%
2030 17,4 mln. 4,1 mln. 23,6% 8,2 mln. 2,8 mln. 33,6%
2040 17,5 mln. 4,5 mln. 25,6% 8,3 mln. 3 mln. 36,6%
2050 17,3 mln. 4,2 mln. 24,5% 8,2 mln. 2,9 mln. 35,2%

Tabel 1: Bevolkingsontwikkeling Nederland. Bron: CBS Statline 2009

Oudere migranten

Er zullen relatief meer oudere migranten deel uitmaken van de samenleving. Met name het aandeel niet-westerse allochtone ouderen zal sterk groeien ten opzichte van de totale groep ouderen. Met een vervijfvoudiging van hun aandeel tot bijna 16% in 2050 worden zij als groep groter dan westerse allochtone senioren. Het aandeel van de westerse allochtone senioren blijft schommelen rond de 11 à 12%. Opmerkelijk is ook dat de grootste stijging pas wordt verwacht na 2020 en dat deze stijging na het bereiken van de piek van de totale oudere bevolking in 2040 nog doorgaat.

Daarbij is overigens wel rekening te houden met het feit dat een groot deel van de stijging door volgende generaties allochtonen wordt veroorzaakt, die wellicht ook weer andere wensen en behoeften hebben dan de eerste generaties.

Jaar Autochtonen 65+ Niet-westerse allochtonen 65+ % Niet- westerse allochtone senioren t.o.v. totaal 65+ Westerse allochtonen 65+ % Westerse allochtone senioren t.o.v. totaal 65+
2010 2.224.365 71.532 3,2 242.308 10,9
2020 2.893.210 141.496 4,9 325.013 11,2
2030 3.465.597 260.577 7,5 375.908 10,8
2040 3.669.103 401.250 10,9 411.643 11,2
2050 3.305.671 522.344 15,8 420.773 12,7

Tabel 2: Ontwikkeling aantal (senioren) allochtonen. Bron: CBS Statline 2009