Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg – SCP: mantelzorg onder druk

0

03-10-2005

De afgelopen 15 jaar is het aandeel 18-plussers dat mantelzorg biedt stabiel gebleven (13% in 2003, ofwel 1,6 miljoen volwassenen). Maar omdat de vraag toenam, zijn individuele mantelzorgers nu waarschijnlijk zwaarder belast, denkt het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP).

In de studie ‘Kijk op informele zorg’ die onlangs verscheen, gaat het SCP na welke knelpunten er zijn in de informele zorg en doen de onderzoekers aanbevelingen voor het beleid van de rijksoverheid. Informele zorg wordt gedefinieerd als ‘geregelde (niet beroepsmatige) zorg aan familieleden en vrienden die vanwege gezondheidsproblemen of lichamelijke beperkingen hulp nodig hebben’. Overigens benadrukt het rapport dat het niet alleen maar kommer en kwel is. De mooie kanten van de mantelzorg komen in onderzoeken nauwelijks aan bod. Hulp doet ertoe en geeft ook voldoening. Toch overheersen de zorgen

Overbelasting

Alleen als aan twee voorwaarden wordt voldaan zal in de toekomst voldoende informele zorg beschikbaar zijn, stelt het SCP. Het aanbod van professionele zorg zal de vraag moeten volgen en groepen die zorg nodig hebben, moeten kunnen delen in de welvaartsgroei om professionele zorg te kunnen betalen. Veel rek zit er nu al niet in. Omdat het aanbod een constante trend laat zien en de vraag is toegenomen, geven individuele mantelzorgers nu waarschijnlijk meer hulp en helpen zij ieder meer mensen. Van de mantelzorgers is 7% zeer zwaar belast of zelfs overbelast.

De groep mantelzorgers is zeer divers: veel mannen verlenen informele zorg, kinderen delen de zorg voor hulpbehoevende ouders en er wordt zorg verleend aan partners met psychiatrische aandoeningen of kinderen met een lichamelijke beperking. De samenstelling van de groep mantelzorgers is veranderd. Er zijn veel meer 65-plussers mantelzorger dan voorheen. Kwetsbare helpers zijn onder meer mensen met een laag inkomen en mantelzorgers die er alleen voor staan. Speciale aandacht vraagt het onderzoek voor mensen die hun partner verzorgen. Zij lijken terughoudend bij het inroepen van hulp, waardoor overbelasting op de loer ligt. Huisartsen zouden een signalerende en verwijzende rol kunnen spelen bij het regelen van ondersteuning voor de mantelzorgers.

Ondersteuning in Wmo

Bij de indicatiestelling voor zorg en ondersteuning gebruiken de centra voor indicatiestelling zorg (CIZ) nu het protocol gebruikelijke zorg. Daarin is geregeld dat iemand die samenwoont met een persoon die huishoudelijke verzorging nodig heeft die zorg zelf moet leveren. Ook moet de gezonde huisgenoot de persoonlijke verzorging op zich nemen als die niet langer dan drie maanden nodig is. Maar de vraag in welke mate mantelzorgers ondersteund moeten worden is nog niet beantwoord. Ondersteuning kan helpen tegen overbelasting.

De onderzoekers verwachten een groter beroep op mantelzorg na invoering van de Wmo. Een van de gedachten achter de wet is immers dat mensen meer dan nu voor hun naasten moeten zorgen. De ondersteuning van informele zorg zou via deze wet geregeld moeten worden, ook al voor de huidige helpers. Het rijk legt de verantwoordelijkheid voor de voorwaarden waaronder ondersteuning aan mantelzorgers wordt geboden bij de gemeenten. Maar de onderzoekers stellen voor dat de rijksoverheid eerst zelf miminumeisen voor ondersteuning van mantelzorgers vastlegt. Het gaat daarbij om afspraken over een steun- en informatiepunt en respijtzorg (24-uurszorg). Zo kan de overheid via de Wmo inhoud geven aan haar waardering voor mantelzorgers.

Grenzen

Omdat steeds meer mantelzorgers een betaalde baan hebben (er werken nu veel meer vrouwen) worden verlofregelingen steeds belangrijker. In dat verband stellen de onderzoekers enkele prangende vragen waarop de overheid een antwoord moet geven. Gaat beroepsarbeid voor helpen of omgekeerd? Kunnen mensen door het onthouden van professionele hulp worden gedwongen verlof op te nemen? Het rapport eindigt met de constatering dat de behandeling van de Wmo in het parlement het ideale moment is om de grenzen aan te geven.

Lees meer over het SCP-onderzoek.