S M

Hét informatiepunt voor professionals
op het gebied van wonen, welzijn en zorg

Blog - Domweg gelukkig, vlakbij de Dapperstraat

Als ik denk aan ouder worden in de stad, dan glijden mijn gedachten automatisch af naar mijn opa en oma. Geboren en getogen Amsterdammers. Zij hebben het grootste deel van hun leven in de Indische buurt gewoond. De laatste jaren op de derde verdieping, zonder lift maar aan een knus pleintje. Alle voorzieningen waren in de buurt: winkels, markt, huisarts, gezondheidscentrum, tram 3, bus 22, het Oosterpark, het station. En het ziekenhuis was ook niet ver.

Foto: Olga, uit het boek Stadsveteranen, Heren 5 Architecten

Rondstruinen door de stad

Mijn oma ging op maandag naar de bingo in het buurthuis op het plein, en de rest van de week was gevuld met het huishouden, breiwerk en bezoek. Mijn opa deed zijn dagelijkse ‘lopie’. ‘s Ochtends de krant halen, altijd stiekem een sigaretje roken en steevast naar de slager en bakker, waar hij uiteindelijk het briefje maar af gaf omdat hij de boodschappen begon te vergeten. ’s Middags ging hij altijd de stad in, naar het Waterlooplein, om te babbelen met oude vrienden of rond te struinen door de stad, op zoek naar herinneringen. Behalve op woensdag, want dan kwam mijn moeder langs om koffie te drinken en te helpen met kleine klusjes. Even naar de Dappermarkt, waar opa hen om vier uur opwachtte om eventuele zware tassen te dragen. De meeste familieleden en nagenoeg alle vrienden woonden in Amsterdam. Nooit wilden ze de stad verlaten!  

Heel af en toe hadden ze het over verhuizen. Binnen Amsterdam natuurlijk, naar het woonzorgcentrum Flevohuis. Maar mijn opa moest er niet aan denken. ‘Niet tussen al die oude wijven.’ Toen mijn opa overleed, heeft mijn oma nog een tijdje alleen gewoond. Het trappen lopen viel haar steeds zwaarder. Vriendinnen konden haar niet meer bezoeken, mede door die trappen. Haar wereld speelde zich steeds meer af in het appartement. Ze kwam nog maar een keer per week buiten. Uiteindelijk is ze kortstondig naar het verpleeghuis gegaan. Het huis waar de opa van mijn opa ook nog had gewoond. Ze zei dat ze blij was dat opa dit niet meer had hoeven meemaken. ‘Dat was niets voor hem geweest.’

En je spreekt nog ‘es iemand

Steden vergrijzen en een aantal steden, zoals Amsterdam, Utrecht, Groningen, Den Haag en Almere anticiperen hier actief op. Ook het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg is bezig met het thema en organiseerde in juni het symposium ‘Flex in the city, over ouder worden in de stad’. Tijdens het symposium noemden de verschillende sprekers zoals professor Jan Latten, bijzonder hoogleraar sociale demografie aan de Uva, het belang van toevallige ontmoetingen. Dat gold ook voor mijn opa en oma. Op de markt kwamen ze iedere paar meter wel bekenden tegen en stonden dan lekker te praten. Op het plein voor het huis troffen ze ook allerlei mensen: buurtbewoners, bekenden en onbekenden. Latten en ook professor De Kam, honorair hoogleraar Volkshuisvesting en grondmarkt, concludeerden beiden dat het voordeel van ouder worden in de stad is dat er meer voorzieningen aanwezig zijn en dat ouderen makkelijker zorg om de hoek vinden. In dorpen en vooral in krimpgebieden is dit lastiger.

De Kam plaatste enkele kanttekeningen bij het zo lang mogelijk thuis wonen. ‘We hebben de neiging om het blijven wonen in het eigen huis en de vertrouwde omgeving te romantiseren. Soms willen mensen graag weg, maar is er geen alternatief en zitten zij ‘gevangen’ in een achterstandswijk'. Dat gold minder voor mijn grootouders. Zij vonden het lange tijd prima daar op drie hoog. Architect Bas Liesker deed onderzoek naar stadsveteranen en schreef daar een boek over. Op ons congres Expeditie Begonia zal Liesker het onderzoek en boek presenteren. Een van zijn bevindingen is dat ouderen niet graag op de begane grond wonen. Zij hoeven niet groot te wonen als ze maar ruimte om zich heen hebben. Dat herken ik. Mijn opa en oma verhuisden niet voor niets naar de derde verdieping! Liever trappen lopen dan een benedenwoning. Uit angst voor overlast. ‘We zien dan wel weer als het trappen lopen niet meer lukt. Het houdt ons lekker fit.’

Stadsveteraan Jacques Allegro, initiatiefnemer van Stadsdorp Zuid, een open coöperatieve gemeenschap, weet te vertellen dat Amsterdam inmiddels 23 stadsdorpen heeft. Ik vraag me direct af of mijn opa en oma daar lid van zouden zijn geworden. Misschien als kleine Bep en Jannie van de Roomtuintjes het ook deden? Of tante Lenie en Jantje van de stadhuisgarage? Maar anders niet. Geen behoefte aan. Zij hadden destijds alles bij de hand. Voorzieningen, ontmoetingen, vertier en zorg nabij. Zij waren domweg gelukkig, vlakbij de Dapperstraat.

29-06-2016 15:03

Yvonne Witter
Door Yvonne Witter, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: Lokale Kracht, woonvariaties, kleurrijk wonen, welzijn en zorg en buur(t)projecten.

2018 (8)

2017 (16)

2016 (13)

2015 (19)

2014 (13)

2013 (16)

2012 (16)

2011 (5)

2010 (3)