S M

Hét informatiepunt voor professionals
op het gebied van wonen, welzijn en zorg

Zorgwoning in de knel door huisvestingsverordening

Veel gemeenten stellen op dit moment een nieuwe huisvestingsverordening vast en regelen daarin de toewijzing van sociale huurwoningen. Gastblogger Margrieta Haan beschrijft de gevolgen voor zorgcomplexen waarin appartementen worden verhuurd. Om deze zorgwoningen, met bijbehorend dienstenpakket, te kunnen verhuren is snelle toewijzing aan de doelgroep cruciaal. Zonder passende maatregelen lijkt dit in de knel te komen.

Broekheunerstede - foto: Livio

Tot nu toe ging de huisvestingsverordening vooral over woningen van corporaties. Door de extramuralisering zijn ook steeds meer zorgorganisaties genoodzaakt om woningen in hun complexen te verhuren. Soms zijn ze zelf eigenaar, maar het komt ook voor dat deze locaties gehuurd worden van woningcorporaties. Dat betekent dat er specifiek aandacht nodig is voor de manier waarop woningtoewijzing aan specifieke doelgroepen mogelijk is in de huisvestingsverordening.

Altijd huisvestingsverordening?

Alleen als er sprake is van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van woning schaarste is er reden voor gemeenten om zich te bemoeien met de toewijzing. Jarenlang is bij veel gemeenten de toewijzing van verzorgingsunits en aanleunwoningen via de zorgorganisatie gelopen zonder dat dit problemen opleverde. Maar nu veel van deze eenheden, als gevolg van de extramuralisering, rechtstreeks verhuurd worden, wordt het anders. Met de nieuwe huisvestingsverordening, die op 1 juli 2015 van kracht moet zijn, is het de vraag of de zorgorganisatie nog wel mag blijven toewijzen op basis van zorgbehoefte. De huidige werkwijze kan wél voortgezet worden indien (alsnog) zorgwoningen direct worden uitgesloten van de huisvestingsverordening. Het is immers niet onredelijk en onrechtvaardig om op basis van zorgbehoefte toe te wijzen.

Extramuralisatie belemmerd

Een zorgwoning is een (veelal) geclusterde woonvorm met zorginfrastructuur en/of voorzieningen voor een specifieke doelgroep met zorgindicatie. Voorheen ging het om intramurale plaatsen in de AWBZ. Met een lichte zorgvraag komen mensen inmiddels niet meer in aanmerking voor een intramuraal pakket en moeten het wonen en de zorg gescheiden worden. Dit betekent dat de zorgwoning nog steeds door dezelfde doelgroep wordt bewoond, maar nu wel zelf wordt bekostigd, terwijl de zorglevering hetzelfde is en er specifieke voorzieningen aanwezig zijn binnen het complex.

Naar mijn mening moeten deze zorgwoningen nu niet ineens binnen het bereik van de huisvestingsverordening vallen. Als de zorgorganisatie geen invloed heeft op de toewijzing, is de haalbaarheid van een nieuw woonzorgconcept op deze locaties minimaal. Ik heb inmiddels al van zorgorganisaties gehoord bij wie de strenge eisen aan toewijzing de extramuralisatie belemmeren. Om de zorg- en dienstverlening te kunnen blijven leveren binnen een geclusterde setting, is voor hen de toewijzing op basis van zorgbehoefte cruciaal.

Lokale belang

Voor een gemeenschap is het essentieel dat een woonzorgcentrum met voorzieningen in de wijk blijft bestaan. Vanuit de Wmo is er ook het belang van onder meer voldoende aangepaste woningen en van zorg en activiteiten die goedkoop en geconcentreerd worden aangeboden. Een zorgorganisatie probeert die zorg te blijven leveren, maar daarvoor is directe betrokkenheid nodig bij de instroom van de zorg(cliënt). Alleen dan kan bijvoorbeeld 24 uurs-zorg beschikbaar blijven.

Afspraken tussen gemeente en zorgorganisatie zijn hierover noodzakelijk, ook over brandveiligheid en het beheer van de algemene ruimten. Met de keukentafelgesprekken is er ruimte voor lokaal maatwerk in de gemeente. Dat maakt het ook mogelijk om Wmo-geld doeltreffend in te zetten. Een snelle en zorgvuldige plaatsing op basis van zorg en welzijn hoort daar bij. Het is echter de vraag hoe dit zich verhoudt met de regels van de huisvestingsverordening.

Aanbodsysteem ongeschikt

De meeste huisvestingsverordeningen die ik heb gezien stellen dat alle sociale huurwoningen onder de huisvestingsverordening vallen. Echter de wijze waarop de toewijzing voor zorgwoning wordt geregeld, is niet helder. Dit betekent al snel dat van kwetsbare doelgroepen met een zorgvraag wordt gevraagd om via een digitaal aanbodsysteem een passende woning te zoeken en daarmee ook hun beurt af te wachten. Maar is het wel reëel om te verwachten dat kwetsbare burgers zelf woonruimte zoeken? Of is het gewenst dat een passende, gerichte aanbieding wordt gedaan? 

Het woonruimteverdeelsysteem staat haaks op het individuele maatwerk van een keukentafel gesprek. Met als bijkomend risico dat een urgente woningzoekende zonder directe zorgvraag voorgaat op een zorgvrager die wel veel baat heeft bij het wonen in een complex met zorginfrastructuur. Er is dus meer aandacht nodig om ook in de toekomst de huisvesting van deze doelgroepen goed te blijven regelen.

Oplossing voor gemeenten

De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) krijgt ook vragen van gemeenten over dit onderwerp en overweegt een aanpassing in de VNG- model huisvestingsverordening. Of anders een advies voor een landelijke lijn, samen met corporaties en zorgaanbieders. Om het vraagstuk en de oplossingen beter in kaart te krijgen, wordt half juni een expertmeeting georganiseerd waarin ik, maar ook het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg, participeer. Het is handig om daarin ook input vanuit de praktijk mee te nemen. 

Kortom: uw voorbeelden, cases, meningen en suggesties over dit onderwerp vernemen we graag. Reageer gerust naar mij (Margrieta Haan: margrieta.haan@gmail.com) of het Kenniscentrum Wonen-Zorg (Rogier Goes: r.goes@kcwz.nl)

03-06-2015 16:00

Gastblogger Margrieta Haan heeft een eigen adviesbureau en ondersteunt corporaties en zorgorganisaties. Haar ervaring als manager Wonen bij woningcorporatie Viveste in Houten zet ze nu in voor zorgaanbieders die vanwege de hervormingen in de langdurige zorg een verhuurorganisatie willen inrichten.

2018 (11)

2017 (16)

2016 (13)

2015 (19)

2014 (13)

2013 (16)

2012 (16)

2011 (5)

2010 (3)