S M

Hét informatiepunt voor professionals
op het gebied van wonen, welzijn en zorg

In mijn maag met mevrouw Janssen

Ik zit in mijn maag met mevrouw Janssen. Ze is 87 jaar, loopt met een rollator, heeft beginnende dementie. Ze komt de deur niet uit, kan geen trap meer lopen en wordt steeds passiever. De thuiszorg komt 3 keer per dag en op allerlei onderdelen heeft mevrouw Janssen ondersteuning nodig. Voor de Wet Langdurige Zorg (Wlz) komt ze nog niet in aanmerking. Als ze verhuist, wil ze naar het woonzorgcentrum in de buurt. “Daar ken ik mensen en ik ga al jaren naar de dagbesteding!” Sinds kort wordt daar ook een verzorgd wonen concept met een huurconstructie aangeboden. Mocht ze later toch Wlz zorg nodig hebben, dan is dat mogelijk in hetzelfde appartement. Dus ik ga aan de slag om een plek te regelen. Dit blijkt minder makkelijk dan gedacht…

Sociale huur, dus via regulier aanbodsysteem

Als ik ga informeren, blijkt dat dit verzorgd wonen concept gezien wordt als een sociale huurwoning. Alle sociale huurwoningen in deze gemeente zijn vergunningsplichting in het kader van de huisvestingsverordening. Dat betekent in dit geval dat de woning aangeboden wordt via een regionale aanbodsysteem. Voor mevrouw Janssen is dit een onmogelijke opgave. Ze staat nog niet geregistreerd als woningzoekende en kan langdurige onzekerheid niet aan, daar wordt ze erg onzeker en angstig van. Een computer heeft mevrouw Janssen niet en het is ook niet mogelijk om aan te geven dat ze alleen in aanmerking wil komen als er een woning in het specifieke complex vrijkomt. Specifieke informatie over haar vraag en zorgbehoefte kan ik niet kwijt in het zoeksysteem.

Volgens de gemeente is de enige mogelijkheid om via een urgentie in aanmerking te komen voor een woning op basis van de zorgbehoefte. Over twee weken is er weer een urgentiecommissie, dus ik kan de papieren opsturen. De mevrouw van de gemeente geeft aan dat ik met de urgentie voor mevrouw Janssen mag reageren op het beschikbare woningaanbod. Het is niet mogelijk om alleen interesse aan te geven voor het specifieke zorgcomplex. Op mijn vraag of er dan niet via directe bemiddeling de toewijzing plaats kan vinden, blijft het stil….

Passend toewijzen volgend knelpunt?

Het volgende probleem dient zich al snel aan. Mevrouw Janssen heeft AOW met daarbij een beperkt pensioen. Ze mag volgens de passende toewijzing alleen reageren op woningen onder de aftoppingsgrens 1-persoonshuishoudens. Het appartement in het woonzorgcentrum is uitgerust met een ruimere badkamer, elektronische deuropeners, is drempelloos en volledig rolstoelgeschikt. De huur ligt op 600 euro per maand, boven de aftoppingsgrens. 

Qua kwaliteit van de woning is het te begrijpen, maar voor mevrouw Janssen pakt het vervelend uit. De woning is helemaal geschikt en op maat voor haar, maar volgens de regels van passend toewijzen is het toch niet geschikt voor mevrouw Janssen. Ze komt na 1 januari 2016 niet meer in aanmerking voor deze woning. Ik verbaas me hierover, want als mevrouw Janssen beroep gaat doen op de Wmo van de gemeente - voor aanpassingen in haar eigen woning - kost het toch veel meer?

Persoonsgerichte benadering

De ontbrekende schakel in mijn oogpunt is de visie vanuit de Wmo op de woningtoewijzing van mevrouw Janssen. De verantwoordelijkheid die de gemeente heeft gekregen voor de lichtere zorgdoelgroepen vraagt een meer persoonsgerichte benadering van de toewijzing. Het gaat niet om meer alleen om volkshuisvestelijke woonruimteverdeling, maar ook om een maatschappelijk vraagstuk rondom betaalbaarheid vanuit de Wmo.

De klant centraal

Het perspectief van de klant met een specifieke zorgvraag moet weer centraal komen te staan. Bij een beschutte woonvorm of aanleunwoningen gaat het voornamelijk over toewijzing aan woningzoekenden boven de 80 jaar. De drempels om te verhuizen voor deze groep worden alleen weggehaald bij een persoonlijke benadering. Ook bij de andere groepen zoals de instroom en uitstroom van mensen met psychosociale problematiek is het niet vanzelfsprekend dat de goede weg wordt gevonden. Maatschappelijk kost het veel meer geld als deze mensen op straat belanden en niet de goede begeleiding krijgen naar een goede en passende woonruimte. Dit kan alleen door een gecombineerde Wmo en volkshuisvestelijke visie. De van de week uitgebrachte handleiding van de VNG en de Kennisdeler van Habion geven een goede handreiking voor het opstarten van het gesprek hierover.

Ideaalplaatje voor mevrouw Janssen?

Gelukkig heeft de gemeente ingezien dat er tijdelijk ruimte moet worden gecreëerd in de huisvestingsverordening. Dit is geregeld via de experimentenregeling. Na mijn bezoek aan Mevrouw Janssen bel ik het woonzorgcentrum, dat via het sociale wijkteam al gehoord heeft dat de situatie bij mevrouw Janssen niet meer goed past. Een week later zijn we al welkom voor een rondleiding. Mevrouw Janssen wordt op de gang herkend door een voormalige buurvrouw. Ze is zeer te spreken over de woonruimte en hoe licht het is. 

De ruimte staat net 2 dagen leeg en al snel komen we tot de afspraak dat de huur een week later al in kan gaan. De zorg maakt direct kennis en inventariseert wat de wensen en vragen zijn op het gebied van zorg en welzijn, zodat mevrouw Janssen een flexibel zorg- en dienstverleningspakket aangeboden wordt. “Fijn dat het zo dichtbij de winkels is. Als ik hier woon, ga ik denk ik geregeld daar op het bankje zitten om mensen te kijken”.

12-11-2015 14:26

Margrieta Haan

Gastblogger Margrieta Haan heeft een eigen adviesbureau en ondersteunt corporaties en zorgorganisaties. Haar ervaring als manager Wonen bij woningcorporatie Viveste in Houten zet ze nu in voor zorgaanbieders en corporaties om nieuwe woonzorgconcepten te ontwikkelen.

2018 (8)

2017 (16)

2016 (13)

2015 (19)

2014 (13)

2013 (16)

2012 (16)

2011 (5)

2010 (3)