Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg – Verslag conferentie Wonen, met zorg gepland

0

16-12-2005
Verslag door Tineke Hamming

“Als het gaat om de planning van wonen, zorg en welzijn leven we in een overgangsperiode. Duidelijk is dat de centrale sturing vanuit de landelijke overheid niet meer gewenst wordt en niet meer werkt.” Met deze woorden opende Daniëlle Harkes, manager van het Aedes-Arcares Kenniscentrum Wonen-Zorg het congres ‘Wonen, met zorg gepland’. Dit congres, georganiseerd door het genoemde Kenniscentrum, werd op 1 december 2005 gehouden in Driebergen.

Zo’n honderdvijftig afgevaardigden van woningcorporaties, zorgaanbieders en gemeenten maakten van de uitnodiging gebruik. Zij lieten zich informeren over wonen in de toekomst en over beschikbare hulpmiddelen bij de transformatie van woonzorgcentra. Eén van de nieuwe hulpmiddelen werd die middag gepresenteerd. Erik Wilke, adjunct-directeur van Aedes – naast Arcares één van de moederorganisaties van het Kenniscentrum – kreeg het allereerste exemplaar aangeboden van het redeneer- en rekenmodel Areadne. Een handig hulp-middel voor gemeenten, woningcorporaties en zorgaanbieders bij het opstellen van gezamenlijke investeringsprogramma’s rond woonzorgcomplexen. Het eerste exemplaar werd hem aangeboden door professor George de Kam, ontwikkelaar van Areadne.

Hieronder kunt u het volledige verslag van de conferentie lezen. Om direct de verslagen van de workshops te lezen of voor meer informatie over Areadne klikt u op een van onderstaande links:

  • Verslag van de workshops
  • Meer informatie over Areadne

Bekend begrip

Wilke blikte in zijn toespraak kort terug op zo’n vijf jaar geleden. “Toen was de helft van de corporaties en zorgaanbieders met elkaar in gesprek”, sprak hij. “Tegenwoordig is het bijna ondenkbaar dat ze niet samenwerken. Het Aedes-Arcares Kenniscentrum Wonen-Zorg is inmiddels een bekend begrip geworden. En dat het Kenniscentrum in een grote behoefte voorziet, blijkt uit de belangstelling voor de website en nieuwsbrief. We werken al met heel veel organisaties samen en binnenkort hopen we een overeenkomst te sluiten met de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland, de VGN, en met het RIBW. Ook zoeken we samenwerking met de Vereniging Nederlandse Gemeenten, de VNG. Het doel van dit alles is om op lokaal niveau een optimale samenwerking te bewerkstelligen op het gebied van wonen, zorg en welzijn. Als Kenniscentrum gaan we op zoek naar meer kennis en de ontwikkeling van nieuwe instrumenten om met u te kunnen delen. Het motto is kennisoverdracht en innovatie.”

Vervolgens blikte Wilke vooruit. “Als je de pers mag geloven, lijkt de grijze golf op een tsunami, zegt een collega van mij wel eens. We verwachten het hoogtepunt in 2038. Dan telt Nederland vier miljoen vijfenzestigplussers. Eenderde van de bevolking is tegen die tijd ouder dan vijfenvijftig jaar. Van de zes miljoen woningen die we nu hebben, moeten dan minstens drie miljoen beschikbaar en aanpasbaar zijn voor ouderen. In 2015 hebben we al een kleine vierhonderdduizend van dergelijke, aanpasbare woningen nodig voor mensen met een beperking of handicap. Dat is een geweldige opgave, waarbij samenwerking het sleutelwoord is. Samenwerking is namelijk geboden om tempo te kunnen maken.”

Helderheid met Areadne

Het aan Wilke aangeboden redeneer- en rekenmodel Areadne kwam tot stand in samenwerking met twee universiteiten en een aantal gemeenten. Eén van de reacties uit een deelnemende gemeente was: ‘Dankzij Areadne kregen we eerder ruzie, maar wel over de juiste cijfers’. Een betere aanbeveling kan Areadne zich niet wensen, want het doel van dit model is helderheid bieden. Financiële en maatschappelijke consequenties van nieuw- en verbouwplannen worden dankzij Areadne al in een zeer vroeg stadium duidelijk. Daarnaast stimuleert dit model het creatieve– en samenwerkingsproces. Ontwikkelingsplanologie krijgt met Areadne daadwerkelijk handen en voeten in de praktijk.

Woonwensen voor de oude dag

“Als ik de zaal zie, hebben we het over onszelf wanneer we spreken over de grijze golf.” Met deze woorden opende Roeland Kreeft van Gerrichhauzen en Partners, medeorganisator van het congres, na de inleiding zijn intermezzo. De huidige en gewenste keuzemogelijkheden voor wonen met zorg was het centrale thema. Kreeft vroeg de zaal te reageren op een aantal stellingen. Het doel was de woonwensen van de congresdeelnemers voor hun oude dag op tafel te krijgen.

Slechts weinig bezoekers bleken geïnteresseerd in het slijten van hun laatste dagen in ‘Huize Avondrood’. “Zeker niet als de kamers dan nog zo klein zijn”, aldus één van hen. Een zorgaanbieder liet weten dat hij wel in het nieuwe verzorgingshuis wil wonen dat zijn bedrijf samen met een woningcorporatie aan het bouwen is. “Zorgappartementen met een oppervlakte van tachtig vierkante meter.” Ook de voorgestelde ‘kangoeroewoning’ – waar ouders bij kinderen onderdak zoeken – bleek niet echt in trek. Op de vraag of het oude dorp, zoals ooit bezongen door Wim Sonneveld, een revival gaat beleven, antwoordde één van de aanwezigen: “In kleinere gemeenschappen waar de sociale cohesie groot is, zie je dit al wel gebeuren.” De vierde optie, wonen in een speciaal voor senioren gebouwde stad naar Amerikaans voorbeeld, leverde een enkele, gemengde reactie op. Hetzelfde gold voor de vraag of men zich voor het zestigste levensjaar zou melden voor een levensloopbestendige woning, inclusief zorg. De laatste stelling ‘Oost, West, thuis best’, inclusief zorg in de nabije woonomgeving, leverde de meeste reacties op. Menigeen denkt dat dit voor 2038 te realiseren moet zijn. “Het lijkt een onhaalbare klus, maar we moeten die kant op”, aldus één van de gasten. Al waren anderen er van overtuigd dat de keuzevrijheid – ook in de toekomst – moet blijven bestaan.

Workshops

Vervolgens lieten verschillende partijen in diverse workshops zien welke instrumenten beschikbaar zijn om vraag en aanbod van geschikte woningen in kaart te brengen en investeringen voor het verwerven en herbestemmen van zorgvastgoed af te wegen. Het ging naast Areadne om Geriscoop, de Woonzorgzoneverkenner en de Module Zorg en Stad.
Lees verslag van de workshops

Zorg om vastgoed?

De extramuralisering heeft gevolgen voor het vastgoed van zorginstellingen. Deels verliezen gebouwen hun functie. Wat kunnen zorginstellingen doen met hun vastgoed? Kan de opbrengst van de verkoop van vastgoed ten goede komen van wonen, welzijn en zorg in buurten en wijken? Doen zorginstellingen er verstandig aan om hun vastgoed te verkopen of levert dit bezit hen voordeel op? Zijn de regels die het ministerie van VWS hanteert bij de verkoop van zorgvastgoed nog wel actueel? Deze en andere vragen stonden centraal tijdens de afrondende forumdiscussie met als titel ‘De zorg gaat intramuraal…en het vastgoed dan?’ Onder leiding van journalist en radioman Job Boot gingen Mariëlle Rompa, directeur van Arcares, professor George de Kam, Jan van der Schaar van RIGO en Arnold Moerkamp van het ministerie van VWS met elkaar en met de zaal in gesprek.

Erfenis

De forumdeelnemers waren het er snel over eens: reken- en andere modellen helpen om je een weg te banen in de complexe wereld van zorg en vastgoed. “Die overigens inmiddels allerlei spelers kent, met allemaal hun verschillende belangen”, aldus Arcares-directeur Mariëlle Rompa. “Verzorgingshuizen zijn ooit ontstaan in de tijd van woningnood, zodat woningen vrij kwamen voor jongeren. Inmiddels zit er een kloof tussen wat we hebben en wat we willen. Die kloof moeten we overbruggen. Je moet het verzorgingshuis echter niet zo maar wegdoen, maar waar mogelijk transformeren. We gaan weer terug naar het karakter van de AWBZ: zorg zonder stenen.” Op de vraag van Boot of stenen in elk geval niet zorgen voor zekerheid, antwoordde Arnold Moerkamp van VWS: “Dat is niet waar. Veel bedrijven die aan dienstverlening doen, doen dit vanuit gehuurde panden. Ook de overheid huurt veel. De zorgsector moet zich op zorg concentreren en het vastgoed in handen van de corporatie geven. Laat ieder doen waar hij goed in is.” Moerkamp ziet dan ook een duidelijke rol weggelegd voor woningcorporaties om het zorgvastgoed erbij te nemen. “Uiteraard moet de zorgwereld z’n eisen stellen”, sprak hij, “maar in overleg tussen beide sectoren moeten ze eruit komen.”

Spelregels

Vervolgens kwamen ook nog de boekwaarde en de door de overheid gehanteerde afschrijvingstermijn van vijftig jaar aan bod – volgens Rompa ‘een blok aan het been’ –, terwijl woningcorporaties rekenen in termijnen van twintig jaar. Met name de rol van het College Sanering kreeg tijdens de forumdiscussie veel aandacht. Op de vraag of deze rol moet veranderen, antwoordde Moerkamp: “Ja. Als je marktwerking wilt, moet niet het College Sanering steeds over je schouder meekijken. Wanneer je in een onderhandelingsproces zit met woningcorporaties en gemeente moet je niet telkens terug moeten naar het College. Er moeten spelregels komen. De regels in onze sector zijn nu te dicht, maar daar zijn we mee bezig.” De Kam viel Moerkamp bij met de woorden: “Wanneer je kunt overstappen van ‘rigide’ naar iets dat ‘meebeweegt’ – dankzij nieuwe spelregels – dan zijn we een forse stap verder.”

Goeie plannen winnen

Ook gemeenten spelen volgens de deelnemers aan het forum een belangrijke rol in het geheel. Volgens Rompa hebben zij met het bestemmingsplan een belangrijke sleutel in handen. Moerkamp signaleert dat gemeenten inmiddels op vele plaatsen meedenken en spreekt de wens uit dat iedereen zich in de toekomst nog meer gaat richten op een integrale aanpak. “Wie iets kan, moet het doen”, aldus Moerkamp. “Of het nu gaat om een corporatie, een gemeente, zorgaanbieder of wie dan ook. Het is de bedoeling dat alle partijen elkaar kennen. Ze hebben zelfs de plicht om elkaar op te zoeken. En niet vergeten: goeie plannen winnen altijd.”

Kerstcadeautje

Moerkamp beloofde dat de regels ronde de nieuwe WTZi – de opvolger van de Wet Ziekenhuisvoorzieningen (WZV), die hiermee vervalt – binnenkort op de mat zullen liggen. Deze Wet Toelating Zorginstellingen, op 18 oktober door de Eerste Kamer aangenomen, wordt per 1 januari 2006 van kracht. De overheid hoopt met de WTZi de overgang van aanbod- naar vraagsturing te faciliteren. Zorginstellingen krijgen hiermee meer ruimte en verantwoordelijkheid om zelf invulling te geven aan hun eigen aanbod, inclusief de investeringsbeslissingen met betrekking tot de gebouwen. Een tweede belofte van Moerkamp is de nieuwe regeling voor Zorginfrastructuur in de wijk. Ook die regeling wordt per 1 januari 2006 van kracht. De nieuwe regeling zal naast de kapitaalslasten ook de overige huisvestingskosten vergoeden. Dit betekent dat nieuwe initiatieven beide kosten vergoed kunnen krijgen en bestaande initiatieven een beroep op de regeling kunnen doen wat betreft de overige huisvestingskosten. Arcares heeft de laatste maanden veel druk uitgeoefend om te komen tot een goede regeling. Rompa liet dan ook weten de post vanuit het ministerie tussen Kerst en Oud & Nieuw dit jaar met veel plezier tegemoet te zien.