Aedes-Arcares Kenniscentrum Wonen-Zorg – Wmo in ontwikkeling: pilots en voorbereiding

0

03-05-2005

Verslag inleiding Project!mpulsbijeenkomsten april 2005

In april organiseerde het Aedes-Arcares Kenniscentrum Wonen-Zorg in opdracht van Aedes, Arcares, LVT en MO-groep wederom Projectimpuls-bijeenkomsten. De Wet maatschappelijke ondersteuning was daarbij een onderwerp waarvoor veel belangstelling was. De Wmo start mogelijk op 1 januari 2006 en dat komt al snel dichterbij. Meer dan 350 mensen hadden zich dan ook aangemeld voor de ochtendbijeenkomst ‘Wmo in ontwikkeling: pilots en voorbereiding’. De bijeenkomst werd georganiseerd door Monique Wijnties van het Aedes-Arcares Kenniscentrum Wonen-Zorg met medewerking van VWS en VNG.

Traject en inhoud Wmo

In december 2004 heeft de Tweede Kamer de motie Vietsch aangenomen waarin staat dat de Wmo op 1 januari 2006 zal starten met de Welzijnswet, de Wet Voorzieningen Gehandicapten, delen van de AWBZ en diverse subsidieregelingen op het terrein van wonen, welzijn en zorg. In deze motie is opgenomen dat wat betreft de overheveling uit de AWBZ op 1 januari 2006 alleen de enkelvoudige huishoudelijke zorg overgeheveld wordt. De wet moet nog door de Tweede en Eerste Kamer behandeld en vastgesteld worden. Vanwege de voorgenomen ingangsdatum zijn VWS en VNG al volop bezig met de voorbereiding en implementatie.

Op 20 april was er een Algemeen Overleg van de vaste Kamercommissie VWS over de Wmo. Op dat moment hadden drie van de vier Project!mpulsbijeenkomsten al plaatsgevonden. De informatie uit het Algemeen Overleg kon dus alleen tijdens de laatste bijeenkomst in Assen gegeven worden.

Uit het Algemeen Overleg blijkt dat er lijkt dat is teruggekomen op de ingangsdatum uit de motie Vietsch en de daarin genoemde fasering van het overhevelen van de huishoudelijke zorg. Huishoudelijke verzorging zal niet eerder dan 1 juli overgaan naar gemeenten. De Tweede Kamer wil een besluit hierover alleen nemen op basis van uitkomsten van een pilot over overheveling van de gehele huishoudelijke zorg. Staatssecretaris Ross heeft toegezegd zo’n pilot te ontwikkelen. De uitkomsten van het overleg worden echter door verschillende partijen anders geïnterpreteerd. Lees meer.
Op 26 mei praat de Tweede Kamer verder over de Wmo. Inmiddels heeft de Staatssecretaris laten weten bij voorkeur de gehele huishoudelijke zorg per 1 juli 2006 over te hevelen. Lees meer.

Implementatie

Bij de implementatie richt men zich op de gemeenten zodat die in staat zijn de Wmo in te voeren en adequaat uit te voeren. Er zijn vier implementatietrajecten ontwikkeld:

  • een gereedschapskist met handreikingen en modellen
  • invoeringstrajecten die vaak ook resulteren in handreikingen
  • ontwikkelpilots: een deel hiervan is gericht op thema’s en prestatievelden uit de Wmo en een deel hiervan gericht op de (mogelijke) uitbreiding van de Wmo. De geselecteerde gemeenten presenteren in mei hun plan.
  • cliënten- en ouderenparticipatie. Met als doel gemeenten te stimuleren tot het maken van interactief beleid én de lokale belangbehartiging en maatschappelijke organisaties te versterken.

Vragen en discussie

Na de presentaties was veel tijd vrij gehouden voor vragen uit de zaal en discussie. Het overgangsbeleid bleek één van de onderwerpen waarover nog veel onduidelijkheid is. Op het moment dat de huishoudelijke zorg onder de Wmo komt te vallen, zijn er nog mensen die een indicatie op grond van de AWBZ hebben die langer doorloopt. Voor deze situaties is een overgangsbeleid in ontwikkeling. Uitgaande van een startdatum van de Wmo per 1 januari 2006 met enkelvoudige huishoudelijke zorg ziet het overgangsbeleid er als volgt uit:

  • De einddatum van de indicatie wordt aangehouden, maar niet langer dan tot 1 januari 2007. De inhoud van de indicatie blijft onveranderd, dat wil zeggen deze mensen krijgen de huishoudelijke zorg conform de indicatie van de AWBZ (inhoud en aantal uren).
  • Als in 2006 de indicatie verandert, wordt dit gezien als een nieuwe indicatie en val het onder de nieuwe verdeling tussen Wmo en AWBZ. Ook als er meer uren nodig zijn en iemand daarmee over de bandbreedte van de klasse heengaat, wordt dit gezien als een nieuwe indicatie.
  • Nieuwe aanvragen worden vanaf 1 januari 2006 sowieso door de gemeenten behandeld.

Een vraag waarop VWS tijdens de bijeenkomst niet direct kon antwoorden betrof de verstrekking van hulpmiddelen. Er zijn nu geen plannen de Regeling Hulpmiddelen vanuit de zorgverzekeringswet over te hevelen naar de Wmo.

Tijdens de discussie bleek geregeld de bezorgdheid van aanwezigen voor de nieuwe situatie met name voor de cliënten. Maar ook voor (de verantwoordelijkheid voor) personeel en voor de organisaties. Ook zij hebben duidelijkheid nodig om zich te kunnen voorbereiden.

Niet alleen de overgang van de huidige naar de toekomstige situatie maar ook de aansluiting in de toekomstige situatie tussen de verschillende regelingen leidt tot vragen.

Daarnaast blijkt momenteel de indicatie ‘verblijf’ zoveel minder vaak afgegeven te worden, dat men zich afvroeg of er wel rekening wordt gehouden met de gevolgen hiervan op de mate waarin een beroep op de Wmo wordt gedaan. Welk effect de Wmo hierop heeft zal worden gemonitord.

Geconcludeerd werd dat er nog veel onduidelijkheid is. Dit heeft alles te maken met de fase waarin de voorbereiding van de wet zich bevindt in combinatie met de korte tijd tot mogelijke ingangsdatum.

Lees meer:

  • presentatie VNG/VWS: Implementatie Wmo (pdf, 149 kb)
  • presentatie Kenniscentrum Wonen-Zorg: Traject en inhoud van de Wmo (111 kb)