Achtergrondinformatie over de rol van de zintuigen – Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg

0

Het boek ‘Zorg voor mens en omgeving: Het zintuig als maatstaf’ biedt een methodische aanpak om op basis van kennis van de zintuigen te kunnen sturen op een leefomgeving.

We ervaren onze omgeving met onze zintuigen. Het is gangbaar zintuigen te zien als geïsoleerde informatiebronnen: onze neus meldt een frisse geur, ons oor vertelt dat de telefoon gaat en ons oog ziet de zon. Die informatie zou bij elkaar een ervaring of beleving vormen. Onze zintuigen zijn echter geen aparte bronnen van informatie, maar vormen een samenhangend instrumentarium (tuig) dat een diepere betekenis en zin geeft. Rudolf Steiner heeft twaalf nauw samenhangende zintuigen benoemd die ons ondersteunen in onze persoonlijke ontwikkeling. Ze vertellen niet alleen over de buitenomgeving – is het koud of warm? – maar ook wat je ervaart met je eigen lichaam. Sta je stevig op de grond en is je lichaam in evenwicht? Zintuigen helpen ons ook in onze geestelijke mentale ontwikkeling: begrijp ik de ander wel goed en weet ik wat anderen bedoelen?

Alle informatie bij elkaar helpt ons de wereld waar wij ons in bevinden te begrijpen zodat wij onszelf verder kunnen ontwikkelen. De kennis en de inzichten van Steiner zijn tot nu toe slechts beperkt gebruikt. Niet alleen is zijn taal vaak lastig te begrijpen, ook zagen we lang een zekere afstand tussen de rationele wetenschappelijke wereld en de antroposofie. Het blijkt echter dat de twaalf samenwerkende zintuigen overeenkomen met modellen die in de moderne westerse omgevingspsychologie worden gehanteerd en ook aansluiten bij de laatste moderne medische ontwikkelingen.

Van voelen naar weten

Zolang we weinig weten over de werking van onze zintuigen, begrijpen we niet goed hoe we ruimtes ervaren. Zelfs als een ruimte helemaal voldoet aan alle normen en eisen, kan het toch gebeuren dat die ruimte niet als prettig wordt ervaren. We weten dan niet goed wat we moeten doen om die ruimte te verbeteren. We voelen dat er iets niet goed is, maar weten niet wat de oorzaak is. Als we echter onze zintuigen en de ‘zin’ ervan leren begrijpen, gaan we ook begrijpen waarom we een ruimte op een bepaalde manier ervaren. Maar bovenal gaan we inzien wat we kunnen doen om die ervaring te verbeteren.