
Op maandag 6 juli 2009 heeft Nivel de nieuwe monitorstudie naar Zorg op Afstand gepubliceerd. Dit rapport beschrijft de peiling eind 2008 / begin 2009 van de monitorstudie naar de voortgang van Zorg op afstand in Nederland, in het bijzonder videocommunicatie en telebegeleiding.
De vorige peiling van najaar 2007 was uitgebreid van aard: dat betekent dat behalve de managers van zorgorganisaties, ook de cliënten, mantelzorgers,zorgcentralisten en thuiszorgmedewerkers zijn bevraagd. Dit rapport beschrijft een beperkte peiling, in de zin dat uitsluitend managers zijn ondervraagd en registratiegegevens zijn bestudeerd.
De Monitor Zorg op afstand bouwt voort op de eerdere peilingen van het NIVEL over videocommunicatie en telebegeleiding in de zorg voor mensen thuis (Bos et al., 2005; Bos et al., 2006; Peeters et al., 2007; 2008). Het rapport biedt vergelijkingsmateriaal voor de deelnemende zorgorganisaties en kan door belanghebbende partijen worden gebruikt voor beleidsontwikkeling.
Zorg op afstand voorziet in snelle bereikbaarheid van de thuiszorg, zonder fysiek contact. Uit een eerdere peiling is gebleken dat cliënten zich hierdoor veiliger voelen en verwachten langer thuis te kunnen wonen. Zorg op afstand is ook een antwoord op de toenemende vraag naar zorg en het verwachte tekort aan thuiszorgmedewerkers. Op het moment van de peiling leverden elf organisaties zorg op afstand aan 1021 cliënten: 765 kregen videocommunicatie en 256 telebegeleiding. Dit aantal is ongeveer gelijk gebleven aan het voorgaande jaar.
NIVEL-onderzoeker José Peeters: Dit komt enerzijds doordat twee instellingen er vanwege faillissement of financiële problemen mee zijn gestopt. Anderzijds zijn er nieuwe instellingen bijgekomen. Het een compenseert het ander. Bovendien was de techniek lastiger en kostbaarder dan verwacht en is er weinig financiële ruimte voor innovatie, dit blijkt ook uit een rapport van de Algemene Rekenkamer. Dit soort projecten wordt vaak tijdelijk gefinancierd. Er moet duidelijkheid komen over de vervolgfinanciering en de techniek moet worden gestandaardiseerd. Oorspronkelijk was deze vorm van zorg bedoeld voor mensen met een AWBZ-indicatie, maar zorg op afstand wordt nu ook veel aangeboden aan ouderen die nog relatief gezond zijn. Cliënten, mantelzorgers en betrokken medewerkers zijn positief.
Bij negen thuiszorgorganisaties is inmiddels videocommunicatie mogelijk van de cliënt met kinderen en kleinkinderen, mantelzorgers en familie. Ook zijn er speciale zorg op afstand-arrangementen ontwikkeld voor specifieke groepen, zoals cliënten met diabetes, COPD of hartfalen. Voor de toekomst liggen er plannen om het dienstenaanbod verder te ontwikkelen en de techniek te standaardiseren.
ActiZ wil de invoering van Zorg op afstand bevorderen en zorgorganisaties bij deze initiatieven helpen en ondersteunen. Deze monitor is daar een uitwerking van. Deze tussentijdse peiling van de monitor Zorg op afstand is uitgevoerd met subsidie van ActiZ, met gelden van het Transitieprogramma Langdurende Zorg van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De monitor wordt begeleid door een begeleidingscommissie, het zogenaamde nationale overleg, bestaande uit vertegenwoordigers van ActiZ (programmateam Zorg op afstand), ZN, CVZ, NPCF, LOC, Mezzo, het Ministerie van VWS en de NZa.
06-07-2009