
In het hoger beroep dat woningcorporatie WSG te Geertruidenberg heeft aangetekend tegen de uitspraak van de kort gedingrechter vorig jaar over een samenwerkingsovereenkomst met zorginstelling De Riethorst is WSG door het Gerechtshof in Den Bosch op alle punten in het gelijk gesteld.
Het conflict gaat over de vraag of een beding in de samenwerkingsovereenkomst tussen WSG en de Riethorst, dat leidt tot exclusieve zorgverlening door de Riethorst aan de huurders van woonzorgcomplex Mauritsstaete te Geertruidenberg is toegestaan. De rechtzaak was aangespannen door een andere zorgaanbieder.
De rechtbank te Breda heeft in november 2004 in een kort geding uitgesproken dat dit koppelbeding in strijd wordt geacht met de mededingingswet, omdat dit beding de zorgmarkt voor andere zorgaanbieders beperkt. Woningcorporatie WSG is hiertegen in beroep gegaan.
In het hoger beroep doet het Hof uitspraak over deze mededingingsproblematiek. Het Hof is van mening dat het betreffende woonzorgcomplex een zo klein onderdeel uitmaakt van de relevante geografische- en productmarkt (te weten de markt met betrekking tot wonen en zorg) dat er geen sprake is van een merkbare beperking van de concurrentie. De woningstichting maakt ook geen misbruik van haar (monopolie)positie nu zij slechts voor een deel van haar bezit deze verplichting tot zorgafname hanteert.
De uitspraak in het hoger beroep betekent dat WSG de samenwerking met de zorginstelling de Riethorst op deze wijze voort kan zetten. Het arrest betekent overigens niet dat het in alle situaties is toegestaan een dergelijke zorgafname-verplichting overeen te komen. Een en ander zal afhangen van de lokale omstandigheden en feiten ter plaatse. Ook moet in aanmerking worden genomen dat het hier gaat om een uitspraak in kort geding.
22-02-2006