
Eind 2003 heeft RIGO in opdracht van het Kenniscentrum Wonen-Zorg het Nationaal bestand woonzorgcomplexen geactualiseerd. De eerste landelijke inventarisatie van woonzorgcomplexen in Nederland vond plaats in 1998 (Survey Woonzorgcomplexen, SEV, 1999) gevolgd door verschillende actualisaties. Het resultaat is een databank van meer dan 1000 woonzorgcomplexen met in totaal meer dan 58.000 woningen.
Het merendeel van de woonzorgcomplexen is gebouwd in de sociale huursector en bestaat uit driekamerwoningen. Slechts 2 procent van de complexen is in de koopsector gerealiseerd, in 8 procent is er een mix van huur- en koopappartementen. Ruim 80 procent van de woonzorgcomplexen is in de nabijheid van een zorginstelling gelegen, slechts 15 procent staat 'los' in de wijk.
In de meeste woonzorgcomplexen zijn gemeenschappelijke ruimten en/of zorgruimten aanwezig; in 80 procent is er een recreatieruimte. Het stereotiepe beeld van het woonzorgcomplex als appartementencomplex met atrium klopt niet; slechts een kwart van de complexen heeft een atrium.
In 70 procent van de complexen is een uitgebreid dienstenaanbod beschikbaar. Alarmering, maaltijdservice en recreatieve bezigheden komen het meest algemeen voor. Ook in 70 procent van de complexen wordt 24-uurs-zorggarantie geboden. Meer dan de helft van de bewoners heeft behoefte aan zorg op afroep of 24 uurs zorg en begeleiding. Woonzorgcomplexen fungeren dus meer en meer als vervanging van verzorgingshuizen en (in mindere mate) verpleeghuizen.
De productiecijfers van woonzorgcomplexen vertonen in de jaren 1995 tot en met 1998 een piek met 5000 woningen per jaar. In de jaren er na lopen de cijfers steeds meer terug. In 2001 is de productie 2500 woningen en voor de jaren 2002 - 2005 is de productie gemiddeld 1600 woningen per jaar.
Als oorzaken voor deze terugloop worden specifiek voor woonzorgcomplexen genoemd de onzekerheid over de financiering van de extramurale zorg en de moeizame financiering van de zorginfrastructuur (ruimten t.b.v. de zorg, gemeenschappelijke voorzieningen en diensten). Daarnaast zijn er meer algemene oorzaken als het gebrek aan geschikte bouwlocaties en de vertraging door wet- en regelgeving.
12-06-2004